In het midden van de negentiende eeuw groeit Hulda op in een arm dorp. Er heerst hongersnood en de bewoners moeten alle zeilen bijzetten om te overleven. Maar Hulda komt uit een warm nest en put kracht uit de levendige dorpsverhalen. Geheel tegen de tijdsgeest in trekt ze als jonge, autonome vrouw naar Stockholm, waar ze aan het werk gaat als dienstmeid bij een rijke familie. Daar ondervindt ze dat weelde en rijkdom niet per se gelukkig maken, en dat je over het leven en zeker over de liefde nooit uitgeleerd raakt.
Boken handla rom en ung flicka, Hulda, som växer upp i Malung runt början år 1900. Fattigdom, levande beskrivningar av livet då de vallar kor och getter i skogen, man riktigt känner doften av skog, dagg och rök från elden där de äter sin massäck. Hulda vandrar till Stockholm, som många andra kullor.