Pauw had altijd al geweten dat er zich een dag zou aankondigen als het begin, een dag even herkenbaar als de titelpagina van dit In open veld. De bladzijde omslaan en dan vrijuit en uit volle borst tot het einde. Het leven was tot dan een soort verlangend wachten geweest. Zitten, staan, liggen, lopen en verlangen, meer niet. Ook niet minder. Want verlangend wachten in de vaste overtuiging dat iets komt is een wachten van de prettiger soort, maar zijn ongeduld werd na een tijd toch zwaar om dragen, en niet alleen voor hem, ook voor anderen, voor de omstaanders. Die moesten almaar vaker wijken, hij schopte mettertijd steeds wilder om zich heen en twijfel verdonkerde zijn dagen. Nochtans zag hij het zo voor zich, een haast bijbels de zon brak stralend door het donkere wolkendek en de weg lag voor hem open. De weg? Het hele godverdomse veld ligt open! Kijk dan! Nooit voorheen was de wereld verlicht geweest als die dag.
Ik hou van (Josse De) Pauw, zijn verrassend taaltje, zijn kleine anekdotes die een voorzichtig inzicht geven in zijn creatieve geest en zijn eigenzinnige brein. Ik hou van zijn werk op toneel en op papier. Ik ben zelfs wat gezond jaloers op zijn Beelden en zijn humor. En toch.. die koos/schuilnaampjes.. als Iets Te Dikke Jonge God (Didden), Kleine (De Ruddere) .. soms te doorzichtig, soms te duister zodat je wil googelen wie erachter zit. Anyway na een tijdje stroppen ze de stroom.. En die Derde Persoon? Soms geeft die de bescheidenheid een schijn van valsheid. Iets teveel stijltrucjes die de Echte Verteller die De Pauw overduidelijk is voor de voeten lopen..
Wanneer ik Josse De Pauw lees, hoor ik daar automatisch zijn stem en vertelstijl bij. Als vanzelf vertraagt het ritme van mijn lezen tot het Brabantse timbre en het leggen van klemtonen zoals alleen de acteur/auteur dat kan. Lezen wordt dan luisteren.
In het open veld vergaloppeer ik me echter al gauw. De stem van Josse verdwijnt na een aantal korte hoofdstukjes en het lukt me daarna maar zelden om die stem weer op te vangen. Ik lees nog wel leuke stukjes maar het geheel blijft toch wat op m'n honger liggen. Open ligt het daar, net zoals het veld.
“Door er woorden voor te zoeken, kan ik iets begrijpen”
Deze uitspraak doet Josse De Pauw in een interview met Guinevere Claeys in De Standaard. Om maar te zeggen dat die zoektocht naar hoe het allemaal begon resulteert in het autobiografische boek ‘In open veld’. De verteller noemt gewoon Pauw en degenen die zijn pad kruisen of waarmee hij een tijdlang samenwerkt krijgen omschrijvingen en worden daardoor een soort van personages. Sommigen daarvan zijn duidelijk, zo is Het Monument evident Jan Decleir en wordt Marc Didden de Iets Te Dikke Jonge God. Voor heel veel andere omschrijvingen is dat niet zo snel duidelijk. Zo zegt de omschrijving De Vrouw Die Zich Aan Het Leven Stootte mij niks en al ga ik in het begin nog wat op zoek bij Google, na een paar hoofdstukken geef ik dat op en lees ik de anekdote alsof ik Josse De Pauw het zou horen vertellen in een stamcafé.
Josse De Pauw die als acteur, filmregisseur, theatermaker, auteur en columnist nooit om woorden verlegen zit neemt ons mee op ‘a trip down memory lane’. Hij had altijd al geweten dat er zich een dag zou aankondigen als het begin: ‘Nochtans zag hij het zo voor zich, een haast bijbels tafereel: de zon brak stralend door het donkere wolkendek en de weg lag voor hem open. De weg? Het hele godverdomse veld ligt open! Kijk dan! Nooit voorheen was de wereld verlicht geweest als op die dag.’ Deze zin is meteen de inspiratie voor de mooi uitgevoerde cover van het boek. Hij gaat op zoek naar het allereerste begin: ‘Waarom is hij gaan spelen? Wat heeft gemaakt dat hij uiteindelijk, zonder dat het ooit een jongensdroom was, vrolijk de planken is gestrompeld? Hij zal het opschrijven. Nadenken hoe het was en dat opschrijven.’.
