Novelle, verschenen in 1975, prozadebuut van de schrijver. Een jonge Joodse man, Eduard (Ed) van Wyngen, uit Utrecht duikt onder op een boerderij in Zeeuws-Vlaanderen bij de getroebleerde familie Van 't Westeinde. De spanningen tussen de hoofdpersoon, de dochter (Mariete) en zoon (Camiel) des huizes lopen hoog op en het verhaal kent geen goed einde. De titel van deze novelle verwijst naar de naam van de boerderij (Eben Haëzer, hetgeen Steen der Hulp betekent). Leest erg snel, korte hoofdstukjes geschreven in een prachtige taal, waarvan hieronder een voorbeeld.
p. 52: Overal hing die weemoedige najaarssfeer. Spinnedraden glansden in doorvallend zonlicht, fluwelige, bonte vlinders wiekten traag en als dronken boven te bersten gevallen ooft.
Dit is het verhaal van een joodse jongeman die in de oorlog onderduikt bij een katholieke Zeeuwse familie, vader, moeder, dochter en zoon. In korte hoofdstukjes wordt geschetst hoe de familieverhoudingen zijn. Er ontstaat een wat broeierig contact tussen de tijdelijke logee en de zoon en de dochter.Er blijkt zich een drama te hebben afgespeeld waarbij een jonge Duitser op de Zeeuwse boerderij is gedood. De Joodse jongen, Ed, vindt een ander onderduikadres. Na de oorlog komt hij nog een keer naar de boerderij. Daar blij́kt niets van over te zijn. Het verleden is verdwenen. Het is een kort, aangrijpend verhaal, sober verteld. Hans Warren kende het Zeeuwse platteland uit ervaring, hij was er opgegroeid. Het is een goed leesbaar verhaal, zeer de moeite waard.