Heeft een miljonair recht op zijn rijkdom? Moeten we zelfs een moordenaar vergeven? En kan een mens ooit zijn lot veranderen? Het hangt allemaal af van ons antwoord op een fundamentele vraag: hebben we een vrije wil? Filosofen twijfelen al eeuwen over het antwoord hierop, en sinds decennia roepen biologen en neurologen dat de vrije wil niet bestaat. Ieder jaar stapelt het bewijs tegen de vrije wil zich verder op: we zijn een product van onze genen, van onze geschiedenis en van onze omstandigheden. Toch laat de vrije wil ons niet los. Deze mythe heeft meer invloed dan ooit – in ons strafrecht, onze economie en onze zoektocht naar geluk. Jurriën Hamer denkt verder waar anderen terugdeinzen en stelt de rol van de vrije wil ter discussie. Waarom schurken pech hebben en helden geluk is een confronterend debuut met radicale implicaties voor onze manier van leven – van onze politiek tot onze meest intieme relaties.
Wat een verschrikkelijk kutboek! De eerste helft vecht de schrijver met een stropop en een simplificatie, en de tweede helft draagt de schrijver onoriginele ideeën aan, en wat me nog meer dwarszat, laat hij zien dat ook hij toch niet los kan laten van de samenleving om zich heen en nog steeds de problemen die hij ziet probeert te fixen met een simpele cultuurverandering en kleine wetjes. Geen analyse van macht, geen analyse van het systeem dat de samenleving maakt zoals hij is. Toen hij daarna 'a rising tide lifts all boats' zei, heb ik het boek 5 pagina's voor het einde weggelegd.
Een boek dat ik maar niet kon wegleggen. Interessante ideeën die erg toegankelijk zijn opgeschreven. Vanaf het een na laatste hoofdstuk ‘Beloning zonder meritocratie’ werd het voor mij wel een stuk minder goed.
Waarom schurken pech hebben en helden geluk. Jurriën Hamer
Inhoud: moderne filosofen en aanverwanten hebben grote twijfels bij het bestaan van de libertaire vrije wil, dwz. de absolute vrije wil. Ik noem Daniel Dennett, Sam Harris, Dick Swaab (geen filosoof maar een neurowetenschapper) en dus ook deze Jurriën Hamer. Ook oudere filosofen als Schopenhauer zochten het in deze richting. Hamer gebruikt in zijn tekst de term vrije wil voor deze absolute, libertaire vrije wil. Dat zal ik hier ook doen. Ik probeer het boek wat samen te vatten, gewoon om het voor mijn eigen beperkte brein wat overzichtelijk te maken, maar als u dit allemaal zelf wil ontdekken, moet u dit niet lezen. (Dat was u overigens toch al niet van plan).
SPOILERS!!
Hamer is heel duidelijk: de volledig vrije wil is een wetenschappelijke onmogelijkheid. Ons brein, en dus onze daden zijn onderworpen aan talloze invloeden buiten onze wil om, zoals genen, opvoeding en gewoonweg externe willekeurige omstandigheden (zelfs de onvoorspelbare bewegingen van subatomaire deeltjes/golven worden er bij gesleurd). In alles zijn er oorzaken en gevolgen (natuurwetten noemt Hamer ze). Tegelijk erkent Hamer wat ongeveer elk mens voelt: dat de mens ten zeerste verknocht is aan de vrije wil, en daar absoluut geen afstand van kan doen. Louter filosofisch moet er dus een tussenweg gevonden worden tussen de overtuiging van ieder mens, dat hij een vrije wil heeft, en de wetenschappelijke onmogelijkheid van de vrije wil. Deze is volgens Hamer de reflectieve vrije wil, een andere term voor wat bv. Daniel Dennett de compatibilistische vrije wil noemt. Hamer en Dennett (en nog anderen) willen dus bij het ontkennen van de libertaire vrije wil niet terugvallen op absoluut determinisme, zoals Sam Harris doet. Hierbij is er helemaal niks vrije wil over, en ben je heel je leven de speelbal van ..., ja van wat? Het Lot of zo? De reflectieve vrije wil draait om het vermogen van mensen om na te denken en op basis van redenen keuzes te maken. Dit is geen volledig vrije wil, want deze redeneringen zijn een gevolg van de wetten der natuur, genen, opvoeding, toeval, zoals hierboven aangehaald. Toch is er een zekere mate van vrijheid: de menselijke vrijheid bestaat uit het vermogen om voor jezelf na te denken: we kunnen even afstand nemen van de wereld en ons afvragen welke keuze en welk leven onze diepste wensen uitdrukt. Het is een zoektocht naar authenticiteit, die af en toe bereikt wordt en dan tot een gevoel van vrijheid en voldoening leidt. Maar heel vaak wordt dit denkproces gefrustreerd, doordat we niet precies weten wat we willen, door tijdsgebrek, door dwang van buitenaf.
