Autobiografische roman over een onbekend Nederland
Erdal Balci migreert als kind naar Nederland en is, bewust van zijn aandeel in fatale gebeurtenissen, vastbesloten om in het nieuwe land iedere straf te aanvaarden. Totdat hij begrijpt dat hem levenslang boven het hoofd hangt als hij berust in de situatie. Is het mogelijk te ontsnappen uit de poldergevangenis waar andere Turken de strengste cipiers zijn en het Nederlandse cultuurrelativisme de muren en het prikkeldraad?
Erdal Balci (1969) is journalist voor Trouw, De Standaard en De Groene Amsterdammer. Sinds 1998 is hij correspondent voor Trouw in zijn geboorteland, Turkije. Hij woont in Istanbul. Hij schreef onder meer De kinderen van Atilla. Een geschiedenis van het hedendaagse Turkije (2007), Vandaag geen pont. Notities uit Istanbul (2009) en De mooiste leugen (2012). Met Vandaag geen pont werd hij genomineerd voor de Bob den Uylprijs.
Het 13e boek wat ik in 2022 uitgelezen heb is ook meteen het beste boek geweest. Het verscheurd je en plakt je weer aan elkaar. Ergens op de helft schreef ik in mijn notities: “Van dit boek krijg je zin in het leven en ga je het leven haten, vervloeken, alles tegelijkertijd. Het leven is lijden, het leven is genot. Prachtig.” Het heeft me een diep inzicht gegeven over het en mijn leven, en dat is het meest waardevolle wat een boek voor een mens kan doen.
Een tijdje terug las ik Lale Güls veelbesproken debuut 'Ik ga leven'. Kort daarna stuitte ik op dit boek, met een vergelijkbare thematiek, maar nu vanuit een mannelijk perspectief. En, nog een verschil, geschreven door een auteur die de 50 is gepasseerd, terwijl Gül een jonge twintiger is. 'De gevangenisjaren' is volgens mij onbetwist het betere boek. Het is een goed geschreven roman, zowel in termen van compositie als van taalgebruik. Balcı voert een aantal personages op, een vriendengroepje, en aan de hand van hun belevenissen laat hij je als lezer ervaren hoe beknellend de Turkse gemeenschap in Nederland is, en ook hoezeer dat in de afgelopen decennia juist is verergerd. Van de boeken die ik over deze thematiek nu heb gelezen is dit het boek dat eruit springt en dat een veel groter lezerspubliek zou verdienen. Op de eerste plaats omdat het goede literatuur is. Maar zeker ook opdat we Balcıs boodschap oppikken. Hij foetert op de Nederlandse overheid, die subsidies verstrekt aan Koranscholen, en zo indirect faciliteert dat het fanatieke islamitische gedachtengoed bij de nieuwste Turkse generaties wordt ingeprent. Daar moet uiteraard paal en perk aangesteld worden. Verder is het hoog tijd voor een herziening van artikel 23 van de Grondwet, zodat de overheid zelf invulling kan geven aan wat we onze jeugd leren over godsdiensten en onze samenleving.
“In plaats van dat wij de kans kregen om te schitteren in de harmonie van de meerstemmige muziek, werden we veroordeeld tot kleine schuurtjes waar iedereen zijn archaïsche noten speelde.”
In de kern een heel goed verhaal. En belangrijk om verteld te worden. Je moet lef hebben om dat te doen. Erdal Balci schreef dit autobiografisch verhaal toen hij de 50 was gepasseerd. In hetzelfde jaar, 2020, kwam Lale Gül met haar debuut. Dat heb ik niet gelezen. Maar wel over gelezen. Beide boeken gaan over de verstikkende cultuur in een groot deel van de Turkse gemeenschap. Indirect ook een pleidooi voor wijziging van artikel 23, weg met dat bijzondere onderwijs. Welke politieke partij zet dit nou eens op de agenda!
Balci was 11 toen hij eind jaren ’70 van het Turkse platteland naar Nederland verhuisde. In plaats van een vlucht naar de moderniteit blijkt het een stap in het verleden. De hoofddoek. Het uithuwelijken. 5 keer per dag bidden. Arabische les. In een interview in Trouw zegt Balci:
“Mijn boek is een aanklacht tegen de koers die Europa al sinds eind jaren tachtig vaart. Een koers waarbij geen enkele moeite wordt gedaan om de nieuwkomers deel te laten worden van de Europese moderniteit. Er wordt van nieuwkomers nauwelijks iets verlangd.”
18 jaar zou hij verblijven in wat hij achteraf beschrijft als zijn gevangenisjaren. De Turkse gemeenschap in Nederland blijkt een hechte gemeenschap met vele cipiers. Met verve beschrijft hij zijn jeugdjaren. Eerst als kleine jongen in Turkije. Later als tiener en twintiger in de jaren ’80 en ’90 in Utrecht. Vluchten uit de gevangenis leidt hem ironisch genoeg terug naar Istanbul.