In opeenvolgende anekdotische verhalen lees ik een tijdlijn van zijn carrière. Van de oprichting van theatergroep Radeis en het groepje kunstenaars dat Schaamte in het leven roept naar theaterwerken als ‘Larf’ en ‘Weg’. Maar wat hij ook doet, Pauw blijft publiek nodig hebben, ook wanneer hij stukjes schrijft voor de krant: ‘’hij overhandigde hem elke maand zijn proper overgetypte velletjes tijdens een lichte lunch. De Laconieke las ze door tijdens het aperitief en Pauw hield dat lezende gezicht in de gaten, wist bij elke wisseling van mimiek welke regel hij las, hij kende zijn velletjes. De Laconieke zijn velletjes zien lezen alvorens ze gedrukt werden, dat had hij nodig, hij was een toneelspeler, zonder publiek was alles moeilijker.’ Een beeld proberen vast te houden is voor Pauw een van de redenen om te gaan schrijven. ‘Pas wanneer je het ging opschrijven kwam een gebeurtenis helemaal tot leven, bleek ze ook nog metafoor, allegorie, parabel, gedicht… Alsof beeld en gebeurtenis gewacht hadden op zijn taal om zich voor hem en de eventuele lezer in hun volheid te openbaren.
Dit is niet het eerste boek van Josse De Pauw. Hij bracht eerder o.a. “Werk” uit, een combinatie van literatuur en muziek en met een nominatie voor De Gouden Uil 2000 op zak. Het heeft vijftien jaar geduurd voor het boek ‘Nog’ een opvolger kreeg met ‘In open veld’. Doordat De Pauw een veelvoud van bezigheden heeft natuurlijk en het is misschien met dank aan Covid-19 dat er tijd vrij kwam om te schrijven. Een lockdown is dan toch ergens goed voor.
De eerste helft van het boek krijgt hoofdstukken die beginnen met een jaartal en een opsomming in cursief van een aantal belangrijke gebeurtenissen in dat jaar. Het laatste feit in het rijtje is iets uit het leven van Pauw in datzelfde jaar. Op die manier worden zijn momenten ingebed in het grote geheel. Het moeilijke begin van Radeis, de wereldtournees nadien, de rebelse houding die blijft, ongeacht waar ze zijn: ‘ … daar stond het paleis van de Gouverneur waar ze uitgenodigd waren voor een diner. Er was hun gevraagd in avondkledij te komen, maar ze hadden laten weten daar niet over te beschikken, net zomin als over ochtendkledij trouwens. Ze hadden nogal stoer geantwoord dat als de Gouverneur hen aan zijn tafel wou, hij zich zou moeten tevredenstellen met de aanblik die ze boden.’ We schrijven dan 1983 en ze zijn in Hong Kong. Het is ook interessant te zien hoe de maatschappelijke en politieke blik van De Pauw doorheen zijn carrière steeds aanwezig blijft. Zijn kortstondig geflirt met AMADA: ‘hij was daar niet zo lang gebleven, omdat er wat weinig gelachen werd, maar de grondgedachte van socialisme en communisme bleef, alsook de plicht tot naastenliefde uit zijn katholieke opvoeding.’ De voorstelling ‘Ruhe’ waarin liederen van Schubert de achtergrond vormen voor het harde discours van twee voormalig Nederlandse SS’ers is geen voor de hand liggende combinatie maar is wel een krachtige waarschuwing tegen extreem rechts. Zijn sociaal engagement blijft een rode draad doorheen het werk van Pauw: ‘Pauw was van het volk, ook al kon dat volk hem serieus zijn kloten uithangen. Maar dat gaf hem op zijn beurt het recht dat volk zelf regelmatig de kloten uit te hangen en hij vond dat de allerbeste regeling.’
Als acteur werkte hij niet alleen voor theater, maar ook voor film en televisie. Hij speelde in meer dan 60 films, inclusief het Oscar-genomineerde Iedereen beroemd! en regisseerde er zelf twee. Vandaag is hij opnieuw aan het werk als onafhankelijk theatermaker en schreef hij dit vlot te lezen boek.
Sommige teksten had De Pauw al jaren geleden geschreven, vertelde de auteur, acteur en theatermaker aan een journaliste van De Standaard. "Dit is een boek van zeer lange adem", zei hij. Ik las het echter vlotjes, in één enkele geamuseerde, ontspannen zucht.
Mooi geschreven memoires van De Pauw. Het doet me verdriet dat ik hem, denk ik, nog nooit in het theater bezig heb gezien. Radeis had ik zeker eens willen zien, maar dan was ik nog nauwelijks geboren. De bijnamen van de mensen die hij tegen komt zijn een beetje een gimmick. In het begin grappig, maar op den duur wat vermoeiend. Hij maakt van zichzelf het personage Pauw, in derde persoon. Iets Te Dikke Jonge God herkende ik snel als Marc Didden en dat Kleine Dominique Deruddere moest voor stellen was ook snel duidelijk. Al de anderen opzoeken zou iets te veel tijd kosten.
