Na Taal is zeg maar echt mijn ding en En dan nog iets, was ik niet van plan om het derde taalboek van Cornelisse te lezen: meer van hetzelfde is niet altijd beter. Vind ik. Maar ja. Ik speelde vier weken mee met de BankGiro Loterij - ik kocht er vier weken onbeperkt museabezoek mee. Woei! - en won onverhoopt 'een boek naar keuze'. Helaas bleek de keuze niet al te ruim. Eerlijk is eerlijk: ik begon dus met niet al te veel enthousiasme aan Taal voor de leuk. Dat het boek is opgedragen 'aan bepaalde personen' en ik na het lezen van de achterflap en de proloog genre nog idee vast had kunnen stellen, deed mij denken: met dit boek wordt het niks.
Dat bleek niet helemaal te kloppen. Zo leerde ik van Cornelisses stukjes (columns?) met de titels Ahoy en O'tje iets nieuws, vond ik de door haar bedachte lettergreepregel ("Als het apparaat dat je wilt hebben één lettergreep heeft, dan mag je het sowieso aanschaffen en gebruiken.") bijzonder inventief en moest ik om haar kijk op het ontstaan van Fristi heel hard lachen. Jammer genoeg bevat het boek te veel stukjes die OF helemaal niet over taal gaan, maar over dingen, dieren of verschijnselen die Cornelisse mateloos lijken te boeien en per ongeluk in Taal voor de leuk terecht zijn gekomen OF te veel aan de oppervlakte blijven. Een enkel stukje (verhandeling?) slaat zelfs de plank volledig mis.
Daarbij denk ik vooral aan Schreef, waarin Cornelisse stelt dat het Engelse 'serif', dat in de 19de eeuw opduikt, mogelijk is afgeleid van het Nederlandse 'schreef', en dat 'dat zou betekenen dat er ooit iemand een c als een e heeft gelezen en een h over het hoofd heeft gezien en twee e's heeft vertaald als een i'. Van al te veel inzicht in taalprocessen getuigt dit niet. (De verspreiding van woorden via het gesproken woord, Paulien? Verschillen tussen talen in de uitspraak van lettertekens?) De vrolijke constatering dat 'schreef' misschien wel verkeerd werd gelezen door die Engelsen door die slecht leesbare schreven zelf (Eureka!) las ik zuchtend en hoofdschuddend. (Op papier zorgen schreven voor meer contrast, waardoor de tekst juist BETER leesbaar is dan in een schreefloos lettertype. Zodra je met pixels gaat werken, geldt het omgekeerde, maar computers, die waren er nog niet in de 19de eeuw.)
Taal voor de leuk is dus 'best leuk', maar zou net iets leuker zijn als de schrijfster haar huiswerk wat beter zou doen. Zo'n vervolg zou ik dan WEL graag lezen.