Voordat Ivan Toergenjev aan zijn grote romans begon brak hij door met zijn jagersverhalen. In deze verhalen loopt een jager velerlei figuren tegen het lijf, begint een praatje, hoort hen aan en gaat weer op pad. De landheren, lijfeigen boeren, de molenaarsvrouw en de visser, hij tekent hen allemaal vol eenvoud en naar het leven.
Volgens Karel van het Reve is ieder van de jagersverhalen ‘een juweel van harmonie en stilte’. Dat geldt eens te meer voor de vijf die in deze bundel zijn samengebracht, in een nieuwe vertaling van Froukje Slofstra.
Ivan Sergeyevich Turgenev (Cyrillic: Иван Сергеевич Тургенев) was a novelist, poet, and dramatist, and now ranks as one of the towering figures of Russian literature. His major works include the short-story collection A Sportsman’s Sketches (1852) and the novels Rudin (1856), Home of the Gentry (1859), On the Eve (1860), and Fathers and Sons (1862).
These works offer realistic, affectionate portrayals of the Russian peasantry and penetrating studies of the Russian intelligentsia who were attempting to move the country into a new age. His masterpiece, Fathers and Sons, is considered one of the greatest novels of the nineteenth century.
Turgenev was a contemporary with Fyodor Dostoevsky and Leo Tolstoy. While these wrote about church and religion, Turgenev was more concerned with the movement toward social reform in Russia.
Ironisch genoeg bewijst Vijf Jagersverhalen de kracht van literatuur om niet zozeer een verhaal te vertellen als wel een stemming te bewerkstelligen en daarin te vertoeven. Beschrijvingen van pagina's lang evoceren niet alleen de feiten van de locatie, maar vooral een onbezorgde loomheid van de natuur, alsof je aandachtig een zonnewijzer bestudeert die middels een haast roerloze schaduw, stram kruipend als een slak, een circadiaans ritme van de wereld blootlegt. De stilten tussen de woorden zijn belangrijker dan de dialoog; ze slaken een diepe, melancholische zucht -- alles verandert, doch verandering onthult zich net zoals die zonnewijzer de tijd aangeeft: je kijkt eventjes weg en de schaduw lijkt zich in jouw afwezigheid te hebben verplaatst. De door Turgenev geschetste kerels, knapen en knullen zijn in hun respectievelijke omgevingen ontkiemd en zelfs als je ze met wortels en al uit de grond zou rukken om ze in onbekende aarde elders in te stoppen, zouden ze in weigering verwelken. Vrouwen bestaan overigens ook.
Ik las de voorbije dagen de ‘vijf jagersverhalen’ van Ivan Toergenjev. Leespareltjes als het ware. Voordat Toergenjev aan zijn grote romans begon brak hij door met zijn jagersverhalen. In deze verhalen loopt een jager velerlei figuren tegen het lijf, begint een praatje, hoort hen aan en gaat weer op pad. De landheren, lijfeigen boeren, de molenaarsvrouw en de visser, hij tekent hen allemaal vol eenvoud en naar het leven. Volgens Karel van het Reve is ieder van de jagersverhalen ‘een juweel van harmonie en stilte’. Dat geldt eens te meer voor de vijf die in deze bundel zijn samengebracht, in een nieuwe vertaling van Froukje Slofstra.
Ik werd verrast door een liefhebber, die me dit boek gaf. Het laatste dat ik van T. las was, minstens al weer tien jaar terug, 'Vaders en zonen', een strak vertelde somberheid, en ik was dus niet onbenieuwd: ik was wel weer eens aan een Rus toe.
Deze verhalen heten jagersverhalen, omdat steeds een jager de hoofdpersoon is, maar zij, die hopen hier als betere jagers uit te voorschijn te komen omdat er zo instructief over de jacht wordt gesproken zullen wellicht niet helemaal tevreden het dunne volume na de ruim 80 bladzijden dichtslaan.
Wat men wel krijgt: gevoelvolle impressies van een Rusland van anderhalve eeuw terug, mooie boerentypen, krachtige persoonsbeschriivingen en een weemoedige avond bij het vuur met herdersjongens.
Een verdwijnende feodaal geheel, getekend vanaf het platteland, via de belevenissen van de lagere landadel en de boer: wat de plot niet doet, doet de stijl. Sterke verhalen.
