Bezielend leidinggeven (2001) van de Duitse Benedictijnse monnik Anselm Grün (1945) positioneert zich welbewust buiten de gangbare wereld van organisatietrainingen. Grün streeft er niet naar praktische modellen, tips of technieken aan te reiken voor managers. Zijn aanpak is fundamenteler en verdiept zich in de essentie van leiderschap, zoals verwoord in een eeuwenoud document: de Regel voor Monniken van Benedictus van Nursia (begin 6e eeuw).
Grün toont aan hoe men bezielend leiding kan geven door passages te analyseren over de kellenaar (de ‘zakelijk directeur’ van het klooster) en de abt (de vader van het klooster). Anders dan in gangbare managementmodellen is het uitgangspunt van de Regel niet gericht op winstmaximalisatie of efficiëntie, maar op de persoon achter de leidinggevende rol en de mens in het algemeen. “Het gaat,” aldus Grün, “vooral om de vraag wie de potentiële leidinggevende zelf is, hoe hij aan zichzelf moet werken om überhaupt leiding te kunnen geven” (p. 7). Zelfkennis, nederigheid, dienstbaarheid, godvrezendheid en andere eigenschappen zijn onontbeerlijk om bezielend leiding te geven. De nadruk ligt op een deugdzaam karakter en de weg daarnaartoe: karaktervorming. Vanuit deze innerlijke ontwikkeling kan de leidinggevende anderen met eerbied benaderen en het 'heil' van zijn medewerkers (en medemens) vooropstellen.
Na lectuur van Bezielend leidinggeven wordt duidelijk dat Benedictus’ visie op leiderschap diep mensgericht is. Zowel de leidinggevende als de werknemer wordt als mens benaderd. De werknemer is geen ‘arbeidskracht’ die slechts dienstbaar is aan het economische gewin, maar een ‘ziel’ die recht gedaan moet worden. Het uitgangspunt is dan ook niet louter functioneel (wat maakt arbeid effectief?), maar fundamenteel: de mens is immers beeld Gods (imago Dei). Mensbeeld en leiderschap zijn zo diep met elkaar vervlochten, wat tot uiting komt in dienstbaar leiderschap in de geest van het Evangelie. Of dit positief is (de ander wordt recht gedaan) of negatief (de ander wordt geen recht gedaan) hangt af van het karakter van de leidinggevende en diens visie op de mens.
Grün beschrijft deze Benedictijnse benadering van leiderschap in zeven hoofdstukken, waarbij hij steeds begint met een passage uit de Regel die hij vervolgens verheldert en relateert aan eigen en andermans ervaringen. Dit boek is geen zelfhulpboek met concrete tips en trucs, maar een spirituele en psychologische verkenning van leiderschap o.b.v. een 1500 jaar oud geschrift. Psychologische thema’s zoals zelfkennis, karakter, gedragspatronen en persoonlijke kwetsuren komen uitgebreid aan bod. Deze reflectie werkt in twee richtingen: het spirituele fundament vormt het gedrag, en gedrag onthult op zijn beurt iets van dat spirituele fundament (of het gemis daaraan). Een milde, meedogende doch inspirerende leider heeft een ander spiritueel fundament dan een harde, verbitterde leider die strengheid niet inzet ter verbetering van het bedrijf, maar om andermans fouten bloot te leggen en daarmee eigen zwakheden te verhullen. In die zin biedt het boek een sterke visie: leiderschap is geen rol of functie, maar een psychologische uitdrukking van een (sterk of zwak) spiritueel fundament. Deze diepere boodschap is wat ik uit Bezielend leidinggeven destilleer.
Om de bespreking gebalanceerd te houden, wil ik één kritiekpunt noemen: soms lijkt Grün de Regel iets te weinig kritisch te benaderen. Hoewel de Regel inderdaad buitengewoon inspirerend en psychologisch verfijnd is, lijkt Grüns bewering dat deze “nergens een moraliserende toon” aanslaat (p. 8), niet geheel te kloppen; er zijn immers passages die wel degelijk een moraliserend karakter hebben. Daar moeten we eerlijk over zijn... Spiritualiteitsboeken lopen soms het risico hun inspiratiebron(nen) zonder enige kritische noot te idealiseren. Door juist ook kritisch te durven kijken naar passages die minder in de tijdgeest passen en deze te plaatsen in de historische context, ontstaat een evenwichtiger beeld dat de lezer niet onthouden dient te worden.
Ik beveel Bezielend leidinggeven aan voor eenieder die leiderschap niet als een functionele positie ziet, maar als een psychologische expressie van een dieperliggend fundament. Ook voor degene die dat nog niet ziet, is dit boek van harte aanbevolen, om dit - na het boek gelezen te hebben - te gaan inzien. Het boek biedt waardevolle passages uit de Regel die uitnodigen tot reflectie en zelfonderzoek. Voor wie echter zoekt naar handige trucs om vergaderingen te domineren of de carrièreladder te beklimmen, is dit werk wellicht minder geschikt (hoewel zij dit boek eigenlijk júist zouden moeten lezen!). Voor wie de blik niet alleen naar boven, maar ook naar binnen durft te richten, en de moed heeft zichzelf onder ogen te komen en zo te werken aan karakter en deugdzaamheid, biedt dit boek van Anselm Grün een rijke bron van inspiratie.