Een elite van tech-entrepeneurs is er in zeer korte tijd in geslaagd om mens en maatschappij te domineren. Sinds de introductie van de iPhone in 2007 zijn diensten als WhatsApp, Instagram, Snap- Chat of de cloud niet meer weg te denken. In vijftien jaar tijd heeft er een collectieve digitale bekering plaatsgevonden, die onze levens rigoureus veranderd heeft.
In Wij nihilisten stelt Hans Schnitzler een vraag die nauwelijks gesteld wordt: hoe heeft deze virtuele klasse dat voor elkaar gekregen? Geïnspireerd door onder andere Friedrich Nietzsches geschriften over nihilisme gaat hij op zoek naar de culturele wortels van dit succes. Zijn zoektocht dompelt de lezer onder in de wonderlijke wereld van het archetype van het internettijdperk: de nerd. Tegelijkertijd houdt hij ons een wrange spiegel voor: in feite zijn wij allemaal nerds.
De datarevolutie dreigt haar eigen kinderen op te eten. Met dit boek spoort Schnitzler ons aan om ons eigen aandeel hierin onder ogen te komen. Want pas als we ons hiervan bewust zijn is verandering mogelijk.
Hans C. Schnitzler is een Nederlandse filosoof, schrijver en columnist. In zijn werk staat de invloed van de digitalisering op de alledaagse leefwereld centraal. Andere thema’s waarmee hij zich bezighoudt zijn ethiek, onderwijs en burgerschap. Schnitzler studeerde filosofie aan de Vrije Universiteit in Amsterdam. Zijn essays en columns verschenen onder meer in de Volkskrant, NRC, De Standaard, De Groene Amsterdammer en bij Follow the Money. In 2021 stond hij met Wij nihilisten op de shortlist voor de Socratesbeker.
Tijdends het lezen van dit korte boekje over (de geest van de) digitalisering is meer mening erover meermaals veranderd. Aan de ene kant bemerkte ik -vooral in het begin- een aantal keer irritatie bij mezelf tav de auteurs lange zin en zinsbouw en woordkeuze die zowel een pompeus als verwarrend effect op mij hadden. Dit kwam mijn inziens door de lange zinnen, het veelvuldige gebruik van bijzinnen en bijvoegelijk naamwoorden (waar Hannah Arendt nog een puntje aan kan zuigen, als je 't mij vraagt haha) en gebruik van overbodige woorden. Omdat de materie nogal complex was -en terecht, wanneer het een combinatie van digitalisering, filosofie en sociologie beslaat- werd het daardoor op bepaalde momenten moeilijk om de gedachtestroom van de auteur te volgen. Ideeën die in de kern helder waren, vond ik moeilijk te doorgronden... Desalniettemin was de inhoud van het werk heel interessant en actueel. De auteur haalt een legio aan bronnen van verschillende diciplines aan (kunstenaards, filosofen, wetenschappers etc.) om zijn punt te illustreren en is origineel in de verbindingen die hij tussen deze bronnen en zijn eigen standpunten legt. Daarbij vind ik het ook belangrijk dat er meer critissche werken tav onze tech-georiënteerde samenleving worden geschreven omdat dit juist niet iets is waar je als vanzelfsprekend kritisch op zal reflecteren daar tech (en algoritmen) dit (vermogen tot kritisch) denken en beslissen uit handen nemen. Naarmate ik verder kwam in het boek, begon ik het steeds beter te vinden, met name de laatste 50 pagina's vond ik heel sterk. Bonuspunten voor het citeren van Joke Hermsen en Lucebert ;) Blij dat ik dit gelezen heb en heb veel nieuwe mogelijke bronnen om me in te verdiepen tav dit thema.
In gedachte genomen dat dit boek een essay is en geen gestructureerde analyse van een probleem, kan het de auteur vergeven worden dat het boek alle kanten uitgaat en nergens echt diep op ingaat. Veel zaken worden aangehaald, maar weinig echt doordacht, waardoor de analyse me vaak al te simplistisch voorkwam. De auteur gebruikt Nietzsche en het nihilisme om een bepaald fenomeen van de huidige cultuur aan te duiden. Dat is niet nieuw aangezien bijna elke cultuurcriticus van de 20ste eeuw hier schatplichtig aan is. De auteur gebruikt dit echter om zijn standpunt tegenover de technologisering van de samenleving te verdedigen. Ikzelf heb ook mijn bedenkingen over de radicale digitalisering van de samenleving, maar ik bleef in dit boek enorm op mijn honger zitten.