De reflectieve vrije wil blijft dus in mijn ogen een beetje een halfgare oplossing die tussen 2 uitersten schippert en daardoor eigenlijk niet helemaal overtuigt. Het volledige determinisme à la Sam Harris had tenminste het voordeel van de duidelijkheid, maar roept tegelijk het schrikbeeld van totale willekeur, onmacht en amoraliteit op. Het ander uiterste, de volledig vrije wil à la Ayn Rand, moeten we eigenlijk gewoon vergeten, daar was ik al langer van overtuigd.
In deel II gaat Hamer dieper in op een nieuwe samenleving, gebouwd op een nieuwe moraal, en nogal toegespitst op het strafrecht. Hij is met name ook jurist, en niet alleen filosoof.
De hamvraag: welke moraal houden we over als we de vrije wil altijd zullen betwijfelen, maar nooit volledig kunnen verwerpen? De conclusie van Hamer is, dat ook mensen die misdaden begaan, het niet verdienen daarvoor te lijden. Vergelding mag niet bestaan. De andere kant van de medaille: wijze en moedige mensen hebben niet zomaar het recht op rijkdom, faam, en beloningen van welke aard ook. Ze hebben uiteindelijk vooral geluk gehad. Onze moraal behoort fundamenteel te zijn, dat ieder mens een gelijke morele waardigheid bezit, vanaf zijn geboorte tot zijn dood, ongeacht wat hij intussen op zijn kerfstok heeft. Verliezers en misdadigers zijn tragische mensen, maar geen waardeloze mensen. Winnaars en helden zijn nastrevenswaardige, maar geen superieure mensen.
Een samenleving zonder schuld. Straf zonder vergelding. De meritocratie moet op de schop.
Hamer gaat dus de linkse toer op, net als Rutger Bregman, allebei met een obsessie voor gelijkheid.
Hamer pleit ervoor een samenleving te organiseren zoals een kleine gemeenschap of familie, met liefde, begrip, vertrouwen en onderlinge hulp. Heel mooi, maar hij vergeet toch wel dat er een fundamenteel verschil is tussen enerzijds een kennissenkring van 20 of 30 mensen, die weten wat ze aan mekaar hebben, en anderzijds een maatschappij van 5 of 10 of 100 miljoen mensen, die allemaal onbekenden voor mekaar zijn. Voor een volstrekt onbekende persoon ben je hoe dan ook op je hoede. Dat is genetisch ook zo gegroeid over honderdduizenden of miljoenen jaren. Overdreven goedgelovigheid en naïviteit werden evolutionair afgestraft, xenofobie werd bevorderd, of men dat nu leuk vindt of niet. Je kunt zo maar niet de aannames van een vriendenkring overbrengen op een volledig land. Trouwens, wie denkt dat het in een familie of vriendenkring alleen maar rozengeur en maneschijn is: think again.
This entire review has been hidden because of spoilers.
Jurriën Hamer kwam ik op het spoor via de podcast De Verwondering. Hier raakte ik geïnteresseerd in zijn standpunten en filosofie. Dit boek bevestigde deels wat de filosoof al in de podcast verkondigde, maar ook andere zaken kwamen aan bod zoals het geloof in de de vrije wil en waarom dit zo belangrijk is om onze samenleving draaiende te houden. Af en toe verloor ik de rode draad een beetje, maar zijn argumenten en standpunten waren helder.
Vrije wil is onze religie en de meritocratie is onze kerk. Onze hele maatschappij is gebaseerd op verdienste en dus in strijd met de wetenschap. Provocatie van het gezonde verstand, heerlijk!
Hamer is betrokken op de samenleving en put in zijn boek "Waarom schurken pech hebben en helden geluk" (bekroond met de Socratesbeker 2022) uit zijn juridische en filosofische achtergrond om tot een nieuwe opvatting over de 'vrije wil' te komen. Zijn doel is om daarmee Nederland weer rechtvaardiger te krijgen.
'Verdienste' als basis voor ons maatschappijmodel (meritocratie) heeft namelijk nare bijwerkingen. Personen die hun kansen niet grijpen hebben dat aan zichzelf te danken. En zij die zich misdragen, worden steeds harder aangepakt. H. rekent via een omweg af met de meritocratie. Zijn tegenstander is overduidelijk de romanschrijfster Ayn Rand (1905–1982) die met haar opgeblazen individualisme de rol van de omstandigheden bagatelliseert.
Hamers betoog is als volgt. Verdienste is slechts mogelijk als een mens een vrije wil heeft. De vrije wil bestaat niet, want de mens is in deze wereld geworpen en heeft zich te verzoenen met zijn tragisch, deterministisch lot. Door dit determinisme te omarmen (slothoofdstuk) kunnen we afrekenen met beloning, straf en verdienste. Met enkele voorbeelden uit de hersenwetenschappen (tumor en gedragsverandering) en het strafrecht (Noors gevangeniseiland) verduidelijkt hij zijn positie.
Een vraag en een opmerking bij dit prikkelende betoog.
1) Is het noodzakelijk om zo’n extreme filosofische positie in te nemen in de strijd tegen de meritocratie? H. verzet zich – in lijn met de vrijewilontkenners Dick Swaab (*1944) en Victor Lamme (*1959) – tegen het bestaan van de vrije wil. Agency verdampt hiermee volledig. Maar is dat argumentatief noodzakelijk? Compatibilisten waaronder Daniel Dennett (Boek: Van bacterie naar Bach en terug, 2017) en Douglas Hofstadter (Boek: Ik ben een vreemde lus, 2008) gaan ook voor een monistisch materialisme, maar geven de vrije wil daarin een plek en ontkennen haar niet. Filosofisch is dat een vruchtbaarder insteek – want minder eenzijdig in het nature-nurture-debat – terwijl het determinisme van deze compatibilitische positie net zo goed gebruikt kan worden als argument tegen Rand cum suis. ‘Alles van waarde is weerloos’ geldt ook voor een oud, diep en breed begrip als de vrije wil. Is het echt nodig om, in een maatschappij die misbruik maakt van verdienste, de vrije wil te elimineren?
2) Uit het dankwoord blijkt dat de auteur kerkelijk is grootgebracht. Als er de afgelopen eeuwen één plek is geweest waar geworsteld is met het thema vrije wil, dan is het wel in de protestantse kerken. Discussies tussen Erasmus en Luther bijvoorbeeld. Ook de politiek-invloedrijke synode van Dordrecht (1618-1619) draaide om ‘determinisme’ en ‘vrije wil’. De rol van deze godsdienstfilosofische worstelingen in onze seculiere – maar aan het christendom schatplichtige – meritocratische samenleving blijft in het boek van H. onaangeroerd. Terwijl het juist interessant is om te onderzoeken waarom het net de meritocratische samenlevingen zijn die de mensenrechten op de agenda hebben gezet en waar de doodstraf (!) is afgeschaft. [Zie bijv. werk van de Canadese filosoof Charles Taylor (*1931) en de Nederlandse Ger Groot (*1954) over de verhouding Christendom en moderniteit.] De auteur vliegt duidelijk uit de bocht bij het citaat van Dostojevski, ‘Als God niet bestaat, is alles geoorloofd’ (p. 97). Hij laat God en vrije wil – je kan in een boekje van 162 pagina’s nu eenmaal niet te ingewikkeld doen ... – met elkaar samenvallen (p. 99): ‘We kunnen de waarschuwing van Dostojevski naast ons neerleggen. Het betwijfelen van de vrije wil luidt geen anarchie in, maar leidt tot herbezinning’.