Een zoektocht van een acteur naar een stukje zin van het leven. Heel fijn om de anekdotes te lezen van theaterstukken of films die je kent maar dus vooral een must voor de echte kenners van het oevre. En het is ook smullen van taal. "Maar hét licht, het licht waarop hij wachtte, het licht van het begin, had hij nog niet mogen ontwaren. Tot nu toe leek alles slechts een aanzet te zijn. Een aanzet tot de grote dag waarop het hele veld voor hem open zou liggen en hij er eindelijk kon aan beginnen. Aan wat? Aan datgene waarvoor hij geboren was, tiens! Hij zou zo stilaan wel de reden kennen waarom hij hier was neergezet. Niet dat hij zich verveelde, verre van. Hij was bezig. Maar hoe kon een mens gaan dromen, als enkel het einde bekend was en niet het begin?"
Met stip het mooiste boek dat ik las in jaren … de intro’s bij iedere hoofdstuk zijn flashbacks naar mijn jeugd en jonge jaren en toverde telkens een glimlach op mijn gezicht. En dan is het telkens weer benieuwd en gretig lezen wat hij dat jaar heeft meegemaakt… de synoniemen doen ook raden over wie hij het kan hebben maar je voelt een eeuwig respect voor al met wie hij samenwerkte/ speelde. Lag in een deuk toen hij een afspraak had met “paard”… en ook daar werd “paard” de hemel ingeprezen. Mijn respect voor de acteur Josse was al groot, het respect voor de auteur Josse heeft dit nu vertienvoudigd. Een pareltje 🥰🙏
osse De Pauw (1952) studeerde aan het Koninklijk conservatorium te Brussel en was medeoprichter van de theatergroep Radeis en het kunstenaarscollectief Schaamte, de voorloper van het huidige Kaaitheater. Sinds september 2000 is hij artistiek leider van HETNET in Brugge, waar hij zijn theaterwerk presenteert. In 2000 ontving hij de Océ prijs voor zijn opmerkelijke artistieke prestaties. Hij wordt in het seizoen 2005-2006 interim artistiek leider van het Toneelhuis. Naast theatermaker is hij ook schrijver en regelmatig te zien op televisie en in film. Zijn toneelteksten, journalistieke en literaire stukken verschenen in de bundel Werk. Josse De Pauw mag dan acteur en theatermaker in hart en nieren zijn, dat hij als jongeman dat levenspad zou kiezen lag geenszins voor de hand. Dat is het eerste wat we leren uit In open veld,waarin De Pauw ons – na Werk en Nog – weer eens verwent als schrijver. In open veld bezit de openhartigheid van een autobiografie, maar tegelijk presenteert De Pauw zijn beginjaren als een soort fictie door van zichzelf, collega’s en vrienden personages te maken. Niet om de waarheid te verhullen. Hijzelf is gewoon ‘Pauw’ en dat hij bijvoorbeeld met ‘Kleine’, de regisseur met wie hij naar de Oscars trekt voor de film Iedereen beroemd, Dominique Deruddere bedoelt, is overduidelijk. Met de ingreep schept hij afstand en maakt hij ruimte voor bespiegeling. Zonder zweverigheid, wel met zelfrelativering en humor, vertelt hij zowel over zijn vormende jaren met Radeis als zijn fascinatie voor jazz en het huisje dat hij in Frankrijk kocht. Zelfs de diefstal van zijn laptop, waarop een flink stuk van dit boek stond, passeert. Hoewel zijn terugblik tot een eind na 2000 reikt, zoekt De Pauw vooral naar waar, wie en hoe de kiemen zijn gelegd voor wie hij vandaag is. . In open veld is een semi-autobiografische queeste naar de oorsprong van zijn theatercarrière, met verhalen over theatertournees, de reizen met zijn eerste gezelschap Radijs, én over zijn jeugd in Asse, waar het ‘open veld’ toen nog geen metafoor was voor de mogelijkheid om onbegrensd, ongebonden en ongedwongen (theater) te spelen, maar gewoon de alledaagse werkelijkheid. Het is dus een goed moment om eens met De Pauw tot Asse weder te keren aan de hand van zijn herinneringen. Interviews daarover heeft hij eigenlijk nog niet gegeven. Of het was die ene keer voor de schoolkrant van het Heilig Hart in deelgemeente Walfergem, over zijn tijd als leerling bij de Broeders Missionarissen. De Pauw studeerde theater aan het Koninklijk Conservatorium te Brussel waar hij onder andere les kreeg van Senne Rouffaer en Leo Dewals. Hij was medeoprichter van de theatergroep Radeis (1976) en het kunstenaarscollectief Schaamte, de voorloper van het huidige Kaaitheater, Brussel. De