De schrijfster vertelt aan de hand van drie reizen door Zuid-Afrika, het land waar ze geboren en getogen is, over haar leven daar. De samenleving is er doordrongen van de apartheid met een verregaande segregatie en minachting voor het niet-blanke deel van de bevolking. De schrijfster verzet zich hiertegen en daarmee tegen de rechtse opvattingen van haar vader. Ze heeft een jarenlange verhouding met een zwarte man, iets waarover haar vader zich grote zorgen maakt. In de loop der jaren stelt ze zichzelf steeds meer vragen over haar positie als blanke, bevoorrechte vrouw in een door en door racistische samenleving.
De geweldscijfers in Zuid-Afrika zijn extreem hoog. De gewelddadige moord op een oude vriend en zijn moeder op een afgelegen boerderij, waar het boek mee opent, is hier een macaber voorbeeld van.
Dit goed geschreven, informatieve boek gaat over bewustwording, schuld(gevoel), geweld, liefde. Het stemt tot nadenken over waartoe een verregaande tweedeling van een samenleving kan leiden.