Dit boek viel me op omdat mijn vader ook in het gevangeniswezen werkte, en dat toch wel een groot deel van zijn leven en hoe hij naar dingen keek, bepaalde. Hij was goed in zijn werk en geliefd bij zijn collega's, zo merkte ik toen we aan het eind van zijn leven door zijn documenten bladerden en naar een reünie gingen.
Dit boek vond ik erg boeiend, met name door de verhalen over de verschillende gedetineerden. Ieder reageert weer anders op het gevangen zitten. Douw lijkt een echte rouwdouwer: voor niks en niemand bang en daarbij erg integer. Bijzonder dat iemand 'van de straat', kleine crimineel, vaak van school getrapt of gewoon vertrokken, zo'n internationale carrière kan maken. En misschien wel juist daarom. Douw geeft in het boek al aan dat hij een theatraal iemand is en graag aandacht krijgt. Hoe eerlijk. Want inderdaad, in het boek komt hij best wel arrogant en zelfvoldaan over. Dat irriteerde mij soms. Zijn boodschap: dat iedereen recht heeft op terugkeer in de maatschappij, en met respect bejegend moet worden, komt dan wel in zijn verhalen over buitenlandse gevangenispraktijken (Texas, Rusland) aan de orde, ik vond het uit zijn Nederlandse carrière wat minder evident. Wat wèl goed naar voren komt is zijn uitgangspunt altijd in gesprek te blijven en empathie te hebben / te tonen. Het boek is niet heel erg gelikt geschreven, en daardoor komt het erg authentiek over.