groep Radeis reisde de wereld af met een aantal erg succesvolle woordeloze producties en ontbond zichzelf in 1984. Hij was ook te zien in de film Hector van Stijn Coninx en Urbanus. In 1999 werd hij huisschrijver (“kunstenaar in residentie”)/theatermaker bij Victoria in Gent. Van 2000 tot en met 2005 was hij artistiek leider van Het Net, in Brugge. In 2005 was hij ook voor één jaar tijdelijk artistiek leider van Het Toneelhuis ion in Antwerpen. Vandaag is hij opnieuw aan het werk als onafhankelijk theatermaker. Hiernaast is hij ook de schrijver van verschillende theaterwerken, waaronder 'Weg' en 'Larf'. Op televisie was hij te zien in Koning van de wereld (2007), De ronde (2011) en Met Man en Macht (2013). Sinds 2004 maakt Josse De Pauw voorstellingen voor LOD muziektheater, waaronder die Siel van die Mier (met Jan Kuijken), De Gehangenen (met Jan Kuijken), Boot & Berg (met Peter Vermeersch) en An Old Monk (met Kris Defoort Trio). Vanaf 2016 werkte hij er aan zijn trilogie, waarvoor hij samenwerkte met LOD-componisten Dominique Pauwels, Jan Kuijken en Kris Defoort. Hieruit kwamen de voorstellingen De Helden (met Dominique Pauwels, 2017), De Mensheid (met Kris Defoort & Arnon Grunberg, 2017) en De Blinden (met Jan Kuijken & SPECTRA, 2018) voort. In april 2019 gaat zijn nieuwe voorstelling a concert called landscape (met Kris Defoort Trio) in première in DeSingel Antwerpen. Bij Muziektheater Transparant maakte hij Ruhe (2007), Babar/le Fils des Etoiles (2008), Over de bergen (2009) en ESCORIAL (2013). Als acteur werkte hij niet alleen voor theater, maar ook voor film en televisie. Hij speelde in meer dan 60 films, inclusief het Oscar-genomineerde Iedereen beroemd! en regisseerde er zelf twee. In open veld is één boeiend verhaal. Over de mens Pauw. Over theater en film in Vlaanderen. Maar de essentie: een werveling van poëzie, van prachtige taal. Over mensen, vriendschappen, natuur, stadsbeelden, ontroerende gebeurtenissen. Heel kleine dingen worden opgemerkt en onder de microscoop van de auteur uitvergroot, onder onze aandacht gebracht. Het ‘grote’ weet hij te gepasten tijde met een monkellach te relativeren, desnoods op een schavotje te zetten. Ja er schuilt voldoende humor tussen de regels, zo losjes uit de pols, nooit opzettelijk – een glimlach, hooguit af en toe een grimlach maar (De) Pauw maakt zich hier nooit echt druk. Hij blijft zich amuseren.
Josse de Pauw van 1970 tot 2010. Een fantastisch relaas over leven en werk van Radeis tot An old monk. Pauw en een geweldige, af en toe gestoorde, groep creatievelingen maken met passie en massa's durf hun dromen waar. Theater, film en muziek brengt hen over heel de wereld. Zij worden ontvangen door staatshoofden, managers en vooral door een laaiend enthousiast publiek. En tot slot: 'En zo had Pauw toch nog aanspraak op zijn oude dag'.
Ik denk dat het geen goede keuze was om de nevenpersonages met hun bijnaam te benoemen. Dat is eventjes leuk, maar op den duur schept het voor de niet-ingewijden wel verwarring. Ik voelde me daardoor wat buitengesloten in wat verder een leuke anekdotische autobiografie is. Deed me door de vorm wat denken aan The Storyteller van Dave Grohl.
Nog niet helemaal overtuigd. Maar ik leg het boek weg en - wat ik vaker doe - pak hem later terug voor een tweede lezing. Benieuwd wat ik dan zal vinden.
Wachtend op het open veld beleeft Pauw als theatermaker/acteur/auteur het leven. De korte chronologisch opgebouwde hoofdstukken zijn een plezier om te lezen; soms poëtisch, soms hard, maar naar mijn gevoel altijd eerlijk. De verschillende tijdsperiodes, de met bijnamen onherkenbaar gemaakte herkenbare personages, de grappige situaties (de blauwe waterpijp), de boeiende levensvisie en -filosofie (af en toe een vleugje Walden) maken dat het aangenaam lezen is tot op het einde. Ik heb verschillende keren luidop gelachen en ik denk dat de zilverreiger zeer blij is met Pauws gezelschap.
Bij dit boek moet ik ongewild aan m'n grootmoeder denken. Een gepassioneerde vrouw die vaak zocht, niet altijd vond. Pauw beweert dat de tijd eerst volwassen maakt, en dan onherkenbaar. Dat klopt niet helemaal. De Tijd maakt eerst wijs, dan onherkenbaar.