Lucie, een elegante vrouw, verblijft in de Alpen voor haar gezondheid. Over de aandacht van mannen heeft ze niet te klagen, maar in het hotel waar ze logeert valt haar oog op de jonge kelnerin Anna. Hun liefdesavontuur volgt een zeer kronkelend pad, waarbij de familie van Lucie bepaald niet rustig toekijkt. In de roman behandelt Vestdijk de liefde tussen de twee vrouwen zeer genuanceerd. Daarbij heeft hij een scherp oog voor de effecten van deze plotselinge relatie, die het gezinsleven van Lucie geheel ontregelt. Zoals altijd analyseert Vestdijk de emoties haarscherp en schrikt hij er niet voor terug enkele sensationele wendingen in het boek op te nemen, die de roman nog boeiender maken. Vestdijk brengt het hotelbestaan in een bergdorp overtuigend tot leven. Een Alpenroman verscheen voor het eerst in 1961 en bracht de recensenten in verwarring. Trouw reageerde nog geschokt over deze 'verboden vorm van geslachtelijke liefde'. Het Algemeen Handelsblad schreef: 'Dit boek is ziek, zo ziek.' Deze heruitgave bevat een toelichting door Doeke Sijens. Voor Tzum maakte hij een veelgeprezen serie over de historische romans van Vestdijk.
Born in the small town of Harlingen, Vestdijk studied medicine in Amsterdam, but turned to literature after a few years as a doctor. He became one of the most important 20th-century writers in the Netherlands. His prolificity as a novelist was legendary, but he was at least as important as an essayist on e.g., literature, art, music and religion. He also wrote poetry and short stories. His work has been translated into most Western European languages.
Het eerste deel van de roman is een aanloop waarin de personages in hun decor, familie en milieu worden neergezet - en wel zo uitgebreid dat de lezer ook in een hotel is in de Duitse alpen eind jaren vijftig. Het is duidelijk dat Lucie en Anna voor elkaar gemaakt zijn, alleen moet de rest van de wereld daar nog van overtuigd worden. In het tweede deel worden alle hindernissen genomen, waarvan het woord lesbisch er een is. Lucie schrijft zelfs haar jeugdliefde aan, inmiddels arts, of het wel kan. De man is ruimdenkend voor de tijd: de liefde tussen twee vrouwen kan, maar voorzichtigheid blijft geboden. Lucie is al niet meer te stoppen. Na een jaar van brieven schrijven, boekt zij weer het hotel van haar kelnerin. Vestdijk laat zich heerlijk gaan en de liefde wint, uiteindelijk. De roman is geschreven in een heden dat allang verleden is - en biedt zo ook een mooi kijkje in de tijd. Lucie bestelt appeltaart met sigaretten. Anna draait extra diensten om tijd te sparen om met Lucie te zijn. Oud SS-ers runnen een detectievebureau en zouden er het liefst bij schieten. Volwassen kelnerinnen worden consequent meisje genoemd. Vestdijk is in deze roman ook humoristisch en op dreef met natuurbeschrijvingen en originele beeldspraak. ‘Het regende een nuance sterker dan motregen.’
Vestdijk laat me beleven hoe het was om in Nederland (en, in dit geval, ook Duitsland) te leven tijdens de eerste helft van de twintigste eeuw. Hij schept echt een wereld, en ik weet eigenlijk niet eens precies hoe hij dat doet, maar ineens zit je erin. Ik vind al zijn boeken prachtig; hij is met afstand mijn meest favoriete Nederlandse auteur. Dit boek is daarop geen uitzondering. Ik vind het ook mooi hoe subtiel hij dit thema behandelt: soms wordt de interactie tussen Lucie en Anna een klein beetje kunstmatig, maar ik denk dat dat meer met het jaren-vijftig-taalgebruik te maken heeft dan met Vestdijk's eigen verbeeldingskracht of schrijverstalent.
Hij schrijft ook zo mooi. Een van mijn favoriete passages: "Ze was er, ze was er niet, ze was al voorbij. Ze was verblindend mooi, dat wel. Rank als een berk, om voor te knielen, had ze met borden en schotels gelopen; ze had over tafeltjes uitgekeken als de meesteres over leven en dood. Ze had zachte, rose lippen, daar was iemand aan te gronde gegaan. De hele Goldene Ochse keek haar na, alles werd tot schim om haar heen. Zij, zij was de enige werkelijkheid. Maar ze was weg, ze was er niet meer. Men zou hemel en aarde kunnen doorzoeken, men zou in de melkweg kunnen dreggen, onder God's troon kunnen kijken: ze was weg" (374).
