Een geschiedenisboek zoals je die zelden leest.
De rode draad is het leven van Erasmus.
Maar rondom dat leven vinden heel veel gebeurtenissen plaats die het leven van de hoofdpersoon beïnvloeden. Ook die gebeurtenissen worden beschreven, zo nodig uitgediept. Daarbij geeft Sandra Langereis de verbanden met het leven van Erasmus, en legt de relevantie uit door hier zware accenten te leggen en daar lichte.
Uitgediept wordt, om te beginnen, het kloosterleven waar Erasmus zich na zijn intreding aan moest houden. Hoe het eigenlijk toeging in een middeleeuws klooster. Hoe strikt de discipline was van vasten, zingen en bidden (de acht gebedsstonden: De metten gedurende de nacht, om middernacht. De lauden rond zonsopgang. De priem rond 6 uur. De terts rond 9 uur. De sext rond 12 uur. De none rond 15 uur. De vespers rond 17 uur. De completen rond 20 uur) en hoe zwaar dat Erasmus viel. En dat vroom gedrag belangrijker was dan zelf nadenken, daar kon Erasmus ook slecht tegen. Dat lijdt, mede, tot zijn boek ‘tegen barbarij’, waarin hij de onbekwaamheid van leermeesters bekritiseert die door hun eigen tekortkomingen de onwetendheid in stand houden.
En dan hoe ‘de boekenwereld’ in (en voor) die tijd functioneerde. Perkament, papier, hand geschreven, gedrukt. Hoe de uitgever, de drukker en de boekhandelaar vaak één en dezelfde persoon was. De rol van de zetter, de inkter, de drukker. Dat boeken gedrukt werden door een door de auteur geselecteerde drukker en meteen daarna ‘nagedrukt’ door andere drukkers die dan hun eigen markt bedienden. (waaronder Lof der zotheid, Adagia, Novum Testamentum, Handboek voor de Christensoldaat, Parafrase van Paulus' brief aan de Romeinen, De vrije wil). Allemaal zonder vergoeding voor de auteur.
Hoe auteurs, en dus ook Erasmus, om geld moest bedelen bij rijke (vaak adellijke) mensen, die hij dan in zijn voorwoord/aanbeveling bij het boek benoemde als geërde kenner, mecenas o.i.d..
Heel vernederend.
Dat hij dus ook, in tegenspraak met zijn principes, daar aan toe gaf om te kunnen (over)leven, wat hem tot een beetje gespleten persoon maakt.
Hoe Erasmus, op zijn tocht te paard over de Alpen, ‘blij’ was met het koude weer, omdat dat de struikrovers er van weerhield op pad te gaan.
Hoe de universitaire wereld werkte, waar Erasmus uiteindelijk een plek wist te verwerven. Hoe hard en op hoog niveau er gewerkt werd en hoe armoedig het leven van de docent Erasmus evengoed bleef.
Hoe de discussies verliepen tussen de verschillende geloofsstromingen binnen de katholieke kerk, met elk hun eigen favoriete kerkvader (en hun persoonlijke vooroordelen en na-ijver) en hoe die discussie met de opkomst van Luther volkomen uit de hand liep, tot en met martelingen en ketterverbrandingen toe. Duidelijk laat Langereis zien dat Erasmus een historisch taalkundige benadering had waar Luther een geïnspireerd metafysische houding aannam, en daar naast op persoonlijke gronden over ging tot scheldpartijen.
Door al deze aspecten te behandelen, in perspectief te plaatsen en te verbinden met Erasmus is dit boek veel meer geworden dan (alleen) de biografie van Erasmus. Het is een vlot geschreven schets van een tijdperk waarin de macht van de (katholieke) kerk kantelt en zelf over dingen (waaronder de bijbel) nadenken opkomt, mede dankzij de boeken die Erasmus schreef.