Boekje dat Joost Prinsen schreef rondom zijn beleving na het wegvallen van zijn vrouw, met aan het eind van het boek iets meer inzicht in de context van haar dood door euthanasie, waar een deel van de boosheid vandaan komt. Al blijft er genoeg boosheid over die je nergens op kunt richten, en waar je dus mee blijft zitten als je niet uitkijkt. 't Is fraai zei de kraai...
De liefde voor taal is zichtbaar in de schrijfstijl, af en toe onderbroken door de integraal opgenomen teksten van brieven en aapjes van zijn naasten in doe periode. op zich suggereert dat een aardig 360⁰ beeld, maar hoe eerlijk zijn dat soort berichten aan een rouwende man. Voelt ook een beetje voyeuristisch: de schrijvers hebben het niet voor publicatie bedoeld al zullen ze ongetwijfeld achteraf toestemming gegegeven hebben. Echter: zeg maar eens 'nee' tegen rouwende man.
Toch getuigen vooral de eerlijk persoonlijke reflecties op een herkenbare manier van de wispelturigheid die bij rouw komt kijken. Rouw die duizend gezichten heeft en door iedereen anders beleefd wordt.
Een paar fragmenten die intrigeerden:
Een machinist over 'spoorlopers':
"'Ze kijken je altijd aan,' zei Henk, 'of beter gezegd ze kijken de trein aan. Ze staan niet met de rug naar je toe.Tenminste, dat heb ik nooit meegemaakt. Nooit gehoord van een collega ook. Of ze mij aankeken, weet ik niet. Je hebt geen tijd om daarop te letten. Je gaat vol de remmen in met al wat je hebt."
"Wanneer meneer Rouw keurig aangekondigd opbezoek komt, is er niet zoveel aan de hand. Ik laat hem binnen, hij kan een kopje koffie krijgen of een biertje. We praten even, we lachen wat, we eten een hapje en ikzwaai hem uit. Maar zo gauw hij onverwacht zijn neus om de deur steekt, al is het maar een paar tellen, ga ik onderuit."
"Is zelfmedelijden een onderdeel van rouw, speelt egoïsme een rol?"