In ‘t wonderjaer 1927? Drie mannen: Roelants, Walschap en Zielens zouden de Vlaamse roman in 1927 eindelijk verlossen van het oneindige ‘geliteratureluur’. Psychologie was het nieuwe mantra; dorp- en streekroman moesten het ontgelden. Het literaire triumviraat liet de Vlaamse literatuur het Europese modernistische toneel betreden – of zo staat het tenminste opgetekend in de annalen van de traditionele literatuurgeschiedenissen. Het is de literaire canon – o ironie – die we mogen bedanken voor het ophelderen van zulke misverstanden. Zo’n vijf jaar geleden bij het vrijgeven van vijftig essentiële teksten uit de Nederlandstalige literatuur deed de geringe vrouwelijke aanwezigheid veel stof opwaaien. Onder impuls van schrijfster, maar vooral canoncommissielid, Annelies Verbeke – bij wijze van mea culpa – mochten de Nederlandse letteren een herdrukte en herwerkte versie in ontvangst nemen van Een revolverschot (1911), een roman van Virginie Loveling (1836-1923).
Het turbulente leven van vergeten tante Virginie lijkt op haar zeventigste te culmineren in Een revolverschot. Op tienjarige leeftijd zien Virginie en Rosalie Loveling (1834-1875) hun vader uit het leven stappen. Wanneer zus en medeschrijfster Rosalie ook op jonge leeftijd komt te overlijden, zorgt dat voor een akelige vertrouwdheid met psychisch lijden bij de jongste zus Loveling, dat steevast doorschemert in haar literaire erfenis. Vrouwelijke personages belanden in precaire situaties in een door mannen gedomineerde wereld. Loveling slaagt erin die vrouwen niet te laten vervallen in clichématige waanzinnige typetjes, maar in waarachtig doorleefde en getormenteerde personages.
Zo ontspint Een revolverschot zich rond twee notarisdochters en de flamboyante Luc Hanq, die bij zowel Marie als Georgine Santander een mateloze hartstocht losweekt. Door de ogen van Marie ervaart de lezer de verwoestende kracht van deze amoureuze genegenheid. Een reeks tumultueuze gebeurtenissen zijn het onvermijdelijke gevolg. Die gebeurtenissen moeten lichtelijk genuanceerd worden, aangezien ze zich voornamelijk in de mentale wereld van de personages afspelen. Sociale verwachtingspatronen en schoonheidsvoorschriften veroorzaken en onderdrukken tegelijk kolkende en kronkelende sentimenten bij Marie. Loveling biedt een unieke inkijk in de smartelijke gevoelswereld van deze getroebleerde vrouw verstopt achter een kleinburgerlijk decor.
Een decor dat Loveling op haast verbluffende – en zo u wil: op naturalistische – wijze weet te scheppen. Een afstandelijke verteller, zonder gemaniëreerde pogingen tot woordkunst, laat het neurotische en gedetermineerde hoofdpersonage de ondergang van iedereen rondom haar inluiden. De hoop op huwelijksgeluk mondt uit in rancune, ziekelijke jaloezie en, uiteindelijk zelfs, moord. Een klassieke naturalistische afwikkeling waarbij Loveling de uitwerking van de menselijke conditionering onderzoekt. De schrijfster zinspeelt zelfs rechtstreeks op die conditionering: ‘Heeft het noodlot zich over haar ontfermd, gedachten en herinneringen gedood?’.
