Ik vloog door dit boek door de ogenschijnlijk ‘kabbelende’ vertelvorm. Twee mannen, een kantoor, en een fietstocht. O, en een jongen en zijn dode moeder, waar je je als lezer niet meteen raad mee weet. Ik moest vaak lachen om perfect beschreven situaties door van Essen, zoals me dat in zijn vorige boeken ook aantrok. Maar dan komt het allemaal samen in een tamelijk geniaal slotstuk, wat me ontroerde zonder dat ik precies kan zeggen waarom. Ik zou het nog een keer moeten lezen. En dan nog eens. Misschien dat ik er dan passender woorden voor heb. Het is behoorlijk hortend en stotende recensie voor een boek waar ik zonet 5 sterren op heb geplakt, maar misschien is dat ook wel de reden ervan: ik zal een heleboel diepere lagen en symboliek missen in deze beschrijving, maar kan je wel vertellen dat ik het voelde. Ik leefde óok in dat kantoor, fietste óok mee, snapte óok de ballen van de onderlinge verhoudingen en was net zo benieuwd naar het eindpunt van hun zoektocht als de personages zelf. Ik voelde het, en het raakte me. En dat was alle sterren waard.