Detlev van Heest: ‘Ik ontdekte een hoofdstuk met foto’s van varkens op weg naar de slacht. Daar kon ik niet tegen. Ik legde de catalogus terug naast een stapel folders. Het waren folders van een hamfabrikant. De tentoonstelling werd gefinancierd door een slachter. Ik walgde van de gedachte.’
J.J. Voskuil: ‘Bij mij is het nu zo ver dat ik aan het zingen van een merel in de vroege ochtend geen enkel plezier meer beleef. Ik denk alleen nog met zorg aan zijn jongen en aan de katten die ze straks zullen pakken.’
Dit boekje bevat fragmenten uit de briefwisseling tussen Detlev van Heest en J.J. Voskuil uit de jaren 1999-2001. Hoofdonderwerp zijn dieren: de katten Kootje (Van Heest) en Dibbes (Voskuil), maar ook varkens, beren en gevaarlijke honderdpoten. Daarnaast komt ook het leven in Japan aan de orde. De tekst is met de hand gezet uit de Spectrum en in ongeveer honderd exemplaren gedrukt onder de Korenmaat. Pita Snoeck droeg maar liefst zes lino’s bij aan het boekje.
Detlev van Heest is een Nederlands schrijver. Hij studeerde geschiedenis en werkte aanvankelijk als correspondent in Japan voor dagblad Trouw. Tegenwoordig werkt hij als parkeerwachter in Hilversum. In 2010 verschenen zijn eerste twee romans, die gebaseerd zijn op dagboekaantekeningen die hij maakte ten tijde van zijn verblijf in respectievelijk Japan en Nieuw-Zeeland.