With In the Shadow of the Palms , Sophie Chao examines the multispecies entanglements of oil palm plantations in West Papua, Indonesia, showing how Indigenous Marind communities understand and navigate the social, political, and environmental demands of the oil palm plant. As Chao notes, it is no secret that the palm oil sector has destructive environmental impacts: it greatly contributes to tropical deforestation and is a major driver of global warming. Situating the plant and the transformations it has brought within the context of West Papua’s volatile history of colonization, ethnic domination, and capitalist incursion, Chao traces how Marind attribute environmental destruction not just to humans, technologies, and capitalism but also to the volition and actions of the oil palm plant itself. By approaching cash crops as both drivers of destruction and subjects of human exploitation, Chao rethinks capitalist violence as a multispecies act. In the process, Chao centers how Marind fashion their own changing worlds and foreground Indigenous creativity and decolonial approaches to anthropology.
Duke University Press Scholars of Color First Book Award recipient
Deels zichtbare macht en een onzichtbare onderzoeker: Kritische analyse van In the Shadow of the Palms
In the Shadow of the Palms: More-Than-Human Becomings in West-Papua. Door Sophie Chao. Durham: Duke University Press, 2022
Leen van Boxtel S1121506 Woordenaantal: 1511
Oil palm, people told me, was a modern totem that had made time stop. The forest had become a world of straight lines, haunted by a rapacious and foreign plant-being. Cassowaries and crocodiles were turning into plastic and weeping like humans as their native habitats disappeared. At night, oil palm depleted the flesh and fluids of dreamers in their sleep. Meanwhile, the skin of animals and plants was drying out as oil palm sapped wetness from the earth and devoured the forest. (Chao 2022, 4)
Dit citaat maakt onmiddellijk duidelijk dat In the Shadow of the Palms geen conventionele antropologische monografie is. Door oliepalm te omschrijven als een handelend wezen dat tijd, lichamen en landschappen transformeert, nodigt Chao de lezer uit om de Marind-wereld serieus te nemen als een alternatieve realiteit, met eigen logica’s. De expansie van de oliepalmplantages leidt tot wat door een clanleider wordt omschreven als abu-abu: een toestand van onzekerheid, veroorzaakt door het uitblijven van compensaties, beloofde banen en de onduidelijke intenties van zowel bedrijven als de oliepalm zelf (ibid., 205). Hierdoor ontstaat er een wereld waarin causaliteit diffuus wordt en vertrouwen onmogelijk. Oorspronkelijk vanuit een rol als mensenrechtenactivist raakte Chao in contact met de inheemse bevolking van West-Papua, in het bijzonder de Marind. De door de Marind vertelde verhalen over oliepalm, waaronder bovenstaande beschrijving, wekten bij Chao zodanige nieuwsgierigheid dat zij besloot haar baan op te geven en etnografisch veldwerk te verrichten binnen deze gemeenschap (ibid., 4). Deze overgang roept vragen op over Chao’s positie, die zij later in de monografie slechts beperkt adresseert. Hoe wordt Chao gezien door de Marind? En waarom is haar positie belangrijk? De invloed die oliepalm uitoefent op de leefwereld van de Marind vormt het centrale thema van In the Shadow of the Palms. Chao richt zich daarbij nadrukkelijk op de beleefde ervaringen en interpretaties van de Marind zelf (ibid). Zij verwerpt hiermee benaderingen die de impact van oliepalm uitsluitend analyseren vanuit westerse wetenschap. Het centrale argument van de monografie is dat de destructieve impact van oliepalmplantages op de Marind-gemeenschap in West-Papua niet adequaat kan worden begrepen via dominante westerse kaders die natuur reduceren tot hulpbron en agency uitsluitend aan mensen toeschrijven. Chao laat zien dat de belangen van de Marind structureel botsen met die van de oliepalmindustrie. Zowel door de Marind als door de agrarische sector zelf wordt oliepalm