Wielerschrijvers die zelf wedstrijden hebben gereden (bijvoorbeeld Peter Winnen, Maarten Ducrot, Thijs Zonneveld, Jan Zomer, Bas Steman) genieten bij mij meer gezag dan schrijvers die nooit hebben gekoerst (zeg Mart Smeets, Peter Ouwerkerk, Bert Wagendorp, Fred van Slogteren, Nando Boers), al zegt dit weinig over de kwaliteit van hun boeken. Wat dat betreft vertoeft Winnen in twee kopgroepen tegelijk. Alleen moet je ervoor zorgen het boek niet in een keer uit te lezen, want hij herhaalt zich nogal eens. Dat krijg je als je stukken bundelt die oorspronkelijk en met tussenpozen verschenen in gerenommeerde tijdschriften als De Muur en Soigneur of NRC-Handelsblad. Daarin vergeef je het hem als hij weer eens melding maakt van zijn overwinningen op Alpe d'Huez. Hier ging het storen. Maar verder een prima wielerboek van een romanticus die toch afstand kan nemen van zichzelf en het wielerwereldje.