De schuld wordt in de schoenen geschoven van de 'nerd', en deze nerd zit in ons allemaal. De nerd zou een godscomplex à la Kanye hebben en de wereld alleen maar efficiënter en logischer maken. Voorbeelden die worden aangehaald zijn Elon Musk of Jeff Bezos (zijn dit nerds?). De nerd zit echter in ons allemaal want we willen allemaal vanuit onze levens- en doodsdriften de chaos van de wereld tot orde maken. Andere aspecten zoals het mechanische wereldbeeld dat de dingen enkel ziet als oorzaak en gevolg, of het rational choice model, dat er vanuit gaat dat mensen altijd het meest rationeel proberen handelen, of het utilitarisme dat als hoogste goed het geluk profileert en dit probeert te kwantificeren, komen niet tot nauwelijks aan bod. Door de focus te leggen op de nerd, verlies je uiteindelijk heel veel aspecten van het probleem. Het is dan ook niet verwonderlijk dat er geen oplossing wordt gegeven tot het probleem, behalve dan een bewustwording van de 'nerd' in onszelf, onze eigen schaduwzijde.
Vernieuwend is dit opnieuw niet en het essay kon om tot deze conclusie te komen veel meer complexe en intellectualistische woorden schrappen. Had hij in plaats van de stoefen met zijn vocabularium en met zijn vermogen om auteurs te citeren uit hun context, zich bezig gehouden met het uitdiepen van de concepten die hij aanhaalt, dan was het een boek geweest dat ik iedereen kan aanraden. De problematiek is uiterst urgent en ik geloof werkelijk dat men zich er meer mee mag bezighouden. Misschien door dit boek te lezen, wordt die interesse wel geprikkeld, wat een positieve inslag zou zijn. Op dit moment echter, kan ik niet echt zeggen dat het de moeite was.
Licht hysterisch maar urgent boekje tegen het dataïsme. Wat gaat er verloren als we de nerds en de geeks hun gang laten gaan en het Ware Leven reduceren tot data? Schnitzler schrijft voor een filosoof heerlijk leesbaar en heeft een brede blik. Aanrader, toch wel.
Hans Schnitzler schrijft zoals ik zou willen schrijven: met zelfverzekerheid en urgentie. Misschien had het materiaal in dit boek wel wat beter georganiseerd en toegespitst kunnen worden. Schnitzler lijkt soms het analytisch kader uit het oog te verliezen omwille van het pathos waar hij zich van bedient.
Wat beweert Schnitzler zoal? De boeman zit in ons allen, in Schnizler zelf, in jou en in mij: de dubieuze neiging om normatieve vraagstukken (wat moet ik doen? wat doet er werkelijk toe?) uit te besteden aan de 'slimme' algoritmes in de apparaten waar we de hele dag door gebruik van maken. Weersta de nerd in jezelf en laat je niet numeriek afschilderen en al-te-veilig afschermen!
"Wordt van aanraakbaarheid rijk", zegt Lucebert. Hoe dan? Door informatieve profilering en prognoses plaats te laten maken voor fictie en levensverhalen (of het nou in de vorm van romans of Netflix-series is). Die moeten ons zicht bieden op alternatieve levensvormen, die zich ieder op hun eigen manier verhouden tot de digitoop van Zuckerberg en de zijnen.
Decent book of how the big tech companies control and manipulate a lot of things in our daily lives. Though there is a lot of negative thinking and assuming the worst in people. Some parts were very interesting to read and other parts were sluggish and hard to get through. The nerd as describe in the book is not the first to seek automation or prolonged h enhanced life. Mankind has always been about making things more efficient and living more healthy and even finding the "fountain of youth". It's human nature.
It did make me think more about how to view modern technology and relationships.
Op sommige punten wat flauw geschreven, maar al met al wat interessante aandachtspunten over hoe dataïsme, digitalisering en social media het nihilisme van Nietzsches Letzte Mensch in ons leven injecteren - met strijdbare middelen hoe je hiertegen te verzetten.
