Het weer is op het eerste gezicht zo’n banaal onderwerp, dat het zich niet lijkt te lenen voor filosofische reflectie. Toch zetten filosofen ons al eeuwenlang aan tot een wijze omgang met het weer. Immers, het weer kon gunstig zijn, maar ook catastrofaal. Het bracht honger voort of juist overvloed, armoe of welvaart, politieke onrust of stabiliteit. Het weer confronteerde mensen daardoor met onvoorspelbaarheid en onzekerheid. Vandaag de dag is dat nog steeds het geval, al geldt die onzekerheid nu eerder het klimaat dan het weerbericht. In Meteosofie onderzoekt René ten Bos het filosofische denken over de meteōros – alles wat zich tussen hemel en aarde afspeelt. Hij presenteert de meteosofie als een belangrijk maar veelal vergeten onderdeel van de filosofiegeschiedenis. Gelet op de klimaatcrisis en de toename van extreme weersverschijnselen is het de hoogste tijd deze geschiedenis aan de vergetelheid te ontrukken. Zij confronteert ons met beklemmende vragen over de grenzen van ons technische en wetenschappelijke vernuft. Vroegen de oude Grieken zich af of mensen zich mochten verdiepen in een domein dat tot de goden leek te behoren, de moderne mens worstelt met de vraag of hij zelf als een god mag ingrijpen in het klimaat. ‘Over de pies van Zeus en de waarheid van wolken – een opwindende denktocht waarin het regent van ideeën en zinnelijke weerberichten. Lees u paraat voor het grillige klimaat.’ – Adriaan van Dis ‘Hoe vertellen wij het grootste verhaal ter wereld? Lees dit boek van René ten Bos, een eyeopener!’ – Margot Ribberink René ten Bos is hoogleraar filosofie aan de Faculteit der Managementwetenschappen van de Radboud Universiteit en dean van de Radboud Honours Academy. Hij schrijft columns voor onder meer Het Financieele Dagblad en Filosofie Magazine en is auteur van veel filosofische boeken. Hij schreef onder meer Water. Een geofilosofische geschiedenis (2014), Bureaucratie is een inktvis (2015, winnaar Socratesbeker 2016), Dwalen in het antropoceen (2017) en Extinctie (2019). Van 2017 tot 2019 was Ten Bos Denker des Vaderlands.
René ten Bos (1959) is filosoof en organisatiedeskundige. Hij is als hoogleraar verbonden aan de Radboud Universiteit. Hij is voornamelijk geïnteresseerd in kritische management theorieën en heeft gepubliceerd over verschillende onderwerpen, zoals organisatie ethiek, strategisch management en genderstudies. In de afgelopen jaren heeft René ten Bos lezingen en cursussen gegeven voor verschillende organisaties en bedrijven, waaronder Corus, Philips, AKZO, Stork, Vodafone, Rabobank, Ministerie van Justitie, verschillende ziekenhuizen, scholen, politieorganisaties. Van 1999 tot 2003 was hij redactielid van M&O (bekendste Nederlandstalige wetenschappelijk managementtijdschrift). Ook is hij redactielid geweest van het tijdschift Filosofie in Bedrijf. Ten Bos is een bekende spreker voor zowel academisch als management publiek.
Boom zou er bij Ten Bos moeten voor zorgen dat een redacteur met een pen door zijn herhalingen en herformuleringen gaat. Ieder begrip wat hij de moeite waard vind wordt minimaal driemaal herhaald en vaak ng in gelijkluidende bewoordingen. Het boek had ook in 150 pagina's gekund. Dan had Descartes ook niet op 27 april 1937 een brief geschreven (p.134) Dat gezegd zijnde levert Ten Bos wel een mooi overzicht van de worsteling die filosofen hebben met de meteõros. Dat je uiteindelijk de chaos moet accepteren als uitgangspunt en de onmogelijkheid om alle variabelen in hun reciproce relaties te bevatten om daaruit een semi-zekerheid te creëren wordt aardig beschreven. Ten Bos besteedt veel tijd aan de tegenstelling tussen de elementen benadering en de atomisten en de problemen die ieder van deze benaderingen met zich mee brengt, Ten Bos laat zich wel kennen als een anti-ingenieur, terwijl hij wel duidelijk maakt dat we als mensen onderdeel uitmaken van het hyperconcept klimaat vind hij toch dat we met het weer niet moeten rommelen. "Het is niet alleen doodgriezelig, maar het getuigd ook van het soort optimistische hybris die je slecht tegenkomt op klimaatconferenties, waar het enkel gaat om 'groen zakendoen' om groen investeren, om onderhandelingen over emissies en kooldyoxideopslag ..." Dat is ook direct een voorbeeld van het belang wat hij hecht aan een meer retorische benadering van de meteõros. In een tijd waarin V&W eindelijk beseft dat ze het zicht op een reële benadering van de klimaatproblematiek verloren zijn lijkt me dat geen verkeerde gedachte.
Mooie reis door de geschiedenis van het denken over weer en klimaat. Oproep om te blijven denken over het ondenkbare en daarvoor ook andere taal te gebruiken spreekt mij aan. Beschouwingen over waarschijnlijkheid en neoliberalisme vind ik minder overtuigend. Waarschijnlijkheid mag dan haaks staan op het ideale wetenschapsbeeld van Descartes maar doet niets af aan wetenschappelijk karakter van klimaatstudies. De uitwassen van neoliberalisme zijn duidelijk. Of opwarming van de aarde tegengegaan kan worden zonder overheden en bedrijfsleven waag ik te betwijfelen.
Het was nog een stevige tocht soms dacht ik of ik nog verder zou stappen dan was het wat gemakkelijker , mooi maar soms lastig ( voor mij ) , blij dat ik het boek gelezen heb. ( blij dat het uit is ) geschiedenisfilosofie over het weer , wat altijd een luchtig en tegelijkertijd zwaar thema is