aangeduid als destructief (ibid., 5, 151). Ondanks klimaatgevolgen en sociale gevolgen voor de inheemse bevolking van West-Papua blijven oliepalmplantages zich uitbreiden (ibid., 6). Chao verklaart dit vanuit ‘economic development imperatives, renewable energy policies and a growing world population’ (ibid., 6). Hoewel deze verklaring de mondiale schaal van het probleem inzichtelijk maakt, blijft zij abstract en laat zij de vraag open hoe deze krachten lokaal worden vertaald naar concrete praktijken van landonteigening en controle. Als rechtvaardiging voor deze onderdrukking wordt er een racistisch narratief ingezet waarin de Marind wordt gepresenteerd als primitief (ibid., 167; Kirsch 2010, 15-16). Het idee dat de inheemse bevolking van West-Papua in de steentijd leeft werd overgenomen door Indonesië van Nederland bij de koloniale overdracht van West-Papua (Kirsch 2010, 1-16). In deze context verleent het Indonesische leger hulp aan het Amerikaanse mijnbouwbedrijf Freeport-McMoRan wanneer dit bedrijf wordt geconfronteerd met West-Papuaanse verzetsbewegingen (Ibid., 5). Kirsch richt zich hierbij voornamelijk op menselijke actoren, instituties en militaire macht. Chao (2022, 6) wijkt expliciet af van deze benadering door te laten zien dat de Marind zelf de destructie van hun leefgebied toeschrijven aan de oliepalm als handelend wezen. De uitspraak "oilpalm kills the sago" fungeert daarbij als kernformule van de monografie (ibid., 145). Door deze claim serieus te nemen, verschuift Chao het analytische kader van menselijk handelen naar multispecies-agency. Chao pleit voor meer aandacht voor inheemse gemeenschappen die ‘more-than-human’ (ibid., 210-211) ook beschouwen als entiteiten met agency. Haar monografie fungeert daarmee als kritiek op antropologische tradities die agency uitsluitend aan menselijke actoren toeschrijven. Binnen het multispecies-debat positioneert Chao zich tegen benaderingen die multispecies-relaties vooral vieren als vormen van liefde en zorg (ibid., 209-210). Zij benadrukt juist dat multispecies-relaties ook gewelddadig, onvrijwillig en destructief kunnen zijn (ibid., 209). Volgens Chao is deze focus essentieel om de politieke en morele realiteit van gemeenschappen zoals de Marind te begrijpen (ibid., 206). Dit is volgens Chao erg belangrijk omdat zij degene zijn wiens menselijkheid wordt afgenomen door systemen van macht (ibid., 210-211). Door aandacht te schenken aan ongewenste multispecies-relaties, politiseert zij het debat en maakt zij zichtbaar hoe macht ook via niet-menselijke actoren werkt. Tegelijkertijd roept deze benadering een spanning op: door de nadruk sterk te leggen op de agency van de oliepalm, dreigen menselijke en institutionele machtsstructuren naar de achtergrond te verdwijnen. Hoewel Chao bijdraagt aan het dekoloniseren van etnografische kennisproductie, betoog ik dat haar monografie onvoldoende inzicht geeft in de concrete structuren van macht die de grootschalige aanleg van oliepalmplantages mogelijk maken. Dit doet ze onder het mom van niet het vertrouwen van de Marind willen schaden (ibid., 25). Ze benoemt slechts globale aspecten als kapitalisme en kolonisatie als drijvende krachten achter de onderdrukking van de Marind (ibid., 158). Door deze concepten zo globaal te houden gaat Chao echter niet in op de lokale praktijken van macht (Foucault, lezing 14 januari 1976, 96). Foucault (ibid., 96-97) stelt dat macht niet alleen bestudeerd moet worden waar zij benoemd of zichtbaar is, maar juist daar waar zij wordt omgezet in dagelijkse praktijken. Een analyse van lokale procedures, militaire aanwezigheid en de oliepalmindustrie had Chao’s betoog aanzienlijk kunnen verdiepen. Door deze praktijken grotendeels onbesproken te laten, blijft de machtsanalyse beperkt. Chao had de macht moeten analyseren waar zij wordt uitgeoefend en niet alleen waar zij wordt benoemd en zichtbaar is (ibid., 96-97). Naast het multispecies-debat positioneert Chao zich binnen het moderniseringsdebat. Volgens haar worden veel leden van de Marind door West-Papuaanse kolonisten gezien als ‘backward’ (Chao 2022, 180). Dit sluit aan bij Jackson (2013, 671-673) die stelt dat inheemse gemeenschappen structureel worden gemarginaliseerd binnen westerse wetenschap. Chao (2022, 7) probeert deze hiërarchie te verbreken door de stemmen van de Marind centraal te stellen in een wetenschappelijke monografie. Daarmee bekritiseert zij impliciet het idee dat moderne westerse rationaliteit universeel en superieur is. De Marind heeft een compleet andere realiteit dan die van de oliepalmplantages. Waar de overheid en de plantages de komst van de oliepalm presenteren als vooruitgang, ervaart de Marind het als het moment waarop de tijd tot stilstand is gekomen (ibid., 167). Omdat de geschiedenis van de Marind belichaamd wordt door het bos, betekent ontbossing het verdwijnen van het verleden (ibid., 170). Zonder verleden wordt de toekomst ondenkbaar, wat resulteert in een toestand die door de Marind zelf wordt beschreven als het stoppen van de tijd (ibid., 170). Ook dit wordt abu-abu genoemd (ibid., 167-174). Aan het begin van haar monografie legt Chao uit hoe zij terechtkwam bij de Marind en waarom zij ervoor koos daar etnografisch onderzoek te verrichten. Ze bespreekt daarbij ook de genderrollen binnen deze gemeenschap (ibid., 127). Zo wordt de sagogrove specifiek gekarakteriseerd als ‘the realm of women’, waar vrouwen vaak de leiding nemen over activiteiten en zich vrijer voelen dan in het dorp (ibid., 125). Deze sago¬groves worden door Chao (ibid., 117-141) beschreven als ruimtes van vrijheid, sociale interactie en multispecies-relaties. Hoewel Chao zelf een vrouw is, reflecteert zij te weinig op de veranderingen die deze specifieke onderzoekscontext voor haar persoonlijke ervaring en positie als onderzoeker teweegbrengt, terwijl zij juist van de Marind vraagt hun eigen ervaringen en perspectieven te articuleren. Chao lijkt een rol als tolk van de Marind naar de westerse wereld te ambiëren. Deze observatie sluit aan bij Haraway’s (1988, 581-590) kritiek op de traditionele opvatting van objectiviteit als het vermogen om “everything from nowhere” te zien. Volgens Haraway veronderstelt deze benadering dat de onderzoeker boven de materie staat en geen verantwoordelijkheid hoeft te nemen voor de eigen positie, waardoor kennis wordt gepresenteerd als neutraal en universeel (ibid., 581). In plaats daarvan pleit Haraway voor een belichaamde of gesitueerde objectiviteit, waarbij kennis altijd verbonden is aan een specifieke locatie, perspectief en ervaring van de onderzoeker (ibid., 583). Vanuit dit perspectief zou Chao explicieter moeten zijn over hoe haar eigen positie en methodologische keuzes betekenis geven aan de Marind-wereld en de observaties die zij rapporteert. Haraway benadrukt daarnaast dat er vaak een voorkeur bestaat voor onderzoek in onderworpen of gemarginaliseerde gemeenschappen, omdat deze groepen de kans bieden voor meer adequate, consistente en transformerende kennis (ibid., 581). Dit betekent echter niet dat het behoren tot een gemarginaliseerde groep op zich voldoende garantie biedt voor valide wetenschappelijk inzicht; kritisch onderzoek blijft noodzakelijk (ibid., 581-590). Vanuit dit oogpunt zou Chao de perspectieven van de Marind niet mogen overnemen, maar deze juist analytisch en kritisch moeten onderzoeken om een genuanceerde etnografische representatie te bieden (Chao 2022, 11). Chao slaagt erin om de wereld van de Marind serieus te nemen zonder deze te reduceren tot westerse verklaringsmodellen. Tegelijkertijd blijft haar analyse van macht en positionaliteit onderbelicht. Deze tekortkomingen doen een lichte afbreuk aan de relevantie van het werk. Om een completer beeld te schetsen, had Chao een bredere machtsanalyse en haar eigen positie ten opzichte van de Marind moeten verwerken. Niettegenstaande dat In the Shadow of the Palms een indringende, vernieuwende en urgente monografie is, die een belangrijke bijdrage levert aan debatten over multispecies-relaties, moderniteit en kolonisatie.