Welkom in de teletijdmachine van de literatuur waarbij je als lezer in deze Toergenjev terug gekatapulteerd wordt naar de jaren veertig van de 19e eeuw, jawel. In deze sublieme bundel getiteld ‘Jagersverhalen’ volgen we niet de jager op zoek naar zijn prooi, maar de jager-verteller op wandel in het bos of de natuur die zijn medemens ontmoet. Deze bundel heeft dan ook het eenvoudige leven op het Russische platteland als onderwerp. De natuurbeschrijvingen door Toergenjev zijn van een ontroerende schoonheid. Het hoofdpersonage is de verteller die mensen van allerlei allooi tegenkomt, een praatje slaat of zwijgend observeert. De vijf verhalen zijn schilderijtjes, snapshots of voorzichtige aanzetten van het toenmalige leven gelardeerd met bijzonder kleurrijke personages. Een heerlijk tussendoortje in een - dat moet gezegd - schitterende vertaling!
During the short time I spent reading this booklet, I was prompted to discuss the Russian Greats of literature — Tolstoy, Dostoyevsky, Paustovski, Chekhov and, definitely, Turgenev, amongst others — with a good friend of mine, especially in light of their characteristic raw, pure, authentic style. Their characteristic style, as based on our modest experiences with these writers.
Yet again, even in such a short bundle of even shorter stories, this darkness of the Russians saw the light of day, brightly. Indeed, one could say that their darkness shone brightly.
We always feel like the Russian Greats present their stories without any sense of directive, but not necessarily without any sense of direction. The direction, mainly fuelled by the author’s supposed intention, is ever so subtle that the reader is not forced in any way. What’s more, the reader needs to be aware of the cues that could point towards such a direction, to even recognise them. Take for example the connection between environmental setting — Turgenev is a master at describing things so that the life in superficially inanimate things come to the fore — and substantive dialogue. Or the similarities in stories, myths, fables or fantasies told in the stories, and the circumstances of the stories told by the narrator.
As a result, the reader does not get any convictions, whether moral, aesthetic, political, or whatsoever, enforced upon him or her. One is simply presented with a read, and read you shall. Because, despite its calm and neutrality, it still utterly and fully grasps you — indeed, exactly because of this, it does so. Visually put, it is quite literally like sitting on a semi-crowded terrace in the city centre, during that typical greyish weather, always on the edge of a drizzle that could escalate to a full blown storm, that only invites those that actively want to be where they are. During those times, the guests are simply who they are, with those with whom they can be just themselves, just their dynamics, and thus are quite honestly, and quite simply, who they are. Any kind of mask has fallen off, they are completely relaxed, their thoughts are free of tension and convolution, and, as such, so flows their speech.
It is this situation, the situation of unrelenting, unenforced, natural authenticity, that Turgenev creates in the Hunter’s Tales, and the reader is its humble witness. That is a rare feat to accomplish in something as inherently staged as literature, so I’m grateful for Turgenev’s virtuosity on that part.
Een vlucht wilde eenden vloog suizend over onze hoofden. Het was donker en koud; in het bos sloeg helder een nachtegaal. We schurkten ons in het hooi en vielen in slaap. Vijf jagersverhalen (blz. 35)
Dit boekje omvat vijf van Toergenjev's jagersverhalen (hij schreef er een hoop meer in zijn leven). Het zijn simpele verhalen met mooie omschrijvingen van het Russische landschap en de dagelijkse praktijk van de jacht.
Het concept is simpel. De jager is aan het jagen (meestal op houtsnip) en komt een passant tegen. Dan ontspint zich een conversatie waarin bijzondere thema's aan bod komen, zoals lijfeigenschap (Chor en Kalynski en Jermolaj en de molenaarsvrouw), feodalisme (Het frambozenwater en bijgeloof (De Bezjin-weide).
De verhalen maken de Russische (plattelands)samenleving van de negentiende eeuw een stukje inzichtelijker. Echter beklijven ze niet allemaal.
Hij keek me van opzij aan. ‘Tegenwoordig is het natuurlijk beter,’ mompelde hij, en hij wierp zijn hengel ver uit. We zaten in de schaduw, maar ook in de schaduw was het benauwd. De zware, hete lucht leek gestold; je gloeiende gezicht hunkerde naar een briesje, maar het was windstil. De zon beukte neer uit de blauwe, donker wordende hemel; recht voor ons, op de andere oever, lag een geel veld haver, waar hier en daar alsem tussen groeide, en er was niet één aar die bewoog. Iets lager stond een boerenpaard tot zijn knieën in de rivier lui met zijn natte staart te zwaaien. Nu en dan zwom een grote vis onder een overhangende struik naar de oppervlakte, maakte een paar luchtbellen en zonk stil naar de bodem, een flauwe rimpeling achterlatend.
Sprekende schetsen van lang vervlogen tijden. Verwacht geen spannende actie, dit zijn trage, kabbelende vertellingen. Vaak eerder melancholisch, soms best grappig. Bv. Over Poloetykin: [...] en hij had thuis de Franse keuken ingevoerd, waarvan het geheim volgens zijn kok bestond in het volledig veranderen van de natuurlijke smaak van elk voedingsmiddel: vlees deed bij deze culinaire meester denken aan vis, vis aan paddenstoelen en macaroni aan kruit; daarbij belandde er geen worteltje in de soep zonder dat het de vorm van een ruit of een trapezium had gekregen. Maar afgezien van die paar onbeduidende gebreken was de heer Poloetykin, zoals gezegd, een beste man.
Een jager ontmoet tijdens 5 tochten verschillende bewoners van de streek. In de korte schetsjes van deze ontmoetingen geeft hij een doorkijkje naar verschillende groepen Russen, rond 1850. Het zijn liefdevolle miniaturen, maar uiteindelijk vond ik het te veel gefragmenteerd en te weinig sprake van een plot om echt te boeien.
Beste was niettemin de noot ‘het was een wijdverbreid volksvermaak om een tamme, gedresseerde beer te laten dansen samen met een als ‘geitje’ uitgedoste jongen’. Wat een tijd, meiden
Voor deze week heb ik besloten drie werken van mijn favoriete schrijver te belichten, Ivan Toergenjev. De werken waar, die in volgorde van publicatie besproken zullen worden, zijn; Vijf Jagersverhalen (Записки охотника) uit 1852, Eerste Liefde (Первая любовь) uit 1860 en als laatste Vaders en Zonen (Отцы и дети) uit 1862. Allereerst enig woord over Toergenjev zelf. Ivan Sergejevitsj Toergenjev (1818) is naar mijn inzichten de vader auteur over Tolstoj en Dostojevski. Hij lag met hen regelmatig in de clinch, sterker nog Tolstoj heeft hem ooit uitgedaagd voor een duel en met Dostojevski lag hij ook moeilijk. Desondanks motiveerde Toergenjev toen hij op zijn sterfbed lag, Tolstoj om verder te schrijven, omdat daar zijn roeping zou liggen. Toen Dostojevski financieel lastig zat zorgde ook Toergenjev ervoor dat een deel van de schulden afbetaald werden. Kortom zijn verhouding tot Dostojevski en Tolstoj is vergelijkbaar met de verhoudingen tussen in Vaders en Zonen.
Het eerste werk, Vijf Jagersverhalen, zorgde voor publieke bekendheid van Toergenjev zijn werk. Deze realistische stijl van schrijven over het leven van de simpele Rus en de verschillende slaven op de grootgrondgebieden van Rusland bracht Toergenjev zijn faam. Tevens zorgde dit werk ervoor dat de publieke opinie langzamerhand tegen het houden van slaven draaide. Zijn tweede werk, Eerste Liefde, is een prachtige uiteenzetting van een jongeman wiens eerste liefde niet wordt beantwoord en de frustratie en onwetendheid die hem bevangt. Het is een boek dat het innerlijke leven goed weet te beschrijven en een mooie introductie tot Toergenjev zijn werk.
In mijn optiek de echt parel is, Vaders en Zonen. Hier zet Toergenjev een generatieconflict uiteen. De ouders van beide hoofdpersonen weerspiegelen de oude traditionele orde terwijl de hoofdpersonen Arkady en Bazarov de nihilistische, materialistische jeugd vertolken. Bazarov wordt ook wel de eerste Bolsjewiek genoemd met zijn fervente houding jegens traditie, geloof, gewoonte en het pleitten voor ratio en materialisme. Het is een boek dat de pijn beschrijft van ouders die zichzelf in minder prominent licht zien staan en de tijd hen voorbij ziet gaan. Het boek blijkt ook accuraat in de huidige tijd. Het leven tussen extremen, de generatieconflicten en de familieproblematiek is hoogstwaarschijnlijk ook nu herkenbaar voor velen.
De laatste roman bracht Toergenjev uit het publieke leven. De rechtse flank in Rusland vond dat de nihilisten niet hard genoeg werden aangepakt terwijl de linker flank het tegenovergestelde beargumenteerde. De eindconclusie was dat geen van beide tevreden waren en Toergenjev uit de publieke opinie viel. Ik persoonlijk ben van mening dat Toergenjev stond voor de balans tussen de extremen. Hij vond dat de radicalisering men tegenover elkaar stelde en dat hieruit geen harmonie gevonden kon worden. Deze boodschap blijft in mijn optiek een tijdloze en zeer waardevolle boodschap en maakt wellicht het herlezen van Vaders en Zonen in deze huidige bewogen tijd het zeker waard.