Kader Abdolah heeft deze verhalen als een betrokkene, als een soort getuige, en als een getuigenis geschreven. Als politiek vluchteling uit Perzië/ Iran kan hij met inlevingsvermogen schrijven over angst, vlucht, ballingschap; en dat doet hij ook. Zo nu en dan ontluikt magie, soms is er verzanding in sentimentaliteit. De voorbijglijdende IJsel blijft hem bijschijnen; het leidt tot een doorgaans blijde weerschijn van het positivisme, dat de schrijver eigen is.
Na zijn eerdere verhalenbundel 'De adelaars', die eveneens van 'officiële zijde' positief ontvangen is, vind ik dit een mooie voortzetting.