Deze bundel, vrucht van een verblijf in Death Valley, is een verzameling van veranderlijke landschappen en de wisselende lichamen die zich erin voortbewegen. De gedichten zelf zijn evenzovele oefeningen in waarneming. In de ruimten tussen aanblik en uiterlijke verschijning ontstaan beelden, onderhevig aan kleuren, texturen en zintuigen. En deze beelden rijgen zich aaneen tot wat misschien wel feministische natuurgedichten kunnen worden genoemd over zaken als erotiek, bloei, geweld en kwetsuur: ‘de woestijn woelt en sleept haar laken mee / er ontwaakt // een vrouw zonder beschadigingen, ze kleedt zich / voor een dagtocht, ze zeult geen geesten’.
Charlotte Van den Broeck was born in Turnhout, Belgium, in 1991. After studies in English and German, she took a Masters in Drama at the Royal Conservatoire in Antwerp. She has published two collections of poetry, Kameleon (2015), which was awarded the Herman de Coninck debut prize for poetry by a Flemish author, and Nachtroer (2017), which was nominated for the VSB Poetry Prize 2018 and the Ida Gerhard Prize. These two volumes are combined in Chameleon | Nachtroer, translated from the Dutch by David Colmer (Bloodaxe Books, 2020). Her poetry has also been translated into German, Spanish, French, Serbian and Arabic. In 2016 she opened the Frankfurt Bookfair together with Dutch poet Arnon Grunberg. In 2017 she was one of that year’s Versopolis poets, performing at several European festivals including Ledbury in Britain. As well as publishing critically acclaimed collections she is renowned for her distinctive performances, which differ from UK/US versions of spoken word as theatre pieces ‘searching for the speakability and experience of oral poetry’, now presented in English as well as Dutch.
Heel mooi, direct vanaf de eerste strofe: waarom zie ik wit als ontmanteld licht / waarom geloof ik niet wat een loodrechte zon kan aanrichten, nog steeds niet / waarom ligt er geen schaduw onder de hemel in herhaling, rood oranje rood / ontsteekt de dag
Aarduitwrijvingen. Door: Charlotte Van den Broeck.
Aarduitwrijvingen. Wat dat zijn, aarduitwrijvingen, daar krijgt u een idee van door de cover (beeld: Jana Coorevits) van deze bundel. Charlotte raakte gefascineerd door het werk van de Nederlandse kunstenaar Herman de Vries las ik in de krant de Standaard enige tijd geleden, en die fascinatie leidde tot Van den Broecks derde bundel.
We kennen haar voornamelijk als dichter maar door haar schitterende boek (Waagstukken) en haar wisselcolumn voor de Standaard der Letteren zie ik haar nu voornamelijk als denker. Een denker die heel mooi kan schrijven. Poëtisch en toch activistisch. Actueel en universeel. Vrouwen, de natuur, landschappen en hoe we ons daarin voortbewegen, hoe we ons verhouden tot de wereld én tot elkaar zijn thema’s waar Charlotte vaak (en boeiend) over schrijft. Ze zet je aan het denken, neemt je mee op reis in de wereld en in je eigen hoofd.
Zo ook in Aarduitwrijvingen. In deze derde bundel schrijft ze gecondenseerder en abstracter dan in haar vorige boeken. De taal blijft belangrijk, wint misschien zelfs aan belang. Klanken primeren vaak. Kleuren, geluiden, vergezichten vormen indrukken, afdrukken en gedichten.
De tijd dat poëzie gewoon mooi moest zijn is voorbij, nu moet ze aanklagen, bijten, schuren zonder afbreuk te doen aan haar meeslepende, meanderende, sluimerende kracht.
De wereld evolueert, Charlotte evolueert, wij evolueren mee. Eens fan, altijd fan, ik blijf haar nauwlettend volgen.
Een prachtige gelaagde derde bundel van Charlotte Van den Broeck: over onze waarneming van en vervlechting met de landschappen die ons omgeven, over vrouwen en 'de vrouw' gereduceerd tot vrucht- en dienstbaar. Dit alles wederom in een prachtig vloeiende taal. Dit zijn gedichten van de bovenste plank die je wil lezen en herlezen, zodat de dingen zich net dat beetje anders aan je gaan voordoen.
In eerste instantie vond ik de beeldspraak vaak te ondoorzichtig om betekenis aan de gedichten toe te kennen; naarmate ik verder kwam begon ik ze ook minder aandachtig te lezen. Rond de helft van de bundel zaten echter een aantal erg sterke gedichten met standbeeld- en schildpadmetaforen die ik vervolgens ook concreet aan thematiek over bijvoorbeeld gender kon koppelen. Met dat het achterhoofd kon ik bij herlezing ook meer betekenis gaan geven aan de eerdere gedichten. Er zijn nog steeds iets te veel momenten in waarbij ik compleet in het donker tast, maar als geheel ben ik hier een stuk positiever over dan toen ik net begonnen was. Ben nu vooral erg benieuwd naar Van den Broecks proza.
Te veel stijl, mythologie en stilstaande beelden om mij te kunnen bekoren. Ik mis het specifieke, het persoonlijke, de emoties die deze woorden deden vloeien.
Voor liefhebbers van zee, zon, strand en verdwijnende kustbewoners, is dit een mooi bundel. Voor anderen ook, trouwens. Niet alle gedichten zijn even toegankelijk. Anders gezegd: ze geven zich niet alle bij eerste lezing ‘gewonnen’. Een bundel, kortom, die je vaker dan eenmaal moet lezen.
Soms dacht ik: Charlotte, wat maak je het je lezers soms moeilijk. Maar lezen en herlezen helpt. En misschien moet niet alles zich onmiddellijk prijsgeven. Extra punt voor de knappe vormgeving van de bundel.
‘elke vrouw bestaat twee keer meende Praxiteles en was met die gedachte erg tevreden dus maakte de Griekse beeldhouwer van Aphrodite twee levensgrote beelden’