Het vraagteken symboliseert de kracht van de roman. Loveling zet critici een hak door dermate suggestief te werk te gaan. Het volledige boek ademt ambiguïteit. Er is sprake van zuiver naturalisme noch van zuiver psychologisme. De sterkte van Een revolverschot ligt in de combinatie van verschillende stijlen en waarheden. Die afwisselende weergave van de waarheid maakt van de roman een erg modern werk. Loveling weet maatschappelijke entropie en de manier waarop mensen daaraan invulling geven met ontzagwekkende authenticiteit te schetsen. Daarmee illustreert ze dat op latere leeftijd schrijven allerminst gelijkstaat aan verstarring en conservatisme. Integendeel, haar levensloop voedt die diepgaande karakterontwikkeling van het hoofdpersonage Marie. De vernieuwing uit zich op meer dan enkel het psychologische terrein. Loveling weet als geen ander als vrouwelijke auteur hoe versmachtend de buitenwereld kan inwerken op een jonge vrouw. De schrijfster uit Nevele illustreert hoe genadeloos hoop en idealen gesloopt kunnen worden door de absurde wetten van het patriarchaat. Marie fungeert daardoor als een subversief hoofdpersonage. In plaats van haar als een verketterde waanzinnige af te schilderen toont Loveling hoe een bekrompen dorpsmentaliteit een vrouw kan reduceren tot krankzinnigheid.
Een spanningsboog als conditio sine qua non voor de literatuur? Tegenstanders durven beweren dat de focus op geestelijke ontwikkeling van de personages ten koste van de spanning zou gaan. Wanneer Loveling besluit slechts een halve pagina te wijden aan de climax van het boek, die de titel rechtstreeks voorafschaduwt, durven sommigen te opperen dat het boek resulteert in een ware anticlimax. Een revolverschot ontstijgt zulke goedkope kritieken moeiteloos. Loveling accentueert onmiskenbaar de essentie van verhaalkunde: hoe het verteld wordt, overschaduwt steevast wat verteld wordt.
Het almaar groter wordende onheil dat als een zwaard van Damocles boven de zussen komt te hangen, doet de lezer intens meevoelen. Herhaaldelijke grillen en stemmingswisselingen maken van zowel Marie als Georgine doorleefde en levensechte personages:
"Georgine zag op haar neer, een traan glom in de maneschijn in ’t hoekje van haar oog. Zij opende de mond reeds, misschien om zich te verontschuldigen; maar de gebelgde, meedogenloze uitdrukking op het gelaat de gispende bespeurend, zweeg ze, stroef, hardnekkig, uitdagend, pruilend."
Het strakke keurslijf waarin beide zussen gedwongen lijken, staat in schril contrast met de woelige onderhuidse sentimenten en gevoeligheden. Het is ontegensprekelijk de verdienste van Loveling om deze verschillende emoties naast elkaar te laten bestaan. Ze poogt daarmee de beperkingen van de literatuur te overwinnen, namelijk het onzegbare verwoorden.
Ook de verteller speelt daarin een cruciale rol. Met meesterlijke subtiliteit speelt Loveling de onzekere verhouding tussen lezer en verteller uit. Die eerste vergaart nooit absolute zekerheid door de twijfel die de verteller laat schijnen over het narratief. Die twijfelachtige passages van de verteller laten de lezer gissen, maar vooral nadenken. De narratieve (on)betrouwbaarheid voedt de idee van een geconstrueerde waarheid. Loveling laat op magistrale wijze de onafwendbare beperkingen van literatuur zien. Orde proberen scheppen in de chaos leidt onvermijdelijk tot polyinterpretabiliteit. Het lezen van Een revolverschot vergt dus een actieve lezer, zoals het goede literatuur betaamt.
Literatuurhistorici en canoncommissieleden dienen vooral niet te stoppen met de literaire geschiedenis vorm te geven. Anker- en referentiepunten onderscheiden is cruciaal, zeker voor hen die willen kennismaken met de wereld van de Letteren. Wat echter nog belangrijker is, zijn de onterecht vergeten werken bij deze samenstellingen. Zij laten luide stiltes na. Zulke stiltes worden opgevangen in verschillende uithoeken van het literaire veld en kunnen leiden tot de reanimatie van vergeten parels. Een revolverschot van Virginie Loveling is een van die parels. Lang voor 1927, toen drie mannen voor de verlossing zouden zorgen, was het een vrouw uit Nevele die de menselijke zielenroerselen tot op het bot onderzocht. Loveling brengt een ode aan de universele en aloude twijfel, die ze op een superieure manier heeft neergepend.