De reden dat ik het maar 3 sterren geef heeft te maken met de stijl. Een overvloed aan (matige) metaforen.
meer nog dan bij Lale Gul werd me duidelijk hoe verstikkend de schrijver zijn gemeenschap in Nederland heeft ervaren. En ik kan me daar alles bij voorstellen. Heel indringend.
Erdal Balci (Ardahan, Turkije, 15 januari 1969) is een Nederlands journalist en schrijver. Hij was ongeveer elf jaar oud toen hij naar Nederland kwam waar hij in Utrecht ging wonen met zijn ouders en de vier andere kinderen, hij was de jongste. In Utrecht bezocht hij eerst een jaar een taalschool. Daarna doorliep hij de mavo en de havo. Hij volgde een jaar lerarenopleiding en switchte toen naar de studie journalistiek, ook in Utrecht. Balci werkte voor het tijdschrift Contrast, en daarna onder andere voor Vrij Nederland, de Volkskrant en de Nieuwe Revu, voor Trouw, De Standaard en De Groene. In 1998 werd hij correspondent in Turkije, voor dagblad Trouw. Aanvankelijk met standplaats Ankara. Hij schrijft over de politieke ontwikkelingen in Turkije. Hij woonde lang in Istanboel en combineerde journalistiek met het schrijven van literatuur. Omdat hij wil dat zijn kinderen in vrijheid opgroeien trok hij na een verblijf van 16 jaar in Istanbul, terug naar Utrecht. Erdal Balci schrijft ongelooflijk mooi over zijn dramatische jeugdjaren in Turkije in een beeldende stijl vol vergelijkingen en metaforen. Als hij 11 jaar is, verhuist het gezin naar Utrecht, waar de vader al langer als gastarbeider werkt. De auteur ervaart het leven binnen zijn Turkse familie als een gevangenis. De sociale controle door de familie en de Turkse omgeving beperkt hem in alles. Er is geen liefde, maar wel dwang. Zijn omgang met zijn Turkse vrienden, de eerste contacten met meisjes en zijn liefdesverdriet, het zit in zijn autobiografische verhaal en neemt de lezer op openhartige wijze mee in zijn ontwikkeling om los te komen uit de gevangenis van het Turkse milieu met zijn onbarmhartige sociale controle. De Turks-Nederlandse romancier verkettert in zijn autobiografische roman zowel de starre islamitische cultuur als de postmoderne westerse plooibaarheid om die islam haar patriarchale positie te blijven gunnen.
De Gevangenisjaren schetst een beklemmend beeld van de hulpeloosheid van een stel migrantenkinderen in de Utrechtse straten en hoe mensen - ongeacht hun culturele of religieuze achtergrond hun leven zin trachten te geven, wat een uiterst moeilijke opdracht is. Erdal Balci - De Gevangenisjaren. Autobiografie over een onbekend Nederland (Singel, 2021)
Het is een vreemde gewaarwording om te lezen over de omgeving van je jeugd en te merken dat ervaringen zo sterk kunnen verschillen. Elke straat in dit boek is mij bekend en toch ook weer niet. Erdal Balci gaat met dit indrukwekkende, mooi geschreven boek onder andere in op het Nederlandse cultuurrelativisme, waarbij geen acht wordt geslagen op mensenrechten. De auteur is hier sterk op tegen en komt op voor vrijheid en verlichting in de geest van zijn inspirator Spinoza. Aan het einde van het boek besluit hij een grote stap te zetten om zich te ontworstelen aan de verstikkende Turkse gemeenschap en aan zijn rol als ‘professionele allochtoon’. De eerlijke schrijver is geboren.
