‘Het lege land’ is een monumentaal boek over het landschap en de steden van Nederland tussen 1800 en 1850. De auteur, emeritus hoogleraar architectuur- en stedenbouwgeschiedenis Auke van der Woud, heeft diep gegraven en het karige, lege Nederland van toen bij vlagen prachtig beeldend beschreven.
Hij neemt je mee langs stagnerende steden, die sinds de zeventiende eeuw hun inwoneraantal hadden zien dalen en waarin de ene na de andere straat werd gesloopt. Huizen slopen was in veel gevallen goedkoper dan onderhouden. Hij gidst je door de woeste gronden, die toen een aanzienlijk deel van het land omvatten. De bescheiden zandverstuivingen die we nu nog hebben waren toen ‘woestijnachtige gebieden’ die het omliggende land steeds verder opsnoepten, zoals de Haarlemmermeer ook bij elke storm aan de eigen oevers knabbelde. Hij laat zien hoe de koloniale projecten in eigen land werkten, want zo werden de ontginningen van de onafzienbare veengebieden genoemd. In een ooggetuigenverslag lees je dat het resulterende weidegebied zo plat en leeg was, dat de kromming van de aarde zichtbaar werd. Aan de horizon zag je wel de wieken van een molen, maar de onderbouw niet.
De bijzonderheid van ‘Het lege land’ (2022) is dat het een herziene versie is van een boek uit 1987. Gewapend met nieuwe inzichten uit historisch onderzoek kwam Van der Woud tot de conclusie dat zijn eerdere boek achterhaald was. Het was vooral veel te positief over de rol van Willem I (koning van 1815 tot 1840). Andere auteurs zouden in zo’n geval een nieuw boek schrijven, maar ik vind een volledige herziening van eerder werk ook de beste oplossing. Zo blijft de volledigheid van dit boek overeind.
Willem I is de geschiedenis ingegaan als ‘kanalenkoning’, grondlegger van ons (spoor)wegennet, ‘koopman-koning’, aanjager van de economie, en zelfs als weldadig verbinder van de toenmalige Noordelijke en Zuidelijke Nederlanden. De schrijver laat zien dat hier allemaal niks van klopt.
De wegen waren bij zijn komst inderdaad in een dramatische staat. Verharde wegen waren hoogst zeldzaam. Op de rest zakte je kar ‘s winters weg in de blubber en ‘s zomers in het stof. Voor de vaarwegen gold hetzelfde. Je boot liep aan de grond in ondiepe, slecht onderhouden vaarten. En in de winter vroor alles vast (winters waren toen veel strenger). Als de boel eenmaal ging smelten, liepen de gebieden langs de rivieren elke paar jaar helemaal onder, want de dijken waren ook weinig soeps.
Natuurlijk is Willem I links en rechts wat projectjes gestart tegen deze problemen. Maar een duik in de cijfers leert dat dat weinig om het lijf had. De aanleg van rijkswegen was begonnen in de Franse tijd. Willem liet dat verslonzen. Hij heeft een paar kanalen gegraven, maar pas na zijn vertrek kwamen er veel meer. En tegen het overstromingsgevaar heeft hij wel de Haarlemmermeer en de Zuidplas ingepolderd, maar aan de overstromingen van rivieren deed hij erg weinig. Een commissie die hij in het leven riep schreef na jarenlang nadenken dat we dat soort problemen maar moesten accepteren, zoals ze in sommige zuidelijke landen nu eenmaal last hebben van vulkaanuitbarstingen.
Een groot probleem was dat Willem I een autocraat was. Aan de grondwet van toen had hij zelf meegeschreven. Hij bepaalde alles zelf, behalve sommige beslissingen waarvoor bijvoorbeeld provincies verantwoordelijk waren. Maar wat bleek: ook daar trok hij aan de touwtjes. Waarom het ene project wel doorging maar het andere niet? De enige logica was de persoonlijke logica van de Soeverein. Van particulier initiatief moest hij weinig hebben. Een aanbod van Engelse ondernemers om al eerder een spoorlijn aan te leggen wimpelde hij bijvoorbeeld af, waardoor Nederland pas in 1839 zijn eerste trein kreeg. Nog een probleem was zijn micromanagement: zelfs de tarieven van de treinkaartjes bepaalde Willem zelf. En dan nog zijn vermeende verbindende optreden met de Zuidelijke Nederlanden, die in 1815 aan het noorden vastgeplakt werden. Het graven van de Zuid-Willemsvaart is daarvan het klassieke voorbeeld. Die loopt namelijk van Den Bosch door Belgisch Limburg naar Maastricht. Economisch logischer was het geweest om het kanaal door te trekken naar industriestad Luik, maar dat vond Willem te duur. De mislukte eenwording is sowieso een onderbelicht onderwerp in de Nederlandse geschiedenis, met daarin een cruciale rol voor de koning. Hij heeft de zuiderlingen tot Belg gemaakt door hen continu tegen zichzelf in het harnas te jagen. Ook weigerde hij na de mislukte Tiendaagse Veldtocht in 1831 zijn verlies te nemen. Nog acht jaar hield hij dure legers gemobiliseerd en stukken van Noord-Brabant onder water, met opnieuw economische stilstand als gevolg.
Auke van der Woud heeft alles uit de kast gehaald om alle relevante feiten, cijfers en gebeurtenissen in een logisch en boeiend verhaal te verwerken over een onderbelicht tijdperk in Nederland. Ik heb veel voor mij nieuwe dingen gelezen en voelde me tijdens het lezen ondergedompeld in de halve eeuw waarin het land weliswaar stapjes vooruit zette, maar in een veel trager tempo dan in de periode erna.