What do you think?
Rate this book


261 pages, Paperback
First published August 1, 2021
We denken niet dagelijks aan fotosynthese. Had het een geluid, dan zou alles anders zijn. Bij de eerste grijze lichtstralen zou een zacht gemurmel ontstaan. De bomen die uittorenen boven iedereen zetten hun bladgroenkorrels in werking. De groene pomp begint, koolstofdioxide komt het blad binnen en zuurstof treedt eruit, al die bladeren ademen. Zachte klikjes klinken, van het breken en herschikken van moleculen. Zoevend worden suikers naar groeipunten verscheept. Terwijl het licht aan kracht wint, de zon steeds hoger stijgt, zal het gemurmel en geklik plaatsmaken voor een bescheiden, meerstemmig gesuis, want ook struiken en kleine bomen vangen aan, ook hun bladgroenkorrels vangen licht en assimileren moleculen. Breken, husselen, bouwen, verschepen. De aarde raakt op drift, het ademen klinkt steeds luider. En dan, terwijl de zon op weg is naar zijn zenit, zullen het gras, de kruiden en de landbouwgewassen beginnen te zingen, hoog en harmonieus. ze zullen de insecten overstemmen, de vrachtwagens, fabrieken en vliegtuigen, ze vormen een aaneengesloten tapijt van geluid. Hun synthese is scherp en snel, zij hebben niet meer dan een seizoen de tijd om te komen tot een finale, tot zaad. Een koor van alchemistisch groen dat uit het schijnbare niets, uit gas en licht, stof maakt. Tot de zon, voorbij zijn hoogtepunt, langzaam zakt en eerst de lage kruiden, dan de struiken en uiteindelijk de bomen hun adem inhouden en hun zingen staken. Met de nacht verstilt de aarde, tijdelijk.
(p. 217-218)