Intelligent, kritisch en invoelend, zo manifesteert Eldar Balci zich als schrijver van “De gevangenisjaren”. In deze autobiografische roman behandelt hij, op soms humoristische, sarcastische, zo niet cynische toon, een onderwerp dat sinds om en nabij een halve eeuw in Nederland de nodige relevantie bezit. Ons land wordt hierin neergezet als, zo laat de tekst achterop het boek de potentiële lezer weten, ‘de poldergevangenis waar andere Turken de strengste cipiers zijn en het Nederlandse cultuurrelativisme de muren en het prikkeldraad’. Terwijl het gedurende de jaren dat hij in Turkije opgroeide voor Balci nog wel enigszins te doen was met de hem omringende islamitische cultuur, werd hij na zijn migratie naar ons land onverwacht geconfronteerd met de veel dwingender opvattingen en gewoonten van landgenoten die hem en zijn ouderlijk gezin voorgingen naar het ‘verlichte’, vrije Nederland. Waar een en ander in de naaste omgeving van de ik-figuur Erdal in concreto zoal toe heeft geleid, wordt door de auteur nog eens dunnetjes overgedaan in een lugubere samenvatting op de bladzijden 253-254 van “De gevangenisjaren”. Eerder al in het boek heeft hij Nederland daarvoor medeverantwoordelijk gemaakt: “In een dagelijks ritueel van onverschilligheid voor de pijn, de ellende en het verdriet bij de ander, verpakt als respect en tolerantie voor alles wat afwijkend was, dobberde dit land voort” (p. 229). De auteur weet het allemaal gloed- en stijlvol te verwoorden, en toont bovendien aan te beschikken over een benijdenswaardige opmerkingsgave. Ter illustratie hiervan een aantal citaten: “En zo gingen we naar de zoveelste bruiloft van een meid die een man uit Turkije had laten overkomen. Zij in opperste blijheid omdat ze aan de man was, hij smoorverliefd op de verblijfsvergunning” (p. 103); “[Vader] gleed af naar een mijn waar mensen in plaats van kolen vreugdeloze dagen verzamelden” (p. 157, zelfs in zijn tamelijk kwistig gebruik van metaforen kan Balci meestal aardig uit de voeten); “Hasan, die al een tijd geen bedoeïenendracht uit de zestiende eeuw meer droeg omdat de combinatie hoerenlopen en kleren van de Profeet dragen niet vol te houden was […]” (p. 163); “Haar lijf, dat meer te lijden had van de dagelijkse fitness dan van de ouderdom […]” (p. 237). Zo heeft Balci het ook over de ‘luiheid van de onwaarheid’ als een opstapje naar collectieve gekte (p. 69, hoe actueel kun je zijn) en over zijn alter ego Eldar, in diens hoedanigheid van stukjesschrijver voor dag- en andere bladen, als ‘een professionele allochtoon’ (p.245). ‘Stukjes’ van de columnist Eldar Balci worden lezers van de Volkskrant trouwens sinds enige tijd onthouden, hij is als zodanig aan de kant gezet door het dagblad dat zich er keer op keer op laat voorstaan een kwaliteitskrant te zijn. Tsja, ik vermoed eigenlijk dat stukken die ergens over gaan en ook nog eens prachtig zijn geformuleerd in genoemd dagblad in steeds sterkere mate plaats dienen te maken voor de onbenulligheid die onder de hoofdredacteuren Philippe Remarque en Pieter Klok zo’n hoge vlucht heeft kunnen nemen. Kritische en scherpzinnige journalisten als Marcia Luyten en Sheila Sitalsing mogen wel oppassen, hun dagen als Volkskrant-columnist zouden binnenkort wel eens geteld kunnen blijken te zijn. Hun vroegere collega Eldar Balci, om met Hans Teeuwen te spreken: dat dan weer wel, zit nu wat ruimer in zijn tijd om mooie boeken te schrijven.
Niet een boek waar je heel makkelijk in wordt meegenomen, maar wel erg interessant. Maakt bijvoorbeeld duidelijk hoe zeer de godsdienst, die in Turkije meer plichtmatig werd beleefd, in Nederland een sterke samenbindende maar daardoor ook samendwingende kracht kon worden. In veel opzichten doet het denken aan Ik ga leven: ook hier familie, buren en imams die voortdurend bezig zijn iedereen in het gareel te houden. De meisjes worden vroeg uitgehuwelijkt, maar ook jongens kunnen beloofd worden aan een nichtje en hebben zich maar te schikken. Om nog maar te zwijgen van wie het ongeluk heeft om in deze omgeving homoseksueel te zijn. Het boek is een autobiografische roman. Balci raakt het geloof al vroeg kwijt en verzet zich tegen zijn omgeving. Tot zijn verbazing wordt hij daarin door veel Nederlanders niet begrepen. Maar later als journalist schrijft hij stukken waarin hij de misstanden vergoelijkt waarover hij zich vroeger opwond. De gevangenis waarover hij schrijft zit grotendeels in hemzelf. Het is een onbereikbare Nederlandse liefde die hem aan het slot wakker schudt en hem ertoe beweegt te breken met het verleden. Balci idealiseert de Nederlandse samenleving. Hij houdt er een curieuze opvatting op na over de oorsprong van de harmonieuze verhoudingen in onze maatschappij (althans die van dertig jaar terug): dat komt door de ontdekking van de harmonie in Westerse muziek. Andere gedachtegangen zijn niet altijd even goed te volgen. Het eerste hoofdstuk, dat zich afspeelt in Turkije, voor het vertrek naar Nederland, is werkelijk prachtig.
On Tuesday, June 28 2022 The author published an artikel in the Dutch daily paper De Volkskrant on page 29. That exceptional piece of writing made me to look at his other publications.
