Het boek dat 50 jaar OOR recht doet: Want More? Het Beste van 50 Jaar OOR. De geschiedenis zoals wij haar schreven.
‘Je beseft niet waaraan je begint’, aldus Barend Toet na de eerste vijf jaar. Toet was in 1971 een muziekkrant begonnen die vooral keihard en swingend moest zijn en razendsnel uitgroeide tot hét lijfblad van muziekminnend Nederland. Muziekkrant OOR werd OOR, een magazine. We beschreven de popmuziek in de brede zin des woords: van rock tot jazz en van hiphop tot metal, en alles ertussenin. We ontmoetten de meest boeiende, gekke, innemende, geniale, ongrijpbare types. Helden, cultfiguren, vernieuwers, ongeleide projectielen. We spraken met ze, fotografeerden ze, volgden ze, soms decennialang, sloten vriendschappen, vochten ruzies uit, prikten hypes door, verzonnen zelfs een carrière, we deden, kortom, verslag van 50 jaar popcultuur.
En die halve eeuw is hier gebundeld. Want More? Het Beste van 50 Jaar OOR vertelt de geschiedenis van een toonaangevend tijdschrift. De journalistieke hoogtepunten, de klassiek geworden foto’s, maar ook de persoonlijke verhalen erachter: het verhaal van de makers van OOR. Zij die geschiedenis schreven. Dit is ook hún verhaal. Een avontuur dat nog immer voortduurt.
Groots werk van 3,5 kg. Heb mijn bijdrage geleverd aan de crowdfunding-actie, de uitgever wilde aanvankelijk niet meewerken. Blij toe, want het is een prachtig overzichtswerk geworden. Niet bedoeld als encyclopedie (die was er immers al), eerder een chronologisch overzicht met hoogtepunten uit vijftig jaar Muziekkrant OOR. De schitterende, soms intieme foto’s van onder meer Anton Corbijn en Gijsbert Hanekroot geven het boek een flinke meerwaarde. Het werkt zowel als koffietafel-/bladerboek, maar is ook prima te lezen van kaft tot kaft. Overall dikke vier sterren. Vijf voor de fotografie.
Interessant om de ontwikkeling van OOR als muziektijdschrift door de jaren heen te zien. De gloriejaren waren duidelijk de jaren zeventig. Dat is ook te merken aan de indeling van het boek, deze periode beslaat ongeveer de eerste 250 bladzijden. Muziekbladen waren gerenommeerd, instituten haast. Alles kon. Niet zelden bouwden vaste interviewers/redacteuren en artiesten een band op. Wellicht omdat er minder aanbod in die tijd was. Eigenlijk een wonder dat ze na vijftig jaar anno 2021 nog steeds bestaan in de huidige vorm. Veel internationale bladen zijn inmiddels ter ziele.
Een aantal klassiek geworden verhalen en reportages komen voorbij. Barend Toet volgde in 1971 The Band tijdens hun enige tour door Europa. Constant Meijers trok met Neil Young op tijdens diens opnamen/toernee van het geweldige Tonight’s the Night (‘73-‘75). De foto van Hanekroot belandde zelfs op de LP-hoes en de Nederlandse recensie werd er als insteek bijgeleverd. Je zou het participating journalism kunnen noemen. Of de fly on the wall.
En zo volgen nog een hoop verhalen uit het eerste decennium van OOR (waarin natuurlijk een hoop gebeurde op muzikaal gebied). Jaren van soul, reggae, new wave en punk. Bloemlezing van de vele interviews. De innemende Stevie Wonder, de openhartige en confronterende Patti Smith, de timide en gesloten Bob Marley, de suffe, dommige Ramones, de lieve Johnny Rotten van de Sex Pistols, de kunstzinnige intellectueel en kunstenaar Bowie, de immer nukkige Van the Man, de arrogante Lou Reed en Debbie Harry die onder de dekens blijft liggen tijdens een interview. Constant Meijers en Springsteen ten tijde van Darkness on the Edge of Town (‘78), z’n beste plaat. Fraaie terugblik op de afgegleden Marvin Gaye en zijn tijd in Oostende. Kate Bush. Tom Waits. Fela Kuti. Run DMC. Cuby + Blizzards. Etc, etc.
Genoeg verhalen die me minder boeien, zoals een reportgage over Normaal, de eerste høkende regiorockers in de jaren zeventig. Of een oud interview met Golden Earring. Het uitgekauwde U2. Er staat echter genoeg fraais tegenover.
Columnisten passeren de revue. Hans Dulfer, Freek de Jonge, Bart Chabot, Herman Brusselmans, Nico Dijkshoorn, Boudewijn Büch. Het blijft natuurlijk de tijd van de witte oude mannen. Zoals OOR eigenlijk grotendeels een mannenbastion is geweest tijdens de eerste helft van het bestaan.
Thematische intermezzi lopen door het boek heen, zoals de fraaie jubileumuitgaven, veranderende lay-out van het blad en trips naar verre oorden zoals Jamaica, de binnenlanden van Afrika, USSR, Mexico en Japan. Sport en spel, zo schaakte Bert van de Kamp tegen Peter Hamill, van Van der Graaf Generator. Illustrator Peter Pontiac. Link naar de festivals (PP/LL). De fameuze eindejaarslijsten en all-time lijsten.
Jammer dat de recensies vrijwel geen plek hebben gekregen. Een enkele klassieke staat er wel tussen, zoals die van Felix Meurders die Radar Love bij uitkomen in 1973 met de grond gelijk maakte en de Earring hiermee weinig internationaal succes toedichtte. Niets bleek minder waar.