Sylvia Wittekam schrijft al jarenlang columns, die voornamelijk in Amsterdam spelen, net als haar verre voorganger Simon Carmiggelt. Net als hij beschrijft ze vaak mensen die ze toevallig tegenkomt en die ze vaak raak typeert. Er zijn ook wel verschillen. Amsterdam is in de jaren twintig een andere stad dan in de jaren zestig en zeventig van de vorige eeuw. Sylvia beweegt mee met de tijd maar durft soms ook ouderwets te zijn, ze kijkt vaak ook met verbazing en weet die op mij als lezer over te brengen. Veel van de columns spelen zich af rond de coronaepidemie die opkwam en later weer verdween. De boa's, de avondklok, de vaccinaties, het komt allemaal langs en het lijkt nu al weer zo lang geleden. Maar het is nog maar kort geleden. Sylvia schrijft ook wel persoonlijk, maar het doen van ontboezemingen is niet haar doel. Ze deelt speldenprikjes en lichtpuntjes uit, waar je even bij stilstaat of om lacht. Als je een hele bundel leest is het ook een kroniek van de jaren twintig en eenentwintig. De verhalen verschenen eerder in de Volkskrant.