At the moment the fourth paperback edition seems to be in print : ISBN 978 90 445 4204 2 (4) order ISBN 978 90 445 42?? ISBN 978 90 445 4205 9 (2) KB e-book ISBN 978 90 445 42??
Een paar weken geleden heb ik het debuut van Lale Gül gelezen. Dit boek heeft een vergelijkbare thematiek. Maar daar houdt elke gelijkenis op. De schrijver is een 50-jarige man en niet een vrouw die meer dan de helft jonger is. De jongen in het verhaal heeft zich niet echt moeten ontworstelen aan een gevangenis waar zijn ouders de sleutel van bewaarden. Hij speelt wel regelmatig de arme allochtoon, maar maakt ook gebruik van de voordelen die hem dat biedt bij een deel van de bevolking. Dat en het verschil van meer dan een generatie verklaart volgens mij het verschil van de schrijfstijlen. Gül is duidelijk woedend en schrijft ook met die woede als drijfveer. Zij heeft aardig wat moeilijkheden om zich te ontworstelen aan de dwangbuis waarin ze zich bevindt. Terwijl Balci er zich eerder wentelt in die allochtonensfeer. Zijn taal is ook zeer lyrisch. Al bij al moet ik zeggen dat ik voor "Ik ga Leven" meer waardering kan opbrengen dan voor "De Gevangenisjaren" en ik uitkijk naar het volgende boek van Lale Gül.
Een tamelijk vervelend boek. Ik kwam er niet in en vond het niet goed geschreven. De hoofdpersoon van deze ik-vertelling (het simpelste en saaiste vertelperspectief denkbaar) liet mij totaal onverschillig; ik kon niet met hem meeleven. De gevangenisjaren speelt in Utrecht – dat zou voor mij leuk moeten zijn, ik woonde er 22 jaar –, maar zelfs dat hielp niet. Ik ken alle plekken die worden genoemd goed, woonde bij de Jan Pieterszoon Coenstraat om de hoek en ook de straat van mijn eerste woonadres in Zuilen komt voorbij, maar ondanks die herkenning bleef het waardeloos. De aanduiding ‘roman’ ontbreekt overigens op dit boek (en ook op de titelpagina), toch is het een roman, een autobiografische. Balci zal zich wel in die conclusie kunnen vinden, want hij heeft het in een column in de Volkskrant van 7 februari 2022 zelf over ‘mijn roman De gevangenisjaren’. Het is dus een roman, en juist daarom is het boek niet geslaagd. Het is te weinig literair. Ja, de stijl is beeldend en er zijn vergelijkingen en metaforen, maar het is beneden de maat. Was journalist gebleven. Ik schrijf het niet vaak, maar dit vond ik echt zonde van mijn tijd.
Een bijzonder moedig boek! Kwam al twee jaar geleden uit maar toen was het aan mijn aandacht ontsnapt. Wel genomineerd voor Boon vorig jaar maar toch niet zoveel weerklank in Vlaamse media. Nochtans een heel actueel boek. Gaat over migratie in Nederland maar ik denk niet dat de situatie in Vlaanderen zoveel anders was. Het is gedurfd om zijn jeugd in Nederland te beschrijven als een gevangenis, met de Turkse gemeenschap als cipiers en de postmoderne Nederlandse maatschappij als prikkeldraad. Knap hoe eerlijk Balci getuigt over zijn hunkering naar liefde en zijn pad op weg naar vrijheid en gelijkheid.
Een soms beklemmend verhaal over de ontwikkeling die de schrijver in zijn jeugd en de jaren daarna meemaakt. Hij beschrijft hoe de Turkse en Nederlandse cultuur langs elkaar bestaan in Nederland en zijn worsteling om zich te onttrekken aan zijn conservatieve achtergrond.
Ik had dit boek liefst in een ruk uitgelezen, maar het biedt ook genoeg diepgang om over een paar jaar te herlezen.
De tweemaal “dat vertel ik later wel” en de alinea met twee zinnen die met “Maar” beginnen, om de volgende alinea opnieuw met “Maar” te laten beginnen, stoorden me. Het boek leest wel vlot, al kan ik er uiteindelijk geen echt touw aan vastknopen.
Mwa... De behoefte aan vrijheid en de verstikkende omgeving zijn treffend en mooi beschreven, maar ik ergerde me aan de politieke uitspraken en voorkeuren. Doet afbreuk aan het boek, dat daarmee meer een pamflet wordt dan een roman. Op 2/3 werd het wat langdradig/ uitzichtloos.
Indrukwekkend. Verstikkend. Zo tussen twee culturen te laveren, er zijn mensen van minder doorgedraaid. Ik zag de straten van Utrecht, waar het boek zich afspeelt, voor me. Prachtig.
Sterk.... weerstand en tegelijk begrijpen... oordelen en toch mild zijn.... medeplichtig als cultuur die ontvangt... mezelf bevragend wat mijn rol is ...