Gerrit Achterberg was een Nederlands dichter. Hij wordt beschouwd als een van de belangrijkste dichters in de twintigste-eeuwse Nederlandse poëzie. Zijn werk werd onderscheiden met onder meer de P.C. Hooft-prijs en de Constantijn Huygensprijs.
Dit ligt dus al een paar jaar naast mijn leesstoel beneden, en af en toe grijp ik ernaar, zoals ik vaak naar Achterberg grijp. Nu is de speelkaart die aangeeft waar ik was weer eens van voor naar achteren gewandeld, en dus kan ik deze bundeling hier als 'Gelezen' afmelden, maar ver buiten handbereik ga ik haar niet leggen.
Want het zijn deze verzen van de door mij absoluut en mateloos bewonderde meester, die hem de magische kwaliteit geven die ik als 22-jarige ontdekte toen ik in een antiquariaat de Achterberg-bundeling 'Voorbij de laatste stad' opende, en het ruggetje brak, en toen voor 2 gulden vijjftig door de uitbater gedwongen werd het gemangelde werkje te kopen. Thuisgekomen stapte ik zijn taalveld (dat van Achterberg, niet van de verkoper) in en het lezende leven is nooit meer hetzelfde geworden.
Toen ik deze bundeling van de bundels tussen 1939 en 1941 geschreven trof o de Rotterdamse markt voor de LAurens, dacht de verkoper dat er 'Cryptogrammen' stond. Misschien daarom dat hij veel te weinig rekende. Want 'Eiland der ziel', 'Omose', 'Dead end'en 'Thebe', allen verschenen toen A. in de psychiatrie, in de TBS zat, zijn zijn meest magische werk, drifitg jagend en vol geloof in het woord.
Franciscus
Gezegend zij het brood ter langzame verbranding, opdat mijn ademhaling geschiede tot den dood.
Gezegend ieder uur; en dat ik weer verbeur, als ik het niet secuur in verzen registreer.
Gezegend al het zand, waarin gij ligt begraven; met sidderende hand blijf ik de stof boekstaven.
Gezegend wind en water, waarmee gij u uitbreidt in ongekende mate van menigvuldigheid.
Gezegend ook het paard, dat uwe oogen heeft; de warmte van uw huid. Gezegend al wat leeft.
Gezegend al wat sterft en deel heeft aan de blinde geheimen van het vinden der tweede eeuwigheid.