Het is niet helemaal een 'hoe lees ik gedichten?'-boek; de auteur geeft zelf meteen al aan dat het lezen van gedichten erg persoonlijk is en dat je verschillende strategieën kunt toepassen als je dat wilt. Ze laat veel van die strategieën aan bod komen, van zoeken naar historische context en het uitpluizen van de technische aspecten tot 'gewoon kijken wat je erbij voelt'. Dat maakt dit een fijn divers boek, met Nederlandse poëzie van 'Hebban olla vogala' tot nu.
Paris heeft ervoor gekozen om niet alleen de gedichten op te nemen die in veel standaardwerken te vinden zijn; hoewel er genoeg klassiekers voorbij komen, gebruikt ze soms expres minder bekende voorbeelden om de blik van de lezer te verbreden. Bovendien bespreekt ze gedichten die zouden kunnen worden bestempeld als kitsch of 'rijmelarij' en laat ze zien dat ook dat soort gedichten een publiek hebben en hun plek verdienen in de poëzie. Een gedicht is immers ook maar een ding; poëzie hoeft niet alleen maar hoogdravend en ingewikkeld te zijn.