Minder radicaliteit en voorzichtiger definiëren met aandacht voor de ideeëngeschiedenis kunnen dit betoog scherper en overtuigender maken.
Interessant boek dat ageert tegen de vrije wil en meritocratie. Vernieuwende inzichten en ook een beschrijving van alternatieven. Ik weet niet hoe uitvoerbaar/realistisch/ te soft die zijn.
Citaten Deze vrije wil is een merkwaardig en mysterieus idee. Het heeft namelijk één in het oog springende eigenschap: het is een volstrekt onwetenschappelijke notie.
Er zijn namelijk weinig ideeën zo aantrekkelijk als het idee dat jij de ultieme bron bent van al je keuzes. Ik denk dat er drie redenen zijn dat we onszelf steeds maar weer proberen te overtuigen van het bestaan van de vrije wil, en dat zelfs de meest geharde scepticus voortdurend weerstand moet bieden: de vrije wil is een machtsinstrument, de vrije wil maakt ons gelukkig, en de vrije wil vormt een essentieel onderdeel van onze morele overtuigingen.
als we iets in de werkelijkheid willen bereiken moeten we die werkelijkheid proberen te doorgronden. En dan helpt het niet als ie mand allerlei ideeën tevoorschijn tovert die deze zoek tocht frustreren. Dat is helaas precies wat de vrije wil doet. De vrije wil wisselt een rationele analyse van de patronen van de werkelijkheid in voor een verhaal over onze bovenmenselijke vrijheid. p.50
De rest van dit boek zal gewijd zijn aan een nieuwe moraal, die gebouwd is op menselijke waardigheid, maar voorbijgaat aan schuld en verdienste. Ik wil de kern ervan alvast beschrijven. Allereerst draait de nieuwe moraal om radicale gelijkheid: de overtuiging dat mensen niet alleen met waardigheid geboren zijn, maar deze waardigheid tot aan hun dood bij zich zullen dra gen. Wat een mens ook doet, wat hij ook op zijn gewe ten heeft of krijgt, volgens deze moraal telt hij altijd mee, mag hij nooit afgeschreven worden, en houdt hij altijd recht op een gelukkig en vervullend leven. nieuwe moraal stelt ook dat we vrijheid anders moeten opvatten. Onze vrijheid draait niet om onze ervaring van de vrije wil, maar om onze ervaring van authenticiteit. Een moraal die niet gebaseerd is op lijden, maar op consequenties. p98-99
Dus wat gebeurt er als we het idee van schuld afzwe ren? Hoe moeten we straffen als we geloven dat nie mand ooit een volstrekt vrije keuze maakt, en daarom niemand ooit straf verdient? p109
Minder straffen hoeft niet te leiden tot minder veilig heid. Sterker nog: als je minder straft, maar wel de pak kans verhoogt en werkt aan preventie, wordt Nederland veiliger. Als je de vrije wil betwijfelt en de schuld af zweert ben je geen zachte heelmeester die een stinken de wond maakt. Integendeel. Je accepteert dat criminali teit oorzaken heeft, en doet er alles aan om die oorzaken weg te nemen. p118
Soms is straffen noodzakelijk. Ze moeten ons helpen om onze verantwoordelijkheid te nemen p.127
we kunnen en moeten elkaar helpen verantwoordelijk te zijn. Iemands karakter kan onder steund worden, en vele mensen hebben die ondersteu ning hard nodig. Twijfel aan de vrije wil, maar geloof in consequenties. p129
Een wereld zonder verdienste is een wereld van solidariteit . Het is, om er een cliché bij te halen, een wereld die lijkt op een hechte familie. Toch kunnen we van hechte families veel leren. Ze bieden namelijk drie cruciale dingen: in zo'n familie be staan onvoorwaardelijke banden, maakt men elkaar geluk kig en wordt het succes van de geluksvogel met de pechvogel gedeeld. Samen vormen deze drie waardes de basis van een nieuw politiek verhaal, over een samenleving die het een stuk beter doet dan de meritocratie p.144
