Dit boek viel me tegen, maar misschien vooral omdat ik er teveel van verwachtte. Het is geen alternatieve geschiedenis van Joegoslavië (ook vanwege de exclusieve focus op Servië en Bosnië) - integendeel, het volgt eigenlijk het verhaal van ieder ander boek over nationalisme, geweld en postsocialisme op de Balkan, alleen dan (deels) door de lens van zwerfhonden. In die zin biedt het eerder een ander perspectief dan een echt alternatief.
Het leeuwendeel van jet boek behandelt de omgang met zwerfhonden en de politieke conflicten en connecties die hieruit ontstaan na de ineenstorting van Joegoslavië, waarbij Van Hengel knap de wisselwerking tussen zwerfhonden en allerlei sociaaleconomische en politieke kwesties laat zien en heel goed alle tegenstrijdigheden en gevoeligheden inzichtelijk maakt, ook op lokaal niveau in Bosnië en Servië. De hoofdstukken over eerdere periodes stellen teleur en zijn louter gekoppeld aan Tito of etnisch conflict door de ogen van een romanschrijver - niet echt een andere visie op honden of Joegoslavië. Sterker nog, de geschiedenis van honden in het algemeen of in de communistische periode komt amper aan bod.
Het is wat dat betreft zeker geen geschiedenis vanuit het perspectief van viervoeters of een perspectiefwisseling a la communist pigs over de DDR, meer ecogerichte werken of andere boeken vanuit de animal studies. Maar toch, eerder een mooi boek voor geïnteresseerden in de Balkan, die bij de kenner Van Hengel en zijn invoelende antropologische blik zeker aan hun trekken zullen komen, dan voor anderen. Tot slot is het nemen van dieren als uitgangspunt, ondanks mijn kanttekeningen, alleen maar te prijzen.