Bibliografie: Chao, Sophie. 2022. In the Shadow of the Palms: More-Than-Human Becomings in West- Papua. Durham: Duke University Press. Foucault, Michel. 1980. Power/Knowledge. Selected Interviews and Other Writings 1972- 1977. Trans. C. Gordon, L. Marshall, J. Mepham en K. Soper. New York: Pantheon Books. Chapter 5 Two Lectures, 'Lecture Two: 14 January 1976' (pp. 92-108). Haraway, Donna J. 1988. “Situated Knowledges: The Science Question in Femi- nism and the Privilege of Partial Perspective.” Feminist Studies 14, no. 3: 575–599. doi:10.2307/3178066. Jackson, Zakiyyah Iman. Review of Animal: New Directions in the Theorization of Race and Posthumanism, by Kalpana Rahita Seshadri, Michael Lundblad, and Mel Y. Chen. Feminist Studies 39, no. 3 (2013): 669–685. Kirsch, Stuart. 2010. “Ethnographic Representation and the Politics of Violence in West- Papua.” Critique of Anthropology 30, no. 1: 3–22. doi:10.1177/0308275X09363213.
Chao's book is an example of how anthropology and posthumanist thinking can be grounded in Indigenous epistemologies, staying close and listening without overwriting key concepts - "wetness", "skin-ships", "being-in-the-grove", "being eaten by the palm" - using settler philosophical language. This book was also helpful in demonstrating how one can rethink how to discuss plants, as the oil palm is discussed as having agency while also being a victim to capitalist greed of agribusinesses. Chao's approach is admirable and worth noting. "In the Shadow of the Palms" feels more like a genuine engagement with the subject matter than an exploitative interjection, something I feel like more academic texts need to recognize and try to model. This book is one of the best examples of this that I have read so far.
"They way Sophie writes ‘In the Shadow of the Palms’ allowed me to hear the voices of the Marind people of West Papua and learn of their relationship with their homeland, their sago kin and other kin, and their wisdom in dimensions of time and landscape / country-scape.
With honour and respect towards the Papuans, Sophie showed the complexities they face with the imposition of the Indonesian government and military control as well as the invasion of foreign investments, displacing them and their spiritual connection with their country and kin."
I have been looking forward to reading this book, and it did not disappoint. Chao writes incredibly well and weaves ethnographic vignettes purposefully throughout the text, grounding it firmly in the field site and worldviews of the Marind. I also thought the “good life” and the threats of palm oil were well articulated, leaving room for hope and imaginative futures, too. I think this is an essential read for anyone studying multispecies ethnography, plant agency, and the Plantationocene.
A brilliant, empathetic, insightful, and accessible work of ethnography. I'm in awe of the care and consideration that are so clearly woven into every passage. Essential reading.
Favourite read this year. Chao and her informants description of living under the Indonesian occupation of West Papua is incredible. Thought provoking, beautifully written. I loved it.
Intricately crafted, deeply human and more-than-human. Wonderfully foregrounds indigenous epistemologies in telling the story of the Marind and their Kin in the abu-abu world of oil palm.