Geluk is geen keuze. Doorzettingsvermogen moet maar net in je genenpakket zitten. We worden door het leven voortgestuwd door factoren waar we amper invloed op hebben gehad. De vrije wil en kansengelijkheid zijn illusies. Als we dat eens goed tot ons door zouden laten dringen zou de weg vrij zijn voor een rechtvaardiger en menselijker wereld. Goed om weer eens op dat spoor gezet te worden. (en ook immorele bankiers verdienen enige mildheid)
Erg toegankelijk geschreven, soms ontbreekt daardoor wel wat diepgang. Ik heb het vermoeden dat dit boek meer voor mensen is geschreven die niet per se een achtergrond in de filosofie hebben. Veelal goede ideeën in begrijpelijke taal. Toch gaat de overtuigingskracht ten koste van de beknopte lengte.
Disclaimer: ik behoorde al tot het kamp van vrije wil skeptici en was bekend met het academische debat over vrije wil en de maatschappelijke implicaties van het bestaan dan wel niet-bestaan van de vrije wil.
Erg knap hoe Hamer ingewikkelde materie helder uitlegt aan de hand van rake voorbeelden en een strak, overtuigend betoog opvoert. Eventjes dacht ik dat hij de stof te veel versimpelde, omdat hij de compatibilistische opvatting van de vrije wil lijkt te interpreteren als een afgezwakte, niet-serieuze opvatting van de vrije wil (daarmee indruisend tegen het academische debat) en deze als rechtvaardiging lijkt te gebruiken voor hard deterministische, revisionistische conclusies over maatschappelijke praktijken (die compatibilisten van de hand zouden wijzen). Maar dan komt hij hier toch later op terug wanneer hij uitlegt dat de compatibilistische opvatting van de vrije wil wel degelijk voldoende wordt geacht, althans door haar voorstanders, om onze praktijken die steunen op een idee van verdienste te rechtvaardigen. Hamer bekent dat hij lang heeft gedacht dat de compatibilisten het hier bij het rechte eind hebben maar dat hij dit uiteindelijk toch niet kon rijmen. Ik kan me vinden in zijn gedachtegang, al blijft het compatibilisme een verleidelijke positie.
Het enige puntje van kritiek, naast het overbodige laatste hoofdstuk, is misschien dat Hamer op een wel heel algemeen niveau de libertaire en compatibilistische opvattingen van vrije wil weerlegt. Hij maakt bijvoorbeeld geen onderscheid tussen de oude stijl compatibilisten (A.J. Ayer, G.E. Moore) en de nieuwe compatibilisten (al lijkt hij zich te baseren op Fischer en Ravizza's 'reasons-responsiveness' versie) of tussen de verschillende vormen van hard determinisme (o.a., klassiek hard determinisme, Perebooms 'hard incompatibilisme', Galen Strawsons impossibilisme). Als je op meer detailniveau zou kijken naar Hamers argumenten dan zie je dat de libertarist en zeker de compatibilist meer weerwerk kunnen bieden dan wat Hamers vlotte schrijfstijl nu doet vermoeden. Aan de andere kant dreigen in het academische debat vaak het grotere plaatje en de kern van het geschil vaak verloren te gaan (zie bijvoorbeeld de lawine aan literatuur over het manipulatieargument) om plaats te maken voor intellectuele haarkloverij (wat moet doorgaan voor 'analytic rigour') en onnodig formalistische logische technieken.
Tot slot, ik heb de nodige academische artikelen gelezen waarin de revisionistische implicaties van vrije wil skepticisme worden besproken, maar geen van die artikelen verwoorden het zo treffend en met zoveel gevoel als Hamer dat doet.
