Dagelijks kruisen we elkaar in de openbare ruimte. We verplaatsen ons met verschillende snelheden in allerlei richtingen, langs uitgestippelde routes en dwaalsporen. In Vervoersbewijzen reist Tijl Nuyts mee met eenentwintigste-eeuwers die onderweg in aanraking komen met de woorden en rituelen van diverse levensbeschouwingen. De dichter doet verslag van momenten van vervoering en verwarring, verwondering en verveling in metro’s, trams en spitstreinen, langs autosnelwegen en in voetgangerszones. In een tijd waarin meningen over (on)geloof luid worden verkondigd, gaat Nuyts op zoek naar wat ons in beweging houdt.
‘De gedichten van Tijl Nuyts zijn bezwerende bespiegelingen over de moderne tijd en onze atavistische reflexen. Toeristen worden nomaden worden pelgrims worden wegwerpmateriaal. Passagiers worden profeten, geliefden, zieken, beulen, martelaars, en zielsverwanten. Schoonheid en wreedheid, pulp en puurheid worden naadloos met elkaar verweven. Ik overdrijf dan ook niet wanneer ik de poëzie van Tijl Nuyts mijn grootste literaire ontdekking van de 21ste eeuw noem.’ - Delphine Lecompte
Dit is een dichtbundel die je, denk ik, het best in één teug tot je neemt. De gedichten vormen cycli die al snel samenvloeien tot één vrolijk visioen waarin je je kunt onderdompelen. In het begin, wanneer je als lezer nog wat argwanend bent, blijf je soms haken aan de tekst, maar geleidelijk aan beginnen de woorden en beelden om je heen te stromen en voel je één worden met dat uitgesproken verlangen:
“Oké, we geven het toe: we verlangen naar een heiligheid, naar iets dat spartelt als een komma op een zwarte vijver.”
Gemakkelijk is het niet, zelfs niet met de vier evangelisten op de achterbank, maar uiteindelijk is er geen ontkomen aan. De blijde boodschap neemt het heft in handen:
“En je weet hoe dat gaat: verschijnt er een regenboog, dan slaat de autoradio aan. Aldus geschiedde. Ik hoor een stem tot mij spreken.”
En dan zijn we vertrokken: via de Brusselse ring richting eindbestemming. Le tout nouveau testament de Tijl Nuyts.
“Pendelaars zijn verlegen wanneer het gaat om de dingen die ze belangrijk vinden. Uiterlijk vooruitsnellende, innerlijk wachtende wezens. Maar ooit, zegt men, vloeit alles eruit.”
Deze bundel is een pelgrimstocht, een pendelaarstraject, een passagierstrein waarin reizigers zoeken naar wat hen voortstuwt en samenbrengt. Profeten, engelen en God tonen de weg. Een bundel om traag te lezen en dan opnieuw te lezen.
yayyyy ik vond deze bundel echt heel tof. de indeling was goed en coherent de thema’s waren door de verschillende delen verdeeld. de gedichten waren vaak grappig, en de taal was mooi ook om uitgesproken te worden. meer heb ik van een dichtbundel niet nodig :-)
De verschillende cycli sleuren je mee op één lange reis waarvan niet de aankomst maar de verlichtende tocht op zich het belangrijkste is. Het enige jammere is dat de meeste gedichten wanneer ze op zichzelf staan wat van hun kracht verliezen.
Met veel enthousiasme begonnen aan deze bundel: titel, motto, inhoudstafel prikkelden mijn verbeelding. De gedichten zelf ook, maar gaandeweg remde de absurditeit mijn vervoering.