Wie verlegen zit om hedendaagse termen als Machineconformisme, Technologisch finalisme Transhumansisme, Techno-destructivisme of Predictim kan zeker bij dit boekje terecht. Let wel: Schitzler is geen onverbeterlijke toekomstoptimist. Hij bedient zich van deze termen juist om te verwittigen voor zo’n geloof, om aan te tonen dat we ons misschien verder weg begeven van de ‘laatste man’ van Nietzsche, die volop zijn natuurlijke staat van mens assumeert. Het ongeremde omarmen van technologie als manier om de mens vooruit te helpen, riskeert hem juist verder weg te brengen van zichzelf, in een nihilistische, zelfontkennende mentale afgrond.
Een boek dat naargelang het vordert meer en meer eenzijdig wordt, dat wel, maar niettemin een nuttige waarschuwing inhoudt...
Interessante quotes:
P76 Aan de verleiding om religieuze verlossingsfantasieën in een seculier maatpak te steken, herkent men de laatste mens. Die blijft per slot van rekening een ‘vererend dier’ voor wie de dienstmededeling dat God dood is te vroeg komt en die derhalve op zoek gaat naar heilbrengende surrogaten en alternatieve geboden die hem alsnog houvast, richting en vervulling schenken.”
P77 “Het gemis aan zekerheid compenseren door bijvoorbeeld waarborgen te zoeken in een wetenschappelijk-rationele benadering van de werkelijkheid, zoals dataïstische rekenmeesters voorstaan zou hij (Nietzsche) dan ook als een vorm van zwakte kwalificeren.”
P144 De rijkdom (en inherente kwetsbaarheid) van het menselijke bestaan bestaat uit de wijze waarop iets indruk maakt en hoe iets resoneert.”
Aan het begin stoorde ik mij aan de schrijfstijl: bombastisch, te veel bijvoeglijke naamwoorden, en te lange zinnen. Dat mag, maar niet als het vooral verhult dat er niet zoveel wordt gezegd. Tegen het einde van het essay trekt dit wel weg, en de passages over sterfelijkheid en het geloof in een apolitieke samenleving waren interessant om te lezen.
Over het argument dacht ik: wat bedoel je met nihilisme? Is je typering van de nerd wel accuraat? Heb je 'nerds' gesproken? Het idee dat ingenieurs en tech-ontwerpers daadwerkelijk als missie hebben om de mens te controleren en voorspelbaar te maken vind ik niet zo evident. Dat er zo'n soort idee besloten ligt in hoe we onderdelen van de wereld en onze interacties inrichten lijkt me wel, maar dat is al op veel manieren beschreven. Ik vind de individualistische psychologische verklaring van Schnitzler niet overtuigend en duiden op een zeker onbegrip over wat technologie is, hoe technologie de wereld in komt, en welke psychologische, materiële, en politieke processen daarmee gemoeid zijn. Er staan wel wat rake observaties in het essay, maar het idee dat 'het nihilisme' in de westerse wereld wordt veroorzaakt door individuele nerds die onze eigen innerlijke nerd aanspreken vind ik toch niet overtuigend.
Aardige uiteenzetting over de dynamiek tussen filosofische ideeën, technologisering en hun culturele gevolgen. Zeker wat betreft de filosofische voedingsbodem van digitalisering. Daarin complementeert het het betere The Game van Alessandro Baricco, wat grotendeels over hetzelfde handelt, maar met een minder filosofische invalshoek.
De pompeuze stijl is wel vrij ergerlijk, net als de passages die uit het perspectief van de 'digerati' (voorstanders van technologisering) zijn geschreven.
Het is altijd goed om als technofiel, digifiel, eens even goed naar de tegengeluiden te luisteren. Ik blijf enthousiast over de mogelijkheden, maar Hans Schnitzler is meer dan wie dan ook in staat om kritiek te leveren die ook echt aan het denken zet. Alle vooruitgang heeft donkere keerzijden. Schnitzler kan de link met de laatste mens van Nietzsche leggen in een verhaal dat ook nog eens heel erg fijn leest, het is mooi proza. Dat ik het als e-book gelezen heb moet hij me maar vergeven.
Interessante uiteenzetting. De overgave van de mens aan digitalisering wordt - soms een beetje te - kritisch bekeken en beschreven met een oproep om ons hier niet zomaar aan over te leveren. Waar ik me wel in kan vinden is dat de neiging ons te verliezen in datagedreven 'smart' omgevingen de realiteit en zingeving hol en leeg maakt. Waar we ons als autonoom en zelfbeschikkend wanen, zijn we in werkelijkheid al te vaak aangestuurd door de algoritmes. Hoe komt het dat wij als sociale dieren dit laten gebeuren, en steeds meer achter onze schermpjes verdwijnen? Wat van onze menselijkheid blijft in realiteit bestaan? Interessant thema. Goed geschreven, maar soms wat onnodig complex.