Fantastisch boekje over de vrije wil. Lekker praktisch uitgelegd.
"Een controle over je eigen wil, de ultieme bron zijn van je beslissing, vrij van alle determinerende omstandigheden, dat is waar een libertaire wil om draait".
"We maken keuzes met een brein dat we niet hebben gekozen"
"Menselijke vrijheid bestaat uit het vermogen om voor jezelf na te denken. De wereld van een afstand te bezien en ons af te vragen welke keuze, en welk leven, eigenlijk onzeidiepste wensen uitdrukt. Met andere woorden: de reflectieve wil maakt een zoektocht naar authenticiteit mogelijk". (Compatibilisten).
"Er zijn 3 redenen dat we onszelf steeds proberen te overtuigen van het bestaan van de vrije wil: de vrije wil is een machtsinstrument, de vrije wil maakt ons gelukkig en de vrije wil vormt een essentieel onderdeel van onze morele overtuigingen."
"De vrije wil negeert onze omstandigheden en maakt onze vrijheid zo groot mogelijk. De reflectieve wil heeft aandacht voor onze verhalen en maakt onze vrijheid complexer"
"Ons denken over keuzes bepaalt hoe we straffen en belonen. Waar de reflectieve wil ons denken nuanceert, ondersteunt de vrije wil zowel zware straffen als riante beloningen."
"We moeten niet blijven steken in boosheid en veroordeling, dat is het terrein van de vrije wil. We moeten uitzoomen, de zaak in al zijn complexiteit doorgronden, en dan handelen"
"Alle grote en kleine momenten van authenticiteit zijn goud waard. Ze gidsen ons naar de zin van ons leven".
"Verliezers en misdadigers zijn tragische mensen, maar geen waardeloze mensen. Winnaars en helden zijn nastrevenswaardige mensen, maar geen superieure mensen. Uiteindelijk zijn we simpelweg mensen: waardige, betekenisvolle wezens, geworden in een onontkoombare wereld".
"Een wijs mens versmelt het onvermijdelijke verleden met een open toekomst, ze verenigt de afstand van de wetenschapper met de nabijheid van de mens. Ze berust in haar lost zonder haar hoop te verliezen".
Hamer betoogt in dit boek dat de vrije wil niet bestaat, én hij werkt uit wat dit gevolgen moet hebben voor onze maatschappij, met name voor het strafrecht en voor de verdeling van de welvaart.
In principe ben ik het niet oneens met zijn standpunt over de vrije wil, en ook in zijn maatschappelijke voorstellen kan ik me grotendeels vinden. Maar dat komt niet door zijn onderbouwing. Hamer wil in dit boek veel te veel doen in veel te weinig tekst, waardoor het niet overtuigt. Hoe volgt bijvoorbeeld zijn stelling dat iedereen recht heeft op een gelukkig leven, uit het niet bestaan van de vrije wil? Dat gaat echt zeven stappen te snel. Net zoals zijn stelling dat we medeburgers moeten behandelen als in een hechte familie: ook dat volgt niet automatisch uit het niet-bestaan van de vrije wil, maar de tussenstappen worden alleen geschetst, niet uitgewerkt. Hetzelfde geldt voor zijn stelling dat we, wanneer we elkaar behandelen als in een hechte familie, ongelijkheid alleen toestaan als het de minst rijken bevoordeelt (het "maximin-principe" van John Rawls). Ik geef toch ook niet al mijn geld weg aan familieleden die minder geld hebben dan ik? Natuurlijk wel als ze door een bepaald minimum dreigen te zakken, maar dat is wat we in Nederland als geheel ook al doen. Ook hier slaat Hamer veel denkstappen over.
Kortom, een boek met naar mijn mening sympathieke standpunten, maar die niet overtuigend onderbouwt.
