De van oorsprong Nederlandse schrijver P.J. Weber kan in New York niet van zijn pen alleen leven. Om in zijn levensonderhoud te voorzien, doet hij administratieve klussen voor een bedrijf. In de nachtelijke uren stuurt hij vanuit het kantoor waar hij werkt per mail lange brieven aan zijn Amerikaanse agente. Op een avond wordt er ingebroken in het afgelegen pand. Terwijl de angst te worden ontdekt hem in een wurggreep houdt en de inbrekers steeds dichterbij komen, begint Weber aan een testament, een bekentenis wellicht. Hij vertelt over het huwelijk en de dood van zijn ouders, het schrijverschap, zijn zoon in Nederland, seksueel misbruik en de beschutting van taal. ‘Ik leef waar ik schrijf. Home is where my cursor blinks.’
Een minder bekende schrijver werkt in New York en klust omwille van geldgebrek bij in een hotel als een soort nachtwaker. Tijdens deze uren werkt hij aan zijn nieuwe roman. Wanneer hij op een nacht inbrekers hoort ( Russen of Albaniërs) mailt hij zijn vriendin met de vraag om hulp te sturen. Zelf kan hij geen hulp inroepen want hij heeft zich verscholen in de ruimte waar zijn werkcomputer staat. Uit de lange stroom van emails aan zijn uitgeefster komen we alles van hem te weten. In het begin gaat het nog over zijn werk, maar gaandeweg krijgen we ook alle info over zijn jeugd, zijn ouders, zijn liefdes,… Het geheel lijkt een beetje op een stream of consciousness narratief waarbij gedachten nogal lukraak op elkaar volgen. Het voelt (en is allicht ook) een soort van afscheid met het mogelijk einde in zicht of een laatste reiken naar de wereld van een eenzaam mens. Het boek is mooi geschreven maar tegelijk vond ik de gedachten en verhalen onsamenhangend. Het verhaal over het seksueel misbruik vond ik zowel pijnlijk als veel te expliciet. Mijn bezwaar is niet zozeer dat zulke dingen aan bod komen, wel dat dit door de plaats in het verhaal (op het einde, zonder enige verbanden of oorzaak) en door het expliciete. Ik had echt het gevoel: ‘wat staat dit hier nu ineens tussen? ‘ en dan ‘Waarom stel ik dit in vraag?’ Het boek in zijn geheel voelt uiteindelijk aan als een hoop losse gedachten en ideeën en dat vond ik erg jammer.
Een auteur die de eindjes niet aan elkaar kan knopen doet noodgedwongen nachtdienst bij een onbestemd bedrijf in de suburbs van New York.
Als een bende Oost-Europeanen het gebouw binnendringt, slaat de angst de auteur om het hart. Gevangen in de krochten van de betonnen building kan hij weinig anders dan zonder veel nadenken snel nog wat dingen neerschrijven.
En zo leest het ook: als een door groeiende paniek ingegeven stream of consciousness waar maar weinig lijn in te trekken valt. Vader verloren, kind gemaakt, geëmigreerd, vereenzaamd. Het passeert allemaal zonder veel opsmuk de revue. En alsof Giphart dat zelf doorheeft, forceert hij op het einde nog een verhaal van misbruik dat je eigenlijk liever niet gelezen had.
Een auteur die de eindjes niet aan elkaar kan knopen. In dit geval: van zijn boek. Soms liggen schrijver en personage iets te dicht bij elkaar.
Nachtangst beleef je als een niet beheersbare gedachten stroom die opkomt in een afgesloten ruimte waarin het contact met de buitenwereld vooral bestaat uit je eigen beelden bij geluiden die je hoort. Het enige verschil is dat de gedachten hier worden gemaild als een laatste boodschap aan de rest van de wereld. Giphart weet in dit boek eenzaamheid te verwoorden zonder het ooit te noemen en laat het als het ware opborrelen als een opdracht van de hoofdpersoon aan zichzelf; Peter Jacob doe er iets aan. Ik vond het een leuk boek. Vlot geschreven met een te makkelijke typering van Russen en Joegoslaven.
"Ik leef waar ik schrijf. Home is where my cursor blinks."
Peter Jacob Webber, een van oorsprong Nederlands schrijver die woonachtig is in de VS en niet kan leven van zijn pen alleen, heeft een tweede job als nachtwaker/nachtklusser in Now Playing, een New Yorks bedrijf. Tijdens de nachtelijke uren schrijft hij aan zijn nieuwe roman, tot er ingebroken wordt in het gebouw en hij zich uit angst schuilhoudt in de ruimte waar zijn werkcomputer staat. We krijgen geen info over wie de inbrekers precies zijn, alleen dat ze een taal spreken die op Russisch lijkt en dat het gebouw zo goed als gesloopt is na hun doortocht.
Er is geen enkele manier om vanuit zijn werkruimte contact te leggen met de buitenwereld, uitgezonderd via mail. Uit angst dat elk moment zijn laatste zou kunnen zijn, begint hij te schrijven aan een schier oneindige reeks mails - een moderne briefroman? - naar zijn literair agente. (Hoe hij dat allemaal bijeen schrijft in één nacht, Joost mag het weten, maar daar denken we niet over door.) Daarin schrijft hij in eerste instantie over zijn nieuwe roman, dat zich afspeelt in de literaire kringen waarin Sartre en Camus zich bewogen, maar al snel schieten zijn gedachten alle kanten uit.
Komen aan bod: zijn jeugd, zijn liefdes- en sexleven, het (vroege) overlijden van zijn moeder, overspel in de relatie van zijn ouders, eigen (jeugd)trauma's, ... Teveel om op te noemen. En net dat is één van de zwaktes van het boek. Er staan een aantal langere passages in die 'aanslaan' en blijven hangen, maar meestal zijn de fragmenten en gedachten te kort om echt te beklijven.
Uiteindelijk leidt het schrijven tot een existentiële crisis in het leven en schrijverschap van Webber: "Wat me de afgelopen uren pijnlijk duidelijk is geworden, is dat ik alleen op de wereld ben. Ik ben nu zesenveertig en ik vraag me af wat ik heb opgebouwd, wie ik aan me gebonden heb, wat ik heb gedaan, behalve boekenschrijven. Ik ben niet bitter wel eenzaam. Een vraag die elke mens zich op een bepaald punt in zijn leven meermaals stelt.
En even plots als zijn lange gedachtegang gestart is, houdt hij ook op. Als lezer blijf je ietwat verweesd achter na het bruuske einde van het verhaal. Maar zonder evenwel het gevoel te hebben dat je over iets kan of moet doordenken. En dat is het overheersende gevoel dat ikzelf had na het lezen van dit boek. Je leest, je blijft - haast werktuigelijk - lezen en het verhaal leest vlot, maar het lijkt iets te vrijblijvend. Na de - voor mij althans - verslavende en intrigerende lectuur van Alle tijd, was dit een eerder ontgoochelende lectuur.
In zijn roman ‘Nachtangst’ laat Ronald Giphart zich van zijn ernstige kant zien. Het gaat over de Nederlandse schrijver Peter Jacob Weber, wonend in New York city, die om den brode bijverdient met administratief werk voor een bedrijf. Terwijl hij een mail schrijft aan zijn Amerikaanse agente, zittend in de kelder van het gebouw, wordt er ingebroken. Dat beangstigt hem. Hij zoekt contact met de buitenwereld om te waarschuwen, iets wat telefonisch niet lukt, daarom mailt hij vele malen aan die (literair-)agente. Daarop krijgt hij maar geen antwoord. De doodsangst brengt hem ertoe om zijn levensverhaal uit de doeken te doen. De spanning loopt op, de dieven komen dichterbij. Al vanaf de tweede pagina zit er vaart in het verhaal. Ook is de roman niet van humor verstoken. Om aan te geven dat hij aan Oost-Europese herkomst van de inbrekers denkt, meldt hij: “Medeklinkers gedrenkt in wodka.” En om zijn locatie aan te duiden: “Op de gevel staat een lichtbord met Now Playing, maar de w doet het niet meer.” Wat het personage over zichzelf vertelt, kan de indruk geven dat hij naar een bekentenis toewerkt. Het gaat echter meer over in het reine komen met iets wat hem is overkomen. De spanning loopt ook op in het vertelde heden. Komen de inbrekers hem op het spoor? “Deze kelder wordt mijn graf.” Deze quasi-nuchtere melding is ook een tweede betekenis te geven, namelijk als zinnebeeld van eenzaamheid, die wellicht niet ‘beperkt’ blijft tot die van het personage in zijn afgesloten en afgelegen locatie, maar betrekking kan hebben op de auteur. Peter Jacob heeft tegen het einde van de nacht de behoefte een jeugdherinnering aan zijn agente toe te vertrouwen – iets waarvan je als lezer het misschien beoogde ongemakkelijke gevoel krijgt. Daarna rondt de schrijver nog even de gebeurtenissen in de kelder af. Over het geheel vind ik deze roman knap vakwerk met een indringende inhoud. JM
Ik geloofde het verhaal eerst niet zo en moest er daardoor erg inkomen. Heb het een tijdje weggelegd en ben weer begonnen. Tweede helft was een stuk beter, toen kwam er een soort samenhang. Het idee van een gedachtenstroom hebben en die opschrijven als je bang bent, is vernieuwend en goed bedacht. Toch greep het verhaal me niet.
Kijk, dít is nou een fijne Giphart: lichtvoetig, zichzelf niet-sparend en toch met een zekere onderstroom die je doet beseffen dat het boek niet zo oppervlakkig is als het lijkt.
Erg heftig om te lezen over wat er tijdens zijn jeugd gebeurt, maar mooi hoe hij opbouwt naar een bekentenis en een bepaalde catharsis verkrijgt.
Gippie valt een beetje weg in de nasmaak van Kellendonk...
het hoofdpersoon is a la Grunberg een schrijver van middelbare leeftijd die wegrent naar New York voor een vrouw en dan een kutbaantje krijgt, heel veel zeurt over hoe alleen hij is en constant moet denken aan zn ouders
ja erg ziek maar de welbekende marathon of the middle was toch wel erg pittig het verhaal is episch en het concept ook maar op een gegeven moment is het mooi geweest met dat eindeloze vertel over niet relevante gebeurtenissen. De moeder van guy was een cool plot ray en goldman en schrijvers ook. de dood van zijn moeder niet interessant en de mails met de inbrekers waren cool!!! het heden was cool!!! het verleden minder dit is mijn mening sorry ronnie
Alsof zijn leven aan hem voorbijtrekt schrijft de hoofdpersoon mails aan zijn literair agent(?). Hij is doodsbang voor de inbrekers die hij hoort in het gebouw waar hij die nacht in de kelder werkt. De lezer komt zo zijn grootste 'stenen op de weg' te weten. De discussie wie of wat het belangrijkst is: de lezer, de schrijver het boek blijft nog lang na het lezen na-echoën.
Een geëmigreerde Nederlandse schrijver in New York die aan zijn Amerikaanse vriendin zijn angst van zich afschrijft wanneer een bende inbreekt op zijn werk. Ik heb me ermee vermaakt tijdens mijn slapeloze uurtjes in de nacht
Normaal geniet ik erg van het werk van Giphart maar dit wist me echt niet te boeien. Het tweede deel was wel íets beter maar het verhaal voelde overal een beetje onaf en eerlijk gezegd vond ik het vooral… saai
Een verhaal over een man en zijn eenzaamheid samen in een kelder. Ik vond veel aan het verhaal mooi, een aantal dingen te summier en het einde te plots. Tevreden gelezen.
Bijzondere vorm, omdat je weet dat giphart ook nachtportier is geweest en zo z'n 1e boek heeft geschreven. Als 'per ongeluk' beschrijft hij grote issues uit zijn leven.
Niet slecht maar ook niet bijzonder. Origineel concept dat in het begin overtuigt en intrigeert maar dan wat afglijdt naar een doordeweekse 'ik graaf in mijn verleden '-roman. Leest wel erg vlot.
Interessante opzet van het boek. De spanning komt steeds terug als je even denkt dat het rustig is. Door wat het personage verteld ga je echt om hem geven.
De insteek is leuk gedaan en de afloop anders dan verwacht. Niet slecht geschreven en wel interessant genoeg om door te lezen, maar het verhaal greep me niet echt.
Aardig boekje voor tussendoor. In een wat merkwaardige setting doet een Nederlandse schrijver in een hele serie korte en lange mails zijn levensverhaal.
Een goed en vlot lezend verhaal met een eigenaardige twist . Plots is het gedaan, van een afwikkeling is geen sprake. Je blijft met heel wat vragen achter. Het had wat langer mogen duren.