Waarschijnlijk is het ondoenlijk om de naoorlogse geschiedenis van arbeid te vatten in een essay korter dan zestig pagina's. Toch lukt dat historicus James Kennedy best goed met 'Aan het werk'. Hij ontmantelt een aantal mythes die Nederlanders hebben, over zichzelf, bijvoorbeeld dat hun arbeidsethos fundamenteel anders of zelfs beter is dan dat van anderen, of dat ze daadwerkelijk meer werken (bv. in vergelijking met dat van niet of minder werkende Nederlanders, Zuid-Europeanen, nieuwe Nederlanders).
Interessant is zijn slotthese waarin hij stelt dat sinds de jaren tachtig/negentig arbeid enerzijds steeds meer als plicht wordt gepromoot en ervaren, en tegelijkertijd steeds minder als het hoofdonderdeel van iemands leven. Ondergetekende kan iig meepraten over deze inconsistentie. De onderkenning van deze problematische cultuur is in principe stap 1 van een oplossing.
Aan het einde van het essay wordt Kennedy wat minder duidelijk en specifiek, wanneer hij de lezer mitrailleert met een opsomming van de meest recente arbeidsproblemen (flex/vast; werkende/werkloos; betaald/vrijwillig; de arrogantie die voortkomt uit vermeende meritocratie). Ik had een pagina of tien-vijftien extra verhelderend gevonden, al lees je het dan misschien uitsluitend wanneer je minder dan voltijd werkt. Desalniettemin al met al een inspirerend en stimulerend stukkie tekst.