2¾ ster Het boekje leest gemakkelijk weg. Het is eenvoudig geschreven en lijkt me een aardige eerste stap in toegepaste filosofie. Het boekje bestaat uit twee delen. Het eerste geeft een theoretische verhandeling over de vrije wil; er wordt stellig vanuit een fysicalistisch standpunt betoogd dat er niet zoiets bestaat als een 'echte' vrije wil. Dit deel is niet alleen gemakkelijk, maar ook oppervlakkig. Verder is het onvolledig: het behandeld niet de rijkdom aan visies op vrijheid, wil, authenticiteit et cetera. En dan is het ook onzorgvuldig: over de visies die wel behandeld worden, worden te weinig kritische vragen gesteld. Hamer laat vrijwel op elke bladzijde kansen liggen.
Het tweede deel behandeld de implicaties van de theorie uit deel 1. Dit deel vind ik, in tegenstelling tot de meeste andere reviewers veel beter dan het eerste deel. Het blijft wat oppervlakkig, maar het durft zaken wat meer van verschillende kanten te belichten en de eigen stellingen kritische te bevragen.
Het boekje is daarom, volgens mij, een gemakkelijke en aardige introductie voor hen die helemaal nieuw zijn in de (toegepaste) filosofie. Tegen die doelgroep wil ik dan zeggen: 'Als je Waarom Schurken Pech Hebben en Helden Geluk wil lezen, houd het dan daar niet bij en zoek daarna verdieping en verbreding.'
Hamer heeft een duidelijk en zeer goed leesbaar werk afgeleverd! Hij maakt helder onderscheid tussen de 'vrije wil' en de 'reflectieve wil'. Maar toch... er blijft iets knagen, alsnog het niet helemaal sluitend is, of er nog een andere manier is, alsnof er nog iets (bewust?) is weggelaten. Het voelt niet volledig en voldoende gedefineerd (of is dat de vrije wil in mij die in opstand komt). En inderdaad, Hamer gaat verder dan alleen de definitie, hij verbindt er ook politieke en juridische gevolgen aan, en terecht! Maar toch... het tweede deel komt over als een eenzijdig politiek statement (ongeacht of ik het ermee eens ben, ik had meer perspectieven willen ontdekken (of benoemd gezien)). En ja... de grote namen staan in het boek, Kant, Nietzsche, Schopenhauer, Rawls... Maar toch... ik mis bijvoorbeeld Foucault (zeker in het tweede deel had ik hem verwacht). Al met al is het zeker een goed stuk werk! Maar toch... het komt allemaal bekend voor (en minder vernieuwend - de idee van absolute waarde van mensen hebben we toch al eens eerder gezien ;) Drie (komma vijf) sterren. (Maar toch... ik vind het lastig vind om er sterren aan te geven). (Misschien dat een tweede keer lezen het iets eenvoudiger is om er sterren aan te geven.)
Als student filosofie heb ik op een of andere manier het probleem van het bestaan van een vrije wil omzeild en ook daarna heeft het probleem me nooit aangetrokken. Dikke boeken vol wijsheden die notoir in tegenspraak waren met de dagelijkse realiteit stonden me tegen want het ontkennen van een vrije wil komt wel heel dichtbij. En wist ik: wat dan? En dan val je ineens in een piepdun boekje. Met enorme passen voorwaarts en heel snel getrokken conclusies wordt een boeiend overzicht gegeven van het wel of niet bestaan van de vrije wil, van een definitie van geluk, van het ontstaan van de moraal, van de consequenties daarvan voor het strafrecht, etc etc. Mij is geleerd nooit te snel zekerheden te debiteren, deze schrijver weet het allemaal wel. En dat geeft interessante lectuur maar of het niet te gemakkelijk gepresenteerd is en of het beklijft???
iFilosofie omschrijft Hamer op de kaft als ‘de horzel die onze samenleving hard nodig heeft.’ Na het lezen van het boek, heb ik toch eerder het gevoel dat Hamer een heel jong horzeltje is dat voorzichtig begint te steken om te kijken hoe mensen reageren.
