In de jaren 1860, na zijn tewerkstelling in Siberië, was Dostojevski zeer productief. Hij schreef onder meer de in dit nieuwe Russische Bibliotheekdeel samengebrachte ‘kleine’ meesterwerken: ze leggen als het ware de hoge lat voor zijn daaropvolgende monumentale romans.
In De speler laat Dostojevski een jongeman ten prooi aan zijn ongecontroleerde gretigheid, in de liefde zowel als in het spel. Deze Aleksej kan niet meer stoppen zijn geld in de waagschaal te stellen. Eerst zet hij zijn zinnen op zijn beminde Polina, die hem vervolgens uitdaagt aan de roulettetafel te gaan spelen, waaraan hij gehoor geeft en waardoor hij uiteindelijk een ultieme poging moet doen om al zijn verliezen terug te winnen. Maar hoeveel geluk hij met zijn laatste geld ook heeft, Polina laat zich niet imponeren – en hij blijft achter, rijk misschien, maar zonderling.
Dostojevski’s voorstelling van de zelfkant van de maatschappij, van eenzelvige figuren, vervreemding en monomanie is immer onmiskenbaar, of het nu is in De speler of in een van zijn andere meesterwerken zoals Ondergrondse notities. Dit deel bevat verder: De krokodil, De eeuwige echtgenoot, Een nare geschiedenis en Winterse opmerkingen over zomerse indrukken, alle in nieuwe vertaling.
Works, such as the novels Crime and Punishment (1866), The Idiot (1869), and The Brothers Karamazov (1880), of Russian writer Feodor Mikhailovich Dostoyevsky or Dostoevski combine religious mysticism with profound psychological insight.
Fyodor Mikhailovich Dostoevsky composed short stories, essays, and journals. His literature explores humans in the troubled political, social, and spiritual atmospheres of 19th-century and engages with a variety of philosophies and themes. People most acclaimed his Demons(1872) .
Many literary critics rate him among the greatest authors of world literature and consider multiple books written by him to be highly influential masterpieces. They consider his Notes from Underground of the first existentialist literature. He is also well regarded as a philosopher and theologian.
Prachtig vierde deel uit de verzamelde werken van Dostojevski in een nieuwe vertaling. Een enkele wat mindere novelle, een miskleun en een meesterwerk: Aantekeningen uit het Ondergrondse, zoals de veel fraaiere oude titel luidt.
Een Bedenkelijke Toestand (1862). Zalige novelle waarbij een aangeschoten, zelfingenomen hoge ambtenaar ongepland binnenvalt op het huwelijksfeest van een ondergeschikte en hem hiermee een plezier denkt te doen. De gast blijkt ongewenst, raakt ladderzat en de avond ontspoort volledig. Het oog van de meester. Dostojevski fileert zijn held op alle mogelijke manieren. Zo vilein en tegelijk enorm geestig geschreven. Zo lees je hem niet vaak. Een relatief onbekende parel. (****1/2)
Winterse aantekeningen over zomerse indrukken (1863). Behoorlijk langdradig reisverslag annex tirade tegen de bourgeoisie waar Fjodor toch wel erg van de hak op de tak springt en de samenhang wat mij betreft ver te zoeken is. Miskleun. (**)
Ondergrondse Notities (1864). Gelijk al de openingszinnen zijn geweldig: “Ik ben een ziek persoon… Ik ben een gemeen sujet. Een onsympathiek iemand ben ik. Ik denk dat ik een leverziekte heb.”
Ik ken geen novelle die eenzaamheid, cynisme en wrok jegens de mensheid zo intens, gitzwart en briljant weet te vatten. De hoofdpersoon wordt gekenmerkt door een bijna niet te vatten paradox van enorme superioriteit in combinatie met een gevoel van nietszeggendheid. Door de minste details en opmerkingen komt hij in een staat van totale vervreemding van de samenleving. Hij vertoont obsessief gedrag, heeft dwanggedachten en een onvermogen tot communiceren.
Tegelijk ook een aanklacht tegen vooruitgangsdenkers, rationalisten en deterministen. Alle zekerheden worden door de hoofdpersoon in twijfel getrokken. Meesterlijk, om te herlezen. (*****)
De Krokodil (1865). Vermakelijk kort verhaal over een man die door een in Petersburg geëxposeerde krokodil wordt opgegeten. Het slachtoffer is er niet rouwig om en hoopt vanuit de krokodil verdere macht te vergaren, terwijl zijn vrouw er inmiddels met een ander vandoor gaat. (***)
De Speler (1866). Fraaie, geestige, zwartgallig-opbeurende novelle gemodelleerd naar Dostojevski’s eigen gokverslaving. Kleurrijke personages passeren de revue in Roulettenburg, zoals huisleraar Aleksej Ivanovitsj die hopeloos faalt in zowel liefde als spel. Nog bonter maakt baboesjka het, de kwieke oma die haar gehele fortuin er in een vloek en een zucht doorheen jaagt door maar op zero te blijven inzetten. Door Dostojevski in tijdnood geschreven om onder een wurgcontract uit te komen, terwijl hij tegelijkertijd met Misdaad en Straf bezig was. Absoluut niet te merken dat het een haastklus was. (****)
De Eeuwige Echtgenoot (1870). Een broeierig, wrang en geestig verhaal over een onmogelijke driehoeksverhouding. Haast een film noir in verhaalvorm gegoten. Het levert opnieuw enkele memorabele Dostojevskiaanse figuren op die met zichzelf en elkaar in de clinch liggen, waarbij de getroebleerde en gekwetste Troesotski een haast ziekelijk-onderdanige haat-liefdesverhouding heeft met Veltsjaninov die het jarenlang met zijn vrouw heeft aangelegd. Niets is wat het lijkt en de psychologische rolverhoudingen schieten alle kanten op. Plotmatig niet erg verrassend, maar de personages zijn zó goed uitgewerkt. (****)