Ik kan geen objectieve bespreking schrijven van dit boek. Ik las het (en het vervolg 'Testwerelden van de galaxie') namelijk meerdere malen als jonge tiener, omdat mijn vader ze in de kast had staan en ik alles las dat SF leek te zijn. Bij het herlezen nu merk ik dat het van grote invloed is geweest op mijn eigen schrijven. Was het toevallig dat de hoofdpersoon van de eerste boeken die ik als tiener schreef Joost heette? Of dat in mijn debuutroman 'Neptunus' iemand tollend van het ruimteschip wegdrijft en door een ander moet worden teruggehaald? Of dat Hal Denbris - eerst bijfiguur en daarna hoofdpersoon van vervolg 'De derde macht' wel heel veel weg heeft van een personage uit deze verhalen?
Ja, ik zie ook wel enkele tekortkomingen. De enige andere recensie van dit boek op Goodreads geeft het maar één ster en dat is vanuit het perspectief van de recensent waarschijnlijk helemaal terecht. Het taalgebruik is archaisch terwijl het boek anderzijds voor een YA-publiek geschreven lijkt te zijn, de 'infodumps' zijn niet zo elegant, de dynamiek tussen de hoofdpersonen wel heel erg tot het dramatische opgedreven en de man/vrouw-verhoudingen vanuit onze tijd gezien wel wat twijfelachtig.
Maar als je bedenkt dat dit boek in 1966 verscheen, maar gebaseerd was op een hoorspel van eind jaren '50 en Nederland destijds geen sterke eigen SF-traditie kende, vallen vooral de positieve aspecten op. De wetenschap (banen van planeten en ruimteschepen, de levensloop van sterren, de ringen van Saturnus) komt nog steeds overtuigend over-in de kern heeft dit boek eenzelfde plot als 'Project Hail Mary'. De misschien onwaarschijnlijke uitvindingen van einzelgängers (destijds nog een vaste trope in de SF) worden in de loop van het verhaal uitgeschakeld en kunnen geen wonderen verrichten. Ideeën over buitenaardse levensvormen die ontstaan in de zon deden me denken aan verhalen van Stephen Baxter en ook het spel met het multiversum en alternatieve realiteiten vond ik modern aandoen. Wat me ook opviel was hoeveel de auteur (misschien houterig, dat geef ik toe) inging op de psychologie van de personages, die allemaal van elkaar verschilden en onderlinge wrijving vertoonden. Ze hebben allemaal tekortkomingen en die veroorzaken problemen. In de 'golden age' van de SF was dat nog niet zo gebruikelijk en leken de hoofdpersonen vaak meer op de onverstoorbare dr. Thomson, die overal een handige oplossing voor weet te suggereren. Toch weet de auteur de personages, zelfs terwijl er onderlinge wrijving is, sympathiek te houden. Ook Elsje (een vanuit moderne blik gezien cringeworthy personage) maakt veel groei door in het verhaal en kan uiteindelijk op de sympathie van de lezer rekenen.
De situatie aan het eind suggereert dat het vervolg heel verschillend zal zijn, maar dat er ook veel op het spel staat. Ik heb het natuurlijk als tiener gelezen, maar ik ga ernaar op zoek, want ik wil ook dat nog wel een keer lezen.
De verhalenbundel 'Werelden onder de horizon' van Carl Lans was een van de eerste, zo niet de eerste, SF-bundel van een Nederlandse auteur en bevat ook fantastische verhalen die ik echt kan aanraden. Ook die moet ik maar een keer herlezen ...