Dit boek wil een representatieve bundel zijn van een genre van geschiedschrijving, waarop professor Gerschenkron zich zeer speciaal toelegde, nl. het recenserend artikel. Tien belangrijke historische werken, handelend over economische ontwikkeling, Europees socialisme en Sovjetproblematiek, worden door hem op kritische wijze doorgelicht. Een van de werken is The Great Terror van R. Conquest. De recensent geeft hier een samenvatting van zijn eigen visie op gestelde problematiek en confronteert deze met de visie van de auteur. In het essay Sovjet Marxism and Absolutism wil de recensent actief tussen komen in een debat tussen Sovjet-historici. Met precies dezelfde gedachten voor ogen, werd het boek V. Aleksandrova, Sovjet-Russia: Literature and Life gerecenseerd. Op analoge wijze werd het begrip continuïteit, zoals dit gebruikt en gezien wordt in de Duitse anthropologie (Concept of Continuity in German Anthropology), geconfronteerd met het concept continuïteit in de geschiedenis door de recensent zelf benaderd en gehanteerd naar aanleiding van een studie over Europese industrialisatie. Verder wordt de lezer geconfronteerd met de belangrijke studies van Blackwell en Confino. De enorme eruditie van Professor Gerschenkron, zijn scherp inzicht en zijn rationele geest maken het mogelijk op kritische wijze tot de diepste kern van voornoemde werken door te dringen en zelf creatief bij te dragen tot een verbetering of verruiming van de conclusies. Bovendien werd het boek geschreven in een krachtige en suggestieve taal, waardoor ieder essay uitgroeit tot een intellectueel en literair festival.
"Gerschenkron was an economic historian and a comparativist, writing on the European past and the Soviet present. He taught from 1948 to 1975 in the department of economics at Harvard, producing, if that is quite the word, scores of graduate students and writing a moderate number of books. He made an impression. Students and colleagues lived in awe of him, and not only because they were merely economists while he was everything, a polymath ranging over statistics and Greek poetry and a great deal in between. Other people who know everything - the Bernard Lewises and the Albert Hirschmans of the scholarly world - tell stories about Gerschenkrons erudition and wit as though even they, too, were impressed."
Ideeën moeten vertaald worden naar praktijk vooraleer ze beoordeeld kunnen worden. De enorme sociale miserie die het liberalisme voortbrengt maar met de mantel der liefde bedekt, degradeert deze tot ideologië, biedt het marxisme al 150 jaar gratis penaltyshots en verheft die laatste tot de kritische discipline bij uitstek. Maar het marxisme geraakte in de sprong naar de praktijk zelf vermangeld tot een canonieke rechtvaardiging van deze of gene politieke ontwikkeling, afgetoetst aan een vast omlijnd vocabularium dat steeds minder de lading dekte. De gestage mummificering van de marxistische traditie sinds de jaren 30 enerzijds, en haar verzanding in ontelbare micro-theorietjes anderzijds, moet gezien worden als haar onvermogen om haar eigen nalatenschap te verklaren: de Sovjet-Unie, het oostblok en de velerlije staatssocialismes die op drie continenten ontsproten en vaak zonder testament ten gronde gingen, maar ook de integratie van de sociaaldemocratie in het kapitalisme.
Om die socialistische projecten te begrijpen volgens hun eigen geproclameerde ideologie moet je de marxistische basisconcepten danig uitrekken dat ze hun elegante eenvoud en verklarende kracht verliezen. Dat is op zich enkel een probleem voor zij die verknocht zijn aan specifieke frasen; de 'rationele kern' van het marxisme, het historisch materialisme, bevrijd van kruiperige eerbied voor gecanoniseerde conclusies, toont zichzelf nog steeds vinniger dan haar analytische concurrenten op utopisch links en particularistisch rechts.
Verdedigers van die kern, of ze zichzelf er bewust toe rekenen of niet, komen voornamelijk samen rond hun erkenning van de relatieve autonomie van instituten en de ongedetermineerdheid van maatschappelijke ontwikkeling. E.H. Carr had geen doen met het canonieke marxisme maar verklaarde en steunde de ontwikkelingen van de Sovjet-Unie vanuit zijn conclusie dat een maatschappelijke herorganisatie daar nodig was, en liberale recepten hier geen enkele raad over konden geven. Alexander Gerschenkron verloor zijn marxistisch geloof door de gelijktijdige successen van de Weense sociaal-democratie en de grimmige pendant van de Sovjet-Unie, maar bleef in wezen geobsedeerd met diezelfde kern: wat zijn de voorwaarden voor maatschappelijke ontwikkeling en hoe kan die best gekanaliseerd worden?
Deze recensiebundel is een springplank naar verschillende politieke vraagstukken: stagnatie en groei in landbouwmaatschappijen, het zelfbeeld van de sociaaldemocratie, absolutisme en het primaat van de politiek toen en nu, en het Sovjetbestuur. Wat hij daarin zegt, volgt een andere keer. Maar de constructieve manier waarop hij zelfs bij compleet meningsverschil de stellingen van een boek naar een hoger, nieuw niveau tilt, zijn de gouden standaard voor enig economisch historicus.