Het is een goede samenvatting van de huidige discussies rond het techno-centrisme. Echter bevat het geen baanbrekend analyses dus is niet verplicht om te lezen.
Zowel de voorbeelden van het data-isme als de gemeende uitweg die in het boek aan bod komen zijn aardig. Het geinig is om een analyse te lezen dat Zuckerbergs autisme ervoor heeft gezorgd dat we met ‘smoelenboek’ zulke robotische en onmenselijke sociale interacties kunnen hebben, die veroorzaakt worden door het nihilisme van de nerd. Echter wordt wel benadrukt dat wij dat nihilisme delen, aangezien zij net zoals wij mens zijn. Vervolgens wordt Nietzsche’s antwoord op het nihilisme aangehaald: ontwikkel je eigen smaak. Zo wordt de religieuze verhouding tot technologie afgebroken en laat het ruimte voor het onvoorspelbare - het menselijke. Dit argument en de voorbeelden die door het boek worden aangehaald komen vaker voor in de discussie. Daarom is dit boek een goed beginpunt voor een analyse van onze data-cultuur, waar we allemaal geacht zijn ons over te bekommeren (naar mijn mening).
God is dood en de mens weet zich geen raad. In 15 jaar tijd zijn we collectief digitaal bekeerd door tech-entrepreneurs. Deze onderwerping aan nullen en enen domineert onze levens.
De bekering gaat gepaard met een sterk maakbaarheidsgeloof. Het geloof van een oneindig lang leven en het ideaal van een zogenoemde mechanische schoonheid.
Terwijl alles zoals altijd eindigt. En alles moet eindigen. Wat eindigt doet ons verlangen en bewegen. Het maakt ons creatief. Een beeldscherm dat ons ogenschijnlijk beschermt en afschermt, heeft dat niet in huis. Het mist de bezieling en levenslust die ons menselijk maken.
Nou... voordeel van de twijfel en toch maar één ster. Eigenlijk had ik er géén willen geven, maar het is niet alleen maar slecht. Ik heb het boek met enige regelmaat in de hoek willen gooien, maar het leest snel weg en is niet zo dik. In het voorwoord geeft Schnitzler het zelf al aan: het is speculatie en associatie. Het is vooral een collectie namedropping en belangrijkdoenerij. Hoewel Nietzsche (ook één van mijn helden) met regelmaat wordt aangehaald heb ik vaak het vermoeden, net als bij de andere denkers die worden aangehaald, dat het vooral door Schnitzler wordt gebruikt voor zijn eigen punt (los van de feitelijke context waarin de denker het dacht en schreef). Daarnaast: verandering is niet nieuw, het is van alle tijden. Het is niet ineens zo dat nu, met de digitalisering alles wezenlijk anders is (het gaat sneller en is mogelijk groter, maar niet 'echt anders' dan in eerder tijden. Ik ben het eens met het feit dat er teveel op data als waarheid wordt geleund. Dat wordt door Miriam Rasch in Frictie veel beter verwoord. Zou heel goed kunnen dat deze manier van schrijven (pamflet, associatie, bureaupsychologie) niet bij mij past. Goed, toch nog één ster omdat het mij wel aanzet tot denken en mij vragen aan mezelf laat stellen als: ik ben het eens met het feit dat we niet moeten doorslaan in het (be)rekenend denken en dat (be)leven en ervaring niet is reduceren tot cijfers en tabellen, maar waarom stoort deze manier mij dan zo? (Waarschijnlijk omdat dit boek wel heel 'speculatief is' (het is toch 'not done' om in een boekje de mogelijke stoornissen van bekende te personen te poneren), er geen tegenargumenten worden gegeven, nerds worden gegeneraliseerd, er argumenten en theorieën passend op de stelling worden gemaakt, te vaak is de wet van Godwin van toepassing, etc...). En dan was ik zelfs nog bij een lezing van Schnitzler waar dit boekje bij de uitgang werd meegegeven (lezing vond ik al kort door de bocht, populistisch en zonder diepgang).