Piles of Slain, Heaps of Corpses reads the violence in the book of Nahum against the background of the war in the Democratic Republic of the Congo and tries to show how this violent book can be therapeutic and transformative for wounded communities. Here Jacob Onyumbe views Nahum through four scholarly lenses: poetic analysis, study of Assyrian iconography related to eighth- and seventh-century Judah, ethnographic research among survivors of war in the Democratic Republic of the Congo, and modern studies on the impact of war trauma on communities of survivors. He argues that Nahum uses lyric poetry so as to evoke in seventh-century BCE Judahite audiences the memory of war and destruction at the hands of the Assyrians. The prophet uses poetry to evoke (rather than narrate) in order to bring comfort to his audience by revealing the powerful presence of God in the conditions of traumatic violence. Viewed thus, the book of Nahum cannot be dismissed (as has commonly been the case among both scholars and general readers) as irrelevant or merely vindictive. On the contrary, this book--with its depiction of a vengeful God and repulsive war scenes--is essential, especially for traumatized communities.
Het Bijbelboek Nahum is een omstreden boek. Veel mensen hebben moeite met de gewelddadigheden in dit boek. Er zijn exegeten die vinden dat Nahum een gewelddadig Godsbeeld propageert, dat eerder een vorm van nationalisme is dan geloof. De meesten gaan dit Bijbelboek maar uit de weg. In rooms-katholieke en protestantse leesroosters komt dit Bijbelboek ook niet voor. Over Nahum wordt meestal ongemakkelijk gezwegen.
Volgens de Congolese priester Jacob Onyumbe Wenyi is dat negatieve beeld over Nahum niet terecht. Onyumbe groeide op in het door geweld geteisterde Congo. Het geweld in Congo is onder andere een nasleep van de burgeroorlog en de genocide in buurland Rwanda. Om traumatische kant van de gebeurtenissen een plek te kunnen geven, ging Onyumbe gedichten schrijven. Ook verwerkte hij zijn belevenissen in een roman. Als dichter uit een getraumatiseerd land herkent hij wat de profeet Nahum in zijn profetische poëzie doet.
Volgens Onyumbe verwoordt Nahum vooral het geweld waar Juda na een inval door de Assyriërs mee te maken heeft gehad. Om Nahum te begrijpen moeten we volgens hem niet zozeer kijken naar de val van Ninevé. Ook al schrijft hij over de val van deze stad. Om Nahum te begrijpen is het zinvoller om te kijken naar de doelgroep van Nahum: de Judeeërs die getraumatiseerd zijn geraakt door het geweld dat de Assyriërs in Juda brachten.
Nahum gelooft dat God dit geweld niet onbeantwoord laat. Hij zal Assyrië laten ervaren welke gruwelijkheden het de andere volkeren, en dus ook Juda, heeft aangedaan. Daarom begint Nahum ook met de beschrijving van God als de wrekende God. Wraak is bij God geen grillige eigenschap of handeling. Als God wreekt, laat Hij ervaren wat iemand een ander heeft aangedaan. Als God Juda wreekt, laat het Assyrië zelf ervaren welk geweld het over Juda heeft gebracht: verwoesting, verkrachting, verminking.
God heeft een extra reden om Assyrië deze gruwelijkheden te laten ervaren. Doordat Assyrië elke tegenstand wegvaagt, denkt het dat het de goden aan de eigen kant heeft en dat het land beter en in hoger aanzien staat dan de andere volkeren. God gaat laten zien dat Ninevé even kwetsbaar is als de andere landen en geen reden heeft om zichzelf te verheffen boven de andere volkeren.
Volgens Onyumbe heeft Nahum twee thema’s. Het ene thema is de rol van God in gewelddadige crises. Nahum zag het als zijn profetische roeping om aan de getraumatiseerde Judeeërs uit te leggen waar God was. Had God zijn volk niet in de steek gelaten? Nahum wil laten zien dat de Heer die over hemel en aarde regeert niet afwezig is bij deze gewelddadigheden die Juda overkomen. God verschijnt op het toneel. Na de beschrijving van God als de wrekende God, beschrijft Nahum wat in vaktermen een theofanie heet: een verschijning van God.
Die verschijning van God gaat gepaard met natuurverschijnselen: God verschijnt in stormen, in wateren die opdrogen, in verdroging van gebieden, in het beven van de bergen. Nahum beschrijft het op zo’n manier dat we tijdens het lezen van zijn boek God door die woorden heen zien verschijnen. Door Nahums verwoording zien we God verschijnen. Hij gaat over Ninevé de gewelddadigheden laten komen, die het zelf over andere volkeren bracht. Dat God op die manier wreekt, door zelf te laten ervaren wat het anderen heeft aangedaan, is volgens Onyumbe een lijn die door het Oude Testament heen te zien is en ook in de gulden regel van Jezus (Matteüs 7:12) terug komt.
Het andere thema van Nahum is de verwoording van de traumatische gebeurtenissen. Nahum doet dat op een bijzondere manier: Hij beschrijft alvast hoe Ninevé zelf ondervindt wat het anderen heeft aangedaan. Het is daarbij niet nodig om te veronderstellen dat Nahum de val van Ninevé ook daadwerkelijk van nabij heeft meegemaakt. Terwijl hij in Juda is, schrijft hij een klaaglied over de val van Ninevé. Hij doet dat om Juda te troosten: God heeft gezien welke verschrikkingen jullie hebben meegemaakt en Hij blijft er niet onbewogen onder. Het volk van God is niet door God verlaten. Tegelijkertijd is Nahum ook een profetie tegen de volkeren, zoals Jeremia die ook uitsprak: de God van Israël is de Heer van heel de aarde.
Onyumbe gelooft dat de twee thema’s van Nahum de gelovigen in Congo, die nu nog steeds door het geweld getraumatiseerd zijn, kunnen helpen. Nahum helpt om te ontdekken hoe God aanwezig was toen de soldaten van de diverse legertjes de dorpen binnenvielen, de vrouwen verkrachtten voor de ogen van hun mannen en ouders, de aanwezigen verminkten, hen meenamen als seksslaven.
Nahum kan helpen om het geloof levend te houden dat God eens recht brengt in een maatschappij waar de warlords en de geweldenaars nog steeds de macht hebben en niet in verzoening of heling zijn geïnteresseerd. In Congo kan Nahum niet ongelezen blijven, omdat dit Bijbelboek helpt om de trauma’s bij God te brengen.