Een Alpenroman (wat een suffe titel) vind ik niet het beste boek van S. Vestdijk. Toch heb ik er van genoten. De handeling betreft het opbloeien van de damesliefde tussen een (vermeende) hartpatiënte, Lucie, die op kuur gaat naar de Beierse Alpen en een aldaar in een hotel werkzaam dienstertje, Anna genaamd. Deze Anna, hoewel reeds 30 jaar oud, wordt door Lucie steevast betiteld als een meisje. Anna noemt Lucie tot op het eind “mevrouw”. Wat mij het meest trof, is de onnadrukkelijke, niet-politieke manier waarop Vestdijk de lesbische verhouding tussen Lucie en Anna neerzet. Het woord ‘identiteit’ in de betekenisloze zin van het woord, valt niet eenmaal. Heel verfrissend. Het verhaal verloopt traag, maar dat mocht mijn pret niet drukken. Er komen mooie figuren in voor, zoals de schurkachtige schoonzoon van Lucie, Charles, haar wat kwezelachtige dochter Babs - de naam zegt het al - en Henk Ebbinge, haar echtgenoot. Er wordt veel gewandeld, veel gepalaverd, veel gepiekerd. Ik heb me geen moment verveeld.
Dit was mijn tweede roman van Vestdijk en een nogal vreemde. Ik las het omdat het op de lijst van de Groningse “Mijlpalen der literatuur” staat, waar ik graag heenga en waardoor ik boeken lees die ik anders niet zou lezen (zoals dit).
De hoofdpersoon Lucie wordt verliefde op een Duitse kelnerin en ontdekt zo de “lesbische liefde”. Tijdens het lezen is het goed om in gedachten te houden dat dit boek begin jaren zestig is geschreven, waardoor dat “lesbische” waar uitgebreid over wordt geschreven, in een ander licht komt te staan.
Het schijnt dat men in de tijd dat het boek uitkwam schande sprak over de “vuiligheid” in het boek, in deze tijd denk je eerder “doe niet zo moeilijk”. Maar dat is het wel voor de hoofdpersonen, en Vestdijk beschrijft dat interessant.
Het boek is geschreven in een stijl die ik normaal weinig lees en daardoor verrijkend. Ik ben benieuwd naar de lezing en hoe daar over het boek gesproken zal worden. Vooral bladzijde 364 vond ik vreemd…
Één van mijn favoriete boeken van Vestdijk na meer dan veertig jaar herlezen. Het is nog even geweldig als toen, niet eens zozeer door het onderwerp dat rond 1980, toen ik het voor het eerst las, al niet meer gedurfd was, maar door de meanderende stijl met de vele vestdijkiaanse nuchtere, onverwachte en geestige formuleringen, die het boek fris en tijdloos maken, ook al speelt het in de jaren vijftig van de vorige eeuw. Op naar de volgende Vestdijk.
Op 20 augustus 2021 kwamen we tezamen bij Hans’ duinhuisje om de Alpenroman te bespreken, een van Vestdijks vele, vele, heel-vele romans. Waar voor anderen ‘Beste zangers’ misschien een guilty pleasure is, is Vestdijk dat voor Hans. Gelukkig was er ook soep, prei-makreel en wortel-gember, beide in hoge mate onvolprezen; het kan zijn dat de jonge bruid Truus daar een mede-hand in heeft gehad . . . Veelschrijver en rokkenjager Vestdijk had een getroubleerd, door manisch-depressiviteit getekend leven, wordt nu nauwelijks meer gelezen, maar durfde indertijd wel gewaagde thema’s aan te snijden. Zoals in dit boek, waarin de rijke, middelbare hoofdpersoon de lesbische liefde ontdekt met de eenvoudige, jongere kellnerin van het Alpenhotel waar ze voor onduidelijk hartezeer verblijft. Meningen over dit boek liepen zeer wijd uiteen, de standaard deviatie bereikte een nieuw maximum! Algemeen werden de natuurbeschrijvingen (-belevingen, Jan!) geroemd, metaforische heuvels en dalen als evenzovele ontdekkingen aan het vrouwenlichaam. De vertraging in tijd en ontwikkeling, de vlotte schrijfstijl, de vileine ironie, de Couperus-achtige sfeer- en karaktertekening werden genoemd – jullie sympathieke scribent, die huppelend naar bed ging vanwege dit boek, nam zich voor meer van Vestdijk te lezen. Enkele anonieme anderen daarentegen (Jacques en Truus), kregen het boek alleen uit vanwege de gevoelde groepsdruk, saai, traag, lange zinnen, irritatie over de elite, ‘flat characters – no good’, die Vestdijk is meer dokter (vast beeld) dan psycholoog (ontwikkeling). Andere pejoratieve adjectieven die dit boek toebedeeld kreeg: vrouw-vrouw-relatie als defect omdat vrouw-man niet lukt, alleen maar hysterische vrouwen, afhankelijk karakter maar toch heel eigenzinnig/zelfstandig, afstandelijkheid tussen de geliefden blijft ondanks de zweterige intimiteit, Vestdijks male white gaze. Het was ook in andere opzichten een memorabele avond – hebben homo’s het moeilijker dan lesbiennes, heb je liever een lesbische dochter dan een homo-zoon?; Cor gaf aan eindelijk te stoppen met huiselijk geweld, Jacques en Cor deden kond van vroegere MORT- en zelfs GORT-avonden vol knuffels en spinsels. Anderen vroegen maar niet teveel door, bang misschien als ze waren voor de gang van zaken op onze eigen leesclub (LORT?). Al met al weer een bijeenkomst om in te lijsten.