Deel 1, tot pagina 100, sleurt je snel mee en geeft je de moed om deel 2 in 1 ruk uit te lezen. Deel 2 lijkt echter te vervellen in zo’n typisch managementboek waarbij de herhaling zorgt voor verveling.
Misschien is het niet bewust ;) maar de meeste voorbeelden zijn met mannelijke hoofdrolspelers. Zegt misschien ook al iets over het denkkader van Hamer.
Over twijfel aan het bestaan van de -libertaire- vrije wil en welke consequenties de afwezigheid daarvan zou moeten hebben voor de inrichting van de samenleving.[return]Heel interessant om te lezen, het hielp mij verder op weg in mijn manier van denken over de samenleving.[return]Maar de schrijfstijl vond ik niet prettig leesbaar. Hamer gaat op familiaire toon in gesprek met de lezer. Maar een boek is nu eenmaal eenrichtingsverkeer, dan past voor mij een wat strakkere betoogstijl prima. Maar in de praktijk bleef ik wel geboeid doorlezen. Misschien zegt dat meer over de stijl dan mijn opmerking.
Soms lees je een boek dat je maar aan het denken blijft zetten. Voor mij is dit boek er zo een. Ik heb nooit eerder nagedacht over de vrije wil maar na het lezen van Jurriën Hamer zijn debuut zie je dat veel principes van mensen voortvloeien uit hun beeld over het begrip vrije wil.
Als we net iets meer de tijd nemen om van een ander mens de achtergrond te doorgronden krijgen we altijd meer begrip over het handelen. Vaak nemen we die tijd natuurlijk niet en misbruiken we het argument van de vrije wil om iemand in een hokje te plaatsen.
Een fascinerend boekje over de vrije wil, of eigenlijk over waarom we veel minder moeten doen alsof er vrije wil is. Hoe zou een wereld waarin we "de laatste mythe" vaarwel zeggen er uit moeten zien?
Het zet je enorm aan het denken. Het voelt constant alsof er ergens iets niet klopt in de argumenten, maar ik kom net niet tot wat er dan niet klopt. Dat ongemak herkent en beschrijf Hamer zelf ook.
Al met al: een overtuigend en goed geschreven betoog voor een wereld met meer begrip voor elkaar. Fouten zien als tragedies, succes zien als geluk. Dit boek zal me wel bijblijven denk ik.
Ik krijg een beetje een Rutger Bregman idee of feeling van dit boek. Niet helemaal mijn stijl of mijn ding. Het idee is interessant, maar erg ver van de realiteit op meerdere vlaktes.
Het eerste deel was erg interessant en geweldig geschreven en toegelicht, maar het tweede deel van dit boek heeft me erg teleurgesteld.
Desondanks dat ik er niks aan vind en het een beetje in een eigen bubbel leeft (just like Bregman), geeft het wel stof om over na te denken.
(Geluisterd) Ik weet niet zo goed wat ik van dit boek vond. Het was zeker informatief, maar toch sloot het niet helemaal aan bij mijn gedachten wereld. Het niet hebben van ‘de vrije wil’ kan ik begrijpen, dat dit altijd te maken heeft met de omstandigheden. Toch denk ik dat ik deze kennis niet altijd in mijn dagelijks leven bij me wil dragen.
Voor mij voelt het meer als een ‘dit is hoe je brein werkt’, maar niet hoe ik wil leven. Maar is dat wel mijn vrije wil?
Just for me: wel verfrissend idee, maar again, misschien iets te veel woorden nodig voor basically maar 1 idee. Bovendien zou ik wel wat meer bronnen willen zien, krijg soms het idee dat hij naar zijn eigen idee schrijft en hij soms feiten brengt die uit zijn eigen brein stammen. Desalniettemin: verfrissend en geloofwaardig, en grote deel ook wel goed onderbouwd. I'm a believer.
This entire review has been hidden because of spoilers.
Veelbelovend begin, maar helaas verzandt de gedachtengang na enkele hoofdstukken helemaal. De auteur wilt zo graag zijn gelijk bewijzen, dat hij zich hopeloos vastschrijft in abstracte hersenkronkels.