Anna zat bij mijn zusje in de klas op het VWO. Toen fietste ze dus al veel, alleen haar talent om grote wedstrijden te gaan winnen, ontdekt ze pas daarna.
Anna's verhaal is haar verhaal, en het is geen verhaal van diepe dalen en daar weer uit herstellen. Het is een verhaal van een meisje dat goed kan fietsen, competetief is ingesteld, en wil winnen, maar ook bereid is daarvoor de fysieke, emotionele en mentale inspanningen voor te doen. Tegelijk, uit alles lees je dat Anna het niet alleen doet en had gekund, en het is mooi om in het boek reacties te lezen van mensen om haar heen: ouders, broers en zus, trainer (en later echtgenoot), coaches en teamgenoten, en vriendinnen. Anna maakt duidelijk dat wielrennen een teamsport is, waar er gek genoeg één wint, omdat dat nu eenmaal meetbaar is. En zij is één die wint, veel wint, en daarvoor wordt binnengehaald als een heldin (in Nederland in het bijzonder bij het winnen van Olympisch goud), maar duidelijk maakt dat winnen leuk is, maar niet gelukkig maakt. Nee, dat zijn de relaties die je hebt: met je familie, met je echtgenoot, met vrienden.