Een naamloze schrijver bezingt zijn muze, Anna, die hij leert kennen in het Zweedse dorp waar hij woont. Na haar plotselinge dood gaat hij op zoek naar de kleuren die hij dankzij haar heeft leren zien. Het resultaat is een verhaal dat alle kanten op waaiert – van Jakobs gevecht met de engel naar onze moderne woede, van de schilder Willem de Kooning naar de Zweedse bosbouw, van Joe Biden naar Alex de Galliër – maar steeds weer terugkeert naar wat Anna zo tekende: kleur.
De kleuren van Anna is een roman over onze verbeelding, over het vermogen om overal verhalen in te vinden, en over het belang daarvan. De verbeelding geeft ons niet alleen kunst, maar ook empathie. In een tijd waarin al te vaak een beroep wordt gedaan op benauwde instincten, viert Kollaards verteller een feestje met onze gullere driften.
Sander Kollaard (1961) is geboren in Amstelveen en studeerde geschiedenis in Amsterdam. Hij woont en werkt op het Zweedse platteland, in een voormalige pastorie, samen met zijn vrouw en drie kinderen. Hij debuteerde in Tirade en publiceerde verder in De Gids en Passionate Magazine.
Voor zijn debuut, de verhalenbundel Onmiddelijke terugkeer van uw geliefde, ontving Sander Kollaard de Lucy B. en C.W. van der Hoogt-prijs 2014. Zijn tweede boek, Stadium IV, werd tevens lovend ontvangen.
Een warm verhaal over Anna en haar oog voor alles.
'Het is altijd weer verrassend, zei ze, hoeveel kleur het eerste licht tevoorschijn haalt uit wat zo toepasselijk ochtendgrauwen heet, de grijze schemer waarin de nacht oplost. (p 25) De dageraad brak juist aan en met dat licht verschenen kleuren in het water die ik niet eerder had gezien, niet omdat ze er niet waren, maar omdat ik tot dan toe verzuimd had te kijken. (...) Ik zag alleen maar die kleuren en die paar minuten behoren tot de gelukkigste van mijn leven.' (p 25)
'Open je ogen, schrijft hij (Thoreau) in de laatste regels van het boek. Het is niet het uur dat de nieuwe dag doet dagen, maar wij, met onze aandacht. Kijk dus. Alleen dan zal de ene dageraad op de andere volgen. De zon is niets dan een ochtendster.' (p82)
'Het allerergste is dat dode bomen meer waard zijn dan levende.' (p91)
Afgewisseld met korte essays.
'Abraham Gottlob Werner was de meest vooraanstaande geoloog van zijn tijd. (...) Een van Werners innovaties was een eenduidige, systematische definitie van kleuren die hij ontwierp om de mineralen die hij bestudeerde nauwkeurig te kunnen beschrijven. De Schotse natuurschilder Patrick Syme maakte op basis van Werners nomenclatuur een kleurenkaart, niet alleen voor mineralogen, maar ook voor zoölogen, botanisten, scheikundigen, anatomen en kunstenaars. (...) Hij schilderde elke kleur die Werner in zijn nomenclatuur had beschreven en gaf er het recept bij. Het wit van afgeroomde melk is samengesteld uit sneeuwwit gemengd met kleine hoeveelheiden Berlijns blauw en asgrijs. Bovendien gaf hij bij elke kleurbeschrijving drie voorbeelden uit de natuur, dierlijk, plantaardig en mineraal, zodat referentie mogelijk is. Het wit van afgeroomde melk is te vinden in het menselijk oogwit, aan de achterzijde van het bloemblad van blauwe hepatica, en in gewoon opaal.' (p88)
'Over groen gesproken: het menselijk oog onderscheidt in de kleur groen meer tinten dan in andere kleuren. Dat heeft waarschijnlijk een evolutionaire achtergrond. (...) Syme beschrijft zestien tinten groen: speenkruidgroen, berggroen, preigroen, zwartachtig groen, verdigris, blauwachtig groen, appelgroen, smaragdgroen, grasgroen, eendengroen, scheutgroen, pistachegroen, aspergegroen, olijfgroen, oliegroen en vinkengroen. En over evolutie gesproken: Charles Darwin nam de kleurenkaart van Syme mee op zijn reis met de Beagle, van 1831 tot 1836, en gebruikte hem bij zijn beschrijvingen.' (p88)
Het verhaal voelt een beetje fragmentarisch aan. Hier en daar goede actuele passages, soms eindeloze opsommingen. Vond het al met al wel lekker zweverig - in a good way.
Boek met een filosofische inslag dat je motiveert om aandachtiger en rustig naar de wereld om je heen te kijken. De opbouw waarin afwisselend in essayistische en verhalende stijl zijn geschreven werkt wel bevreemdend en soms worden er voor mijn gevoel te veel weetjes achter elkaar verwerkt. Hierdoor raakt het fictieve verhaal op de achtergrond en duurt het even voordat je daar weer in zit zodra het weer aan bod komt.
Ik hou van de boeken van Sander Kollaard. In een wonderlijke mix van essay en verhaal laat Kollaard je telkens anders naar de wereld kijken: een beetje melancholisch, met veel liefde en ruimte voor verbeelding. Het mooiste doet hij dat in zijn bekroonde boek Uit het leven van een hond (mijn favoriet). Ook De kleuren van Anna is stilistisch weer zeer knap – met prachtige formuleringen en terugkerende elementen – al neigt het hier en daar naar gekunsteldheid. Tegen het einde beginnen de woorden en verhalen over elkaar heen te buitelen en wordt het een werveling van stemmen en zich verdubbelende personages. Het enigszins naïeve, linkse activisme dat hier naar boven komt, ligt mij wat minder. Charmant vind ik wel dat deze verteller nog enthousiast kan worden over beelden van hoop, van het songfestival tot de poëzie van Amanda Gorman. Oh ja, tijdens het lezen luisterde ik tussendoor naar een (half) interview met de schrijver. Dat had ik beter niet gedaan: hij komt een stuk minder sympathiek over dan het schrijvertje in De kleuren van Anna of Henk in Uit het leven van een hond.
De kleuren van Anna is zo een mooi boek! Het gaat over een man die graag wandelt met een hond en in Zweden woont. Het is een man die graag beschouwt en bespiegelt, met een lieve levenslust in zich. Hij rouwt om Anna, een kleurrijke vrouw uit het dorp die hij vaak tegenkwam als ze beiden hun hond uitlieten. Hij beschrijft alle kleuren die hij leerde zien door Anna. Anna sterft tijdens de pandemie, of het aan corona is maakt de schrijver niet duidelijk. Kollaard vertelt dit alles in het compacte eerste deel van het boek, getiteld ‘Rood’. De kleuren van Anna kan beter een verzameling herinneringen, gesprekken en korte essays genoemd worden dan een roman. Toch is er een verhaal. Als je het van afstand bekijkt, schemert het erdoorheen, door het Rood, Geel, Blauw en Groen – de opeenvolgende hoofdstuktitels. Aan het einde heb je Anna leren kennen als de ‘vurige furie’ die ze is, een in haar eentje opererende klimaatactivist. Maar daar lijkt het in eerste instantie helemaal niet over te gaan in dit boek. Het gaat om al die verhalen die langskomen. De waarheid is dat de kracht van de roman na Rood en Geel langzaam afneemt. De knal waarmee het begon klinkt aan het einde als een plofje.
Door het ontbreken van een duidelijk plot, vond ik dit boek van Sander Kollaard iets minder. Ik zie het als een (Corona)tussendoortje; een uiteenlopende verzameling van gedachten, essay, verhaaltjes etc. Sander Kollaard is echter wel een stilist. Zijn boeken zijn mooi van taal en bijzonder prettig te lezen.
Wat een mooi boekje. Eenvoudig is de eenvoud van het leven hier beschreven - zinderend en verlangend naar meer. Iedereen zou een Anna Sander in hun leven moeten tegenkomen. Een aanrader.
Zeker niet slecht, maar er schort iets aan de structuur. Weetjes over kleuren en allerlei ditjes en datjes werken storend. Ik zou die er allemaal uit verwijderen zodat het verhaal veel beter tot zijn recht kan komen.
