In 1930 koopt de Antwerpse pasteibakker Maurice Lefèvre een camera waarmee hij het familieleven begint te filmen. In hetzelfde jaar opent zijn ijssalon aan de De Keyserlei en bezoekt de familie Lefèvre de Wereldtentoonstelling in Antwerpen. Tijdens de Tweede Wereldoorlog gaat de microbe over van vader op zoon. Vijf generaties verschijnen in beeld. Erik Martens ontmoet de Lefèvres lang na hun overlijden in de catacomben van de filmarchieven waar de (o)verleden tijd vereeuwigd wordt. Films van de familie openen de deur naar andere films die zelden of nooit vertoond worden. De auteur duikt in de tijd en herbeleeft grote en kleine geschiedenissen vanop de eerste rij. De lezer kijkt mee met filmende huisvaders en andere cineasten die hun leven en hun tijd documenteerden. We bezoeken het voor- en naoorlogse katholieke Vlaanderen, we zien nieuwe technologieën en consumptiepatronen opkomen die de wereld veranderen. In het hoofd van de auteur brengen de beelden een kettingreactie op gang van speculatie en bespiegeling.
Een absolute aanrader voor wie meer wil weten over familiefilm en hoe dit erfgoed te ontsluiten en te waarderen.
Erik was 7 jaar lang mijn collega in het Koninklijk Belgisch Filmarchief (én bij het opgedoekte cultuurblad Staalkaart, waar hij filmrecensies voor schreef, en ik boekbesprekingen). Bij Cinematek was Erik verantwoordelijk voor de restauratie van Vlaamse filmklassiekers om die dan opnieuw uit te brengen in de zalen én op dvd. Wegens groot succes kwamen er ook thematische dvd-boxen: https://cinematek.myshopify.com/colle....
In 2010 begon Erik met het ontsluiten van de (schitterende) filmcollectie van de bakker en ijssalonuitbater Maurice Lefèvre, die in 1930 een 16mm camera koopt en alle mogelijke rituelen van het dagelijkse leven op film vastlegde. Een uniek oeuvre, omwille van de eigenzinnige en uiteindelijk grensverleggende drang tot experiment en de meesterlijke beheersing van titeltechnieken! René, de zoon van Maurice, volgde zijn vader op als familiechroniqueur. Het boek gaat over die twee generaties 'personal motion picture makers', zoals amateurfilmers in de vakliteratuur bekend staan.
Maurice filmde ook op Expo 58, beelden die Erik gebruikte voor de dvd-box EXPO 58, waarop trouwens ook expobeelden uit het Huis van Alijn- filmarchief voor gebruikt zijn. Ik werkte zijdelings aan een aantal van de boxen mee, onder meer die over Expo 58: de rest is filmgeschiedenis, want kort erna begon ik voor het Huis van Alijn te werken om er de familiefilmcollectie te ontsluiten...
Boeiend boek, vlot geschreven, rijk geïllustreerd, zonder nostalgie en met veel humor: hoe persoonlijke geschiedenis het grotere plaatje kan duiden.
Terwijl de stapels ongelezen boeken -boeken over prangende hedendaagse problemen en dwingende maatschappelijke analyses, historische boeken, oude en nieuwe, over dingen die men moet weten, nieuwe romans en al die ongelezen oude uit de literaire canon, zo veel beschrijvingen en interpretaties van de ideeëngeschiedenis van het Avondland- alsmaar groeien, liet ik me toch verleiden om iets schijnbaar futiels als “Bobonneke valt in de radijzen” te lezen.
De onweerstaanbare titel bracht me daartoe, zeer zeker. Maar ook een groeiend besef dat het mechanisme van ons geheugen, collectief zowel als individueel, best wel een centrale rol spelen in onze pogingen om het heden een vorm te geven. Academici, politici, activisten en historici zelf graaien in het verleden om dingen in het heden recht te zetten of om argumenten te sprokkelen voor hun keuzes van vandaag. We vertrekken nooit van een wit blad papier (uitgezonderd de gevaarlijke soort utopisten). Op zich is dat zoeken naar parallellen in het vroeger leerzaam en legitiem, tenzij het een speurtocht naar bevestiging van het eigen gelijk wordt.
Zo ook maken we vaak van ons individueel verleden een verhaal dat ons een min of meer presentabele positie in het heden bezorgt. We durven al eens een stommiteit of minder fraaie stunts van eigen makelij minimaliseren en wijzen graag op onze betere momenten als held of slachtoffer. Tenzij men tot de mensensoort behoort die de mislukking cultiveert en daar dan weer een tegenstroomzalmstatus aan ontleent, een perversie van het origineel dus.
Omdat ik tegenwoordig wel wat zit te mijmeren en filosoferen over onze verhouding met het verleden – Proust roept steeds luider-, trok Bobonneke mij ook wel aan. Zelf ben ik geen filmer of fotograaf van het familieleven, maar toch intrigeren mij de kleine en grote verhalen van de vorige familiegeneraties. Daar kom ik vandaan, dat is wat ze mij gepaplepeld hebben.
“Bobonneke valt in de radijzen” gaat dus over een vader en een zoon die te lijden hadden van de 8mm microbe, dwz het maken van filmpjes over geboorte, communie, trouwerij en overlijden, maar ook over uitstapjes, reizen of andere speciale aangelegenheden. Schrijver Martens bekijkt die filmpjes, deelt zijn observaties en kadert in bredere historische en licht filosofische beschouwingen. Men moet er ook wat technische uitweidingen over film maken, regie en evoluerende filmapparatuur bijnemen. Eerst moeten beschrijven wat er op een filmpje te zien is, alvorens er iets te kunnen over zeggen is soms wat laborieus maar boeken met aanklikbare filmpjes bestaan vooralsnog niet, dus moet het zo maar.
Vader Maurice (°1888) en zoon René (°1920) filmen het wel en wee van 5 generaties geboren tussen grofweg 1850 en 1950. Voor mensen zoals Martens die in het wondergeboortejaar 1962 ter wereld kwamen is dat het dichtste verleden dat niet zelf beleefd werd. Doorheen de filmpjes krijgen we dan ook heel wat te zien van een evoluerend Vlaanderen. Wat deed zo een familie in de najaren van de eerste wereldoorlog? Zag men het opkomende fascisme tijdens het interbellum ook doorsijpelen in het dagelijkse leven? Welke activiteiten vonder er plaats terwijl Antwerpen onder vuur lag van de V1 bommen?
Katholicisme, de jeugdbewegingen en vreemde promotiefilmpjes, de eerste reis naar het buitenland, Theo Lefèvre, de Wereldtentoonstellingen, … Een hele wereld met bijhorende esthetiek en ethiek passeert letterlijk de revue. Ik vond het prettig om te lezen. Martens schrijft zuinig, met een oog voor detail en zegt zinnige dingen over het fenomeen van de dingen die voorbijgaan. Soms doet hij wel vreemde uithalen zoals naar onze gewoonte om kinderen en jeugd naar school te sturen.
En bobonneke? Die valt inderdaad in de radijzen. Dat kan gebeuren. Maar voor u daar toe komt hebt u een speels en onderhoudend boek gelezen. En werd het besef versterkt dat de filmtechniek de relatie van de mens met het verleden een andere dimensie gegeven heeft. Het is nog te zien hoe het was en wat er gebeurde.
Een lichtvoetig boek, dat ook over ernstige dingen gaat. Erik Martens schrijft met een weldoordachte achteloosheid. Onderwerp en stijl zijn in harmonie, quoi.