Mijn eerste venster op de zestiende eeuw was Tijl Uilenspiegel, de zestiende-eeuwse versie die Charles De Coster ervan gemaakt had althans. Ik vermoed dat ik als tiener ergens een vertaling gelezen heb, want precies weet ik het niet meer. De zin “De asse van Claes klopt op mijn borst” heeft toen indruk gemaakt op mijn jeugdige zelf, want die heb ik onthouden. Uilenspiegel draagt een houdertje om zijn hals met wat as van zijn door de Spanjaarden terechtgestelde vader, Claes. Een goed verhaal vol verzetsavonturen, toen zeker in mijn hoofd niet eens verbonden met een bepaald tijdsgewricht. In die vroege jaren van mijn lezend bewustzijn was alles pakweg tussen 1500 en 1900 één groot geheel en maakte het niet echt uit of het nu 1685 of 1840 was.
Naast de geconstrueerde zestiende-eeuwsheid van Tijl, ook onthouden: “ce ne sont que des Gueux”, Brederode, Alva, Egmont & Hoorn, de Beeldenstorm, de val van Antwerpen. Her en der opgepikt uit stripverhalen, schoolse geschiedenislessen, romans, geleide stadswandelingen en televisieprogramma’s. Maar dan heb ik het slechts over de zestiende eeuw in de Lage Landen. Want Luther, Shakespeare, Montaigne en Cervantes liepen toen ook rond.
Ik wil maar zeggen dat ik geen kenner ben van de geschiedenis van de zestiende eeuw, maar toch wil vertellen wat ik van “De Zwijger” vond. Dit is het leesverslag van iemand die een eenvoudig kader ter beschikking heeft van de bezetting door de Spanjaarden van de Lagen Landen, de burgeroorlogen rond godsdienstkwesties en de afscheuring van Nederland.
Het gaat hier dus om een Duitse edelman uit het huis van Nassau, die ook de Prinselijke titel voert van het Prinsdom Orange in Frankrijk en ook nog flink wat land, bezittingen en feodale voogdij heeft in de Lage Landen. Het huis van Nassau is nauw verbonden met Karel V en het huis van Habsburg en Willem hangt lange tijd rond in het gevolg van Karel V in het paleis op de Koudenberg in Brussel. De Nassau’s hadden zelf hun eigen paleis vlakbij (waar nu een vleugel van het Museum voor Schone Kunsten en de Albertinabibliotheek staan). Hoewel Willem (de Vader des Vaderlands)de Nederlanders lijkt toe te behoren omwille van zijn rol bij de afscheuring van Holland en de andere noordelijke Staten van Habsburg Spanje, is hij zeker ook een belangrijke figuur in de geschiedenis van België en Vlaanderen.
Zoals het in een biografie hoort is het leven van Willem het centrale gegeven in “De Zwijger”. In een strikte chronologische structuur wordt de lezer een monumentale vertelling voorgeschoteld. Van zijn kindertijd is minder geweten, maar eens hij in het Hof van Karel V is opgenomen volgen we Willem haast van week tot week. Waar hij is, wie hij ziet of spreekt, wie hij schrijft, welke politieke en militaire acties hij onderneemt. Wie een korte samenvatting wil, kan enkel het laatste hoofdstuk lezen. Maar wie het helemaal leest, krijgt een fantastisch inzicht in hoe een hoge edelman in de zestiende eeuw aan politiek deed, hoe hij balanceerde tussen oorlog en diplomatie, wat hij kon doen aan en met evoluerende ideologie, die toen natuurlijk helemaal religieus was. Huwelijken, kinderen, familierelaties krijgen ook hun plaats, eerder feitelijk dan emotioneel. Oorspronkelijke geschreven bronnen bieden blijkbaar weinig inzicht in het gevoelsleven van de Prins. Zelfs na honderden bladzijden blijft het innerlijke van Willem van Oranje onbeschreven. Van Stipriaan doet niet aan hagiografie, noch aan gratuite afbraak, disciplines die minder rigoureuze historici en andere scribenten wel eens durven hanteren om de figuur van Oranje te gebruiken als munitie in andere gevechten.
Twee thematische aspecten staken er voor mij wat boven uit. Het eerste is zijn concept van religieuze tolerantie. Hij zat in een internationale context waar veel (ook erg gewelddadig) bewoog en de strijd tussen Katholieken en Protestanten, en de vele gematigde en fanatieke fracties aan beide zijden het aartsmoeilijk maakten om aan diplomatie en politiek te doen om zijn belangen en die van zijn huis te verdedigen. Willem vond dat men coulant diende te zijn wat betreft de religieuze overtuigingen, belevingen èn publieke uitingen. Men moest elkaar ruimte gunnen, letterlijk en figuurlijk. De Pacificatie van Gent, hoe onvolmaakt ook, is natuurlijk het grootste voorbeeld van deze politiek. Ik zie er een soort cultuuroorlog in, die ook een echte burgeroorlog was. En die dan nog eens vervlochten was met internationale geopolitiek. Het is ook niet zo duidelijk of die politiek van “tolerantia” uit noodzaak geboren werd dan wel een politieke vertaling was van een ethische overtuiging. Willem zat natuurlijk gewrongen tussen zijn eed van loyauteit aan het katholieke Spanje en de Duitse landen van herkomst die nu Luthers waren. Ook voor de religieuze spanningen en geweld in zijn eigen graafschappen in de Lage Landen en in zijn prinsdom Orange was er niet direct een makkelijke oplossing. Veel plezier en geld viel er niet te verdienen in de chaos en ook zijn bezittingen en voogdijschappen waren zo nooit zeker.
Het tweede -en volgens historici nieuwe- inzicht dat mij opviel was de rol van propaganda en public relations. Vlugschriften, boeken, liedjes, aforismen, … , een wondere vermenging van leugen en waarheid, alles werd ingezet om de harten voor Oranje te winnen. De boekdrukkunst met o.a. Plantijn in Antwerpen was tot wasdom gekomen en daar werd gebruik van gemaakt, van alle kanten, maar Oranje en zijn entourage bleken daarin toch het meest effectief.
Het zal wel niet toevallig zijn dat beide aspecten ook vandaag nog iets betekenen.
Dit boek zal lange tijd het standaardwerk blijven over Willem van Oranje: veel primaire bronnen in een uitgebreid notenapparaat, geen speculatie maar wel kadering in de bredere geschiedschrijving van de periode, met indrukwekkende bibliografie en handig register.
De lezer moet zin hebben voor het detail, dan is de beloning groot.
En nog iets: Willem van Oranje heeft dan de Nederlandse wapenspreuk “Je maintiendrai” dan wel overgeërfd, maar zeker niet gestolen: zo veel tegenslagen, zo veel op zijn donder gekregen, hopeloze vooruitzichten, … maar er nooit de brui aan gegeven.