Sander Kollaard (1961) is geboren in Amstelveen en studeerde geschiedenis in Amsterdam. Hij woont en werkt op het Zweedse platteland, in een voormalige pastorie, samen met zijn vrouw en drie kinderen. Hij debuteerde in Tirade en publiceerde verder in De Gids en Passionate Magazine. Voor zijn debuut, de verhalenbundel Onmiddellijke terugkeer van uw geliefde, ontving Sander Kollaard de Lucy B. en C.W. van der Hoogt-prijs 2014. Hij was Winnaar van de Librisprijs 2020 met Uit het leven van een hond . Zie ook: www.sanderkollaard.nl. Dit prachtige boek was een intiem portret van alledaagse gebeurtenissen, die onderdeel blijken te zijn van een grootser verhaal... Wat deze korte roman zo sterk maakt is onder andere de stijl van Sander Kollaard. Hij volgt zijn personage nauwgezet, maakt mooie observaties en weet ze te vangen in prachtige beelden...En deze methode gaat ook op voor zijn nieuwe boek ‘De kleuren van Anna’ is een roman over onze verbeelding, over het vermogen om overal verhalen in te vinden, en over het belang daarvan. De verbeelding geeft ons niet alleen kunst, maar ook empathie. In een tijd waarin al te vaak een beroep wordt gedaan op benauwde instincten, viert Kollaards verteller een feestje met onze gullere driften. Een naamloze schrijver bezingt zijn muze, Anna, die hij leert kennen in het Zweedse dorp waar hij woont. Na haar plotselinge dood gaat hij op zoek naar de kleuren die hij dankzij haar heeft leren zien. Het resultaat is een verhaal dat alle kanten op waaiert – van Jakobs gevecht met de engel naar onze moderne woede, van de schilder Willem de Kooning naar de Zweedse bosbouw, van Joe Biden naar Alex de Galliër – van het Eurovisiesongfestival naar een Coronavaccinatie. Maar toch keert het geheel weer terug naar wat Anna zo tekende: kleur. “Dank zij jou ben ik het gaan zien , Anna, zei ik. Kleur Als je er eenmaal op let, is er veel kleur in de wereld. Wie de wereld wil begrijpen, zal kleuren moeten begrijpen”. Sander Kollaard is een begaafde schrijver. Zijn woordgebruik is scherp observerend maar ook heel toegankelijk. Mooie metaforen sieren het boek, zij zijn steeds naadloos toegespitst op de situatie van het moment. Aan elke kleur zit een beschouwing vast zoals bijvoorbeeld rood is bloed, gevaar maar ook woede. Aan die beschouwing worden dan weer verhalen gelinkt die geplukt zijn uit het leven de schrijver, de vrouw Anna, de vluchtelinge Zilan en de universele wereldgeschiedenis. Ook inspireert de literatuur hem tot mooie fragmenten zoals de Amerikaanse schrijver Thoreau die ons voor hield dat de wereld groter is dan onze blik weet te vangen.
Op een subtiele manier gaat de roman ook over het vertellen van verhalen, waarmee Kollaard langs dezelfde thematiek scheert als Uit het leven van een hond of de verhalenbundel Levensberichten.
Een fantastisch boek als 'Uit het leven van een hond' opvolgen is geen sinecure. Zeker niet in dit geval, waarbij je een mix hebt tussen fictie en essay die mij onbevredigd achterlaat. Het verhaal van de laatste jaren van de prachtige Anna is boeiend en ontroerend, maar de wetenschappelijke en filosofische overpeinzingen rond kleur breken daar, soms zonder enig volgbaar verband, bruusk doorheen en komen voor mij slechts mondjesmaat boeiend over. Alsof je een concert geeft waarin klassieke muziek en hip hop continu afwisselen, en de fans van beide genres heen en weer slingeren tussen genot en verveling...
Dit boek verdient 100% 5 sterren. Het is zo mooi geschreven dat ik bij de eerste zin al gepakt was, en dat gevoel verdween nooit. Ik zou het zo opnieuw lezen. Kleuren zijn altijd al iets waar ik over nadenk, ik vind het best iets filosofisch hebben. En zo denkt Kollaard daar ook over. Twintig keer heb ik minstens bijna gehuild, Anna was zo’n mooie vrouw en we hebben meer mensen zoals haar en Kollaard en Zilan nodig in de wereld. <3
Mooi boek, veel verwijzingen naar andere verhalen, essayistisch, soms actueel. Stof tot nadenken, lichtvoetig soms. Aanrader, hoewel je wel even moet doorbijten in het begin.
Er is veel gebruik gemaakt van poëtische zinnen, net zoals in andere boeken van Kollaard. Hij is goed met taal. Het begin was wel wat moeilijk om doorheen te komen. Waar ging het verhaal heen? Soms iets te essayistisch en te veel losstaande stukken tekst voor een roman (wat mij betreft). Wel heel actueel.
"De kleuren van Anna" is een boek zoals er maar weinig geschreven zijn. Het biedt een prachtige tour door het hoofd van de schrijver, opgehangen aan zijn gesprekken met Anna en de kleuren die hij door haar leert zien. Hedendaagse problematieken verweven met gemijmer over dingen die waren en dingen die waarschijnlijk nooit gebeurd zijn. Een waanzinnig voorbeeld dat de Nederlandse literatuur alles behalve gestorven is.
Dit boek meandert, zonder spectaculair verhaal. Of misschien toch wel, als het alledaagse ook als drama of spektakel kan tellen. Ik heb het gevoel dat het werk van Kollaard daar soms wel over gaat, het echt zien van wat om ons heen is, met oog voor kleur en emotie (dit boek) of levenszin (het vorige boek), en de rol van verhalen en vormen in de manier waarop mensen zich tot de wereld verhouden.
Ik ben er nog niet over uit of ik dit boek te weinig samenhangend vond of juist goed in de verzameling aan interessante gedachtes, bespiegelingen, gesprekken en essayerende personages. In elk geval zeker de moeite waard, al is het maar omdat het boek na het dichtslaan nog even verder gaat in de verbinding tussen de laatste alinea en de kleur - bij elk exemplaar net een andere combinatie van oranje en rood - van het omslag.
In weerwil van de titel is deze roman een wat kleurloos boek. Een vergelijking met Uit het leven van een hond is flauw maar onontkoombaar. Dat boek bruist van leven en kleur, alsof de zon vrede heeft gesloten met alle dingen. De kleuren van Anna steekt daar flets bij af.
Waarom de verteller nou precies besluit een boek te schrijven over kleuren blijft in het ongewisse, en echt complementair zijn ze ook niet aan de inhoud van het hoofdstuk (ieder hoofdstuk heeft zijn eigen kleur). Het lijkt kortom wat gezocht.
Sommige scènes zijn invoelbaar neergezet, op zijn Kollaards zeg maar, bijvoorbeeld die waarin Anna vertelt over haar jeugd en de tijd dat ze bij haar oom heeft gewoond. Al dat stappen door de stad, en kijken, omdat het niet anders kan.
Kleur als kapstok voor verhalen die doorlopend worden verluchtigd door eigen interpretaties van internationale topwerken. Daarnaast een ruis aan alles wat met kleur te maken heeft, hoe je het rubriceert, hoe het voelt, hoeveel kleuren groen je bij Histor kan bestellen. Spiritualiteit gerelateerd aan bossen, sneeuw en uiteraard kleur of het nu rood, geel, blauw of groen betreft. De centrale les beter kijken en luisteren. Prima werkje.
Lang heb ik zonder twijfelen “blauw” geantwoord als gevraagd werd wat mijn lievelingskleur was. Nu ben ik er minder zeker van. Dat blauw heeft te maken met de lucht, denk ik, het oneindige, de vrijheid. Dat gevoel. Wellicht dat je, naarmate je ouder wordt, anders tegenover die begrippen gaat staan. Het oneindige, die vrijheid, het zijn niet meer van die vanzelfsprekende streefpunten die het eerst wel waren. Het leven heeft je op een gegeven moment geleerd dat niets oneindig is, en dat absolute vrijheid niet bestaat als je samenleeft zoals wij allemaal samenleven op deze aardkloot, de blauwe planeet. Blauw blijft zijn charmes houden in het spectrum, maar veel hangt van de omstandigheden af. Ik vind bijvoorbeeld niks zo saai als een egaal blauwe hemel. Verschrikkelijk. Een wolk, een wolk, mijn koninkrijk voor een wolk! Blauw dus, mooi, net als een boel andere kleuren. Groen, wijnrood, terra hoewel dat ook rood is. En zo dienen er zich elke dag een waaier van kleuren aan die ik ook wel mooi vind, op dat moment, in die omstandigheden. Het gaat me gemakkelijker af een kleur te noemen die ik over het algemeen minder mooi vind. En dat is geel. Ik vind geel te lawaaierig, te opdringerig, te dominant, druk, drukkend. Geel laat geen ruimte voor een gesprek.
In “De kleuren van Anna” wordt veel gesproken. Aan de ene kant Anna, een dame op leeftijd die haar tijd vult met meer of minder lange wandelingen met de hond, en met een bescheiden strijd tegen het onrecht in de wereld. Het helpen van asielzoekers, bordjes in het bos tegen de ongecontroleerde houtkap. We zijn in Zweden, een parel van de democratie die de hoogste treden van de ranglijsten van welzijn in de wereld bezet. Maar dus ook haar schaduwrandjes heeft. De andere gesprekspartner is Sander Kollaard, het schrijvertje, zoals Anna hem noemt. En hij is de link naar de wereld “buiten”, wat er daar gebeurt, van de zaken die de internationale nieuwskanalen maandenlang bezig houden (Covid, de Amerikaanse presidentsverkiezingen) tot de aangename goh-dat-wist-ik-niet-dingetjes. Na twee bladzijden heb ik al geleerd dat een ster dieper rood kleurt naarmate hij verder van ons verwijderd is. Op die manier kan men de afstand tussen de aarde en andere planeten en sterren berekenen. Goh, dat wist ik niet.
Kollaard bewees met “Uit het leven van een hond” een meester te zijn in het omschrijven van alledaagse situaties en de gedachten die daarbij opborrelen. In “De kleuren van Anna” blijkt dat het natuurlijk weten te verwoorden van dialogen hem minder gemakkelijk afgaat. Ze verlopen wat stroef, en stopwoordjes die blijven terugkomen door het hele boek worden op den duur zelfs een beetje irritant. Dat is jammer, vooral omdat de helft van het werk drijft op de gesprekken tussen de twee hoofdrolspelers.
De ideeën van het ‘schrijvertje' over hoe het gaat met de wereld zijn mijn ideeën, en van ieder zichzelf respecterend links denkend mens. Niks nieuws onder de zon wat dat betreft, ook al niet wat het niet-doen betreft. We veroordelen veel, maar echt actie. Ho maar. Gelukkig heeft Kollaard daar Anna voor, die enigszins verrassend verder gaat in haar protesten dan dat aanvankelijk gedacht wordt. Zij geeft nog enigszins swing aan het verhaal, maar te weinig om de kleuren echt te laten sprankelen. Het blijft een ietwat flets geheel. Jammer, want het idee achter de romanlijn is helemaal niet onaardig.
Sander Kollaard – “De kleuren van Anna” (2021) ●●●○○ (3/5)
PS: Ik ben kleurenblind, maar ik geloof niet dat dat invloed heeft gehad op mijn beoordeling.
Een fascinerend boek, losjes spelend met het literaire idee van een roman. Eigenlijk is het een combinatie van essayistische mijmeringen en een verhaal zonder plot. Het gaat over kleine dagelijkse bezigheden en grote universele en actuele kwesties. Met als ‘rode draad’ (!) de poging van de schrijver om zijn liefde voor kleur in taal te vatten. Het boek krijgt daarom ook het motto mee van K. Schippers: als je goed / om je heen kijkt / zie je dat alles / gekleurd is. ‘Kleur draagt minder oordeel in zich dan taal. … Kleur reinigt de waarneming. Kijk naar ons, zegt kleur, gewoon kijken, zonder al die woorden.’ De observaties over kleur waaieren uit ... Wat roepen ze bij ons op, waar moeten we aan denken, waar staan ze symbool voor. Zijn bespiegelingen lopen vervolgens over in het observeren van de dageraad, het ontstaan van het leven, de pandemie natuurlijk: ‘Onze aandacht werd een vorm van aanbidding, onze quarantaine een eredienst’ *, de afbrokkelende cohesie in de VS en tal van andere meer of minder actuele onderwerpen. En dat allemaal via personen als Willen de Kooning, Darwin, Joe Biden, Shakespeare, Kafka en Ovidius. Een ware caleidoscoop. (soms gaat de schrijver iets te ver in het opsommend vertellen, dat haalt het ritme uit het boek.) Zien we met de toenemende informatie en dynamiek door de bomen het bos nog wel? En kunnen we in één boom ook een bos zien? Zijn we ons bewust van onze eigen zienswijzen, percepties en oordelen? Hoe kunnen we hardop leren kijken? Het gaat over onze verbeelding, over het vermogen om overal verhalen in te vinden, en het belang daarvan. De schrijver legt bijvoorbeeld ook een verbinding tussen macht en literatuur. Beide hebben als grondwerk de suspension of disbelief: het opschorten van ongeloof. (pag. 81)
Anna (uit de titel) is trouwens een dorpsgenote van de schrijver in Zweden. Een intrigerende en sympathieke vrouw van begin 70 die haar leven op haar eigen manier invulde.
Een boek dat nog lang bij mij nagalmt en aanspoort om hardop te kijken.