‘Zwartrijden’ mag niet meer in Brussel. Niet meer enkel de daad, maar het woord. Lufthansa verwelkomt u niet langer aan boord met ‘dames en heren’, want dat is niet meer gepast. En moeten we nu ‘die’ zeggen in plaats van ‘hij’ of ‘zij’?
Waar komt die hypersensitiviteit vandaan? Vanwaar komt die obsessie met ras, gender en afkomst? Waarom nu? Onze instellingen en media zijn doordrongen van ‘woke’ ideologie, ook al verzetten een groeiend aantal commentatoren en intellectuelen zich keihard.
Is ‘woke’ progressief? Of is het een middeleeuwse meute op heksenjacht, zoals Rowan Atkinson hen noemt? Academici – al dan niet gecanceld – noemen ‘woke’ steed vaker een cultus, een ideologische kanker zelfs, die onze burgermaatschappij vernielt, onze instellingen uitteert en onze cognitieve vrijheid wil afnemen. Zoals in elke cultus begrijpen enkel de leiders het echte doel, en worden de volgelingen verleid met een zorgvuldig geconstrueerde fictie. In dit boek doorprikt Boonefaes die fictie en deconstrueert hij het fenomeen ‘woke’.
De laatste tijd verschenen er enkele boeken over het verschijnsel woke en wat daarmee samengaat. Een vrij recente uitgave is 'Zwijg! Waarom woke niet deugt' van Paul Boonefaes. Uit de titel blijkt al dat de auteur het fenomeen woke kritisch benadert en negatief inschat, wat bij een boek als 'Wie wat woke?' van Walter Weyns (dat ik hier ook besproken heb) allesbehalve zo expliciet is.
De woke-strijders worden in het Engels ook social justice warriors genoemd of strijders voor sociale rechtvaardigheid. Drie begrippen staan hierin centraal: inclusie, diversiteit en gelijkheid. Wie woke kritisch wil benaderen, begint met een groot retorisch nadeel. Wie is immers tegen sociale rechtvaardigheid en tegen gelijkheid? Boonefaes argumenteert dat woke enerzijds deze schijnbaar positieve begrippen gebruikt en anderzijds iets anders bedoelt dan wat we gewoonlijk onder deze begrippen verstaan. Zo gaat het bij gelijkheid niet om gelijke kansen, maar om gelijke uitkomst. Als de uitkomst ongelijk is (personen uit minderheidsgroepen zijn bijvoorbeeld minder vertegenwoordigd in beleidsfuncties), dan wordt dat automatisch toegeschreven aan racisme en discriminatie of aan het patriarchaat (als het gaat om de ongelijke vertegenwoordiging van vrouwen). Andere factoren spelen in het woke-denken geen rol en worden sowieso niet onderzocht. Diversiteit wordt anders begrepen, in geen geval duldt woke een diversiteit aan opinies. Mensen uit minderheidsgroepen worden in dit diversiteitsdenken niet gestimuleerd om hun lot te verbeteren, neen hun slachtofferschap wordt steeds beklemtoond en wordt verbonden aan een morele superioriteit. Woke streeft niet naar verbetering van de plaats van minderheidsgroepen in de samenleving, integendeel worden de (vermeende) privileges van blanken of meerderheidsgroepen op de korrel genomen, met de bedoeling ze (later) af te schaffen. Boonefaes noemt dit een 'negatief egalitarisme'.
Woke wil niet verder bouwen op de liberale samenleving (democratie, rechtsstaat) maar wil die fundamenteel veranderen. Boonefaes beschrijft hoe woke doorgedrongen is in de universiteiten (in het bijzonder de menswetenschappen) en ook in het bedrijfsleven (door middel van 'diversiteitstrainingen' die op de leest van de Critical Race Theory geschoeid zijn). Ook Big Tech, met name de bedrijven achter de sociale media, doen een duit in het zakje middels hun algoritmes die een bepaald discours versterken. De auteur haalt zijn voorbeelden voornamelijk uit de VS, waar woke veel meer is doorgedrongen. Hij haalt talrijke voorbeelden aan van universitaire medewerkers die door de cancel culture geviseerd zijn. Woke duldt immers haast geen tegenspraak en ijvert daarom vaak voor het ontslag van sommigen die de woke-activisme niet volgen of zelfs bekritiseren. Boonefaes noemt woke dan ook 'regressief links', in tegenstelling tot wat hij als 'progressief links' benoemt. Een puntje van kritiek van mijn kant is dat de auteur geen moeite doet om uit te zoeken of het woke-denken en -activisme hier, in onze landen, evenzeer is doorgebroken. Een enkele keer verwijst hij naar een voorbeeld bij ons of in Nederland of Frankrijk, maar nergens wordt duidelijk gemaakt dat er een verschil is met landen als de VS, Canada of het Verenigd Koninkrijk.
Het boek bespreekt het "woke" fenomeen. Er zijn reeds heel wat Engelstalige boeken over het onderwerp verschenen, maar het is toch belangrijk dat er nu ook een toegankelijk werk in het Nederlands beschikbaar is. Da auteur heeft zich diepgaand ingewerkt in het onderwerp. De kracht van het boek is dat het heel kort is en dus snel gelezen kan worden, maar toch heel veel inhoud bevat en de lezer dus echt een inzicht geeft in het fenomeen. Het bestaat uit 15 korte hoofdstukken die elk een aspect van de woke ideologie bespreken. De marxistische oorsprong wordt uitgebreid toegelicht. Ook de postmodernistische basis wordt besproken, zij het iets minder uitgebreid. Er wordt ingegaan op het misbruik van taal in de woke terminologie, waar woorden gebruikt worden met een betekenis die sterk verschilt van hun normale bebruik. Er wordt uitgelegd hoe totaal foute ideeën verpakt worden als iets positief door creatief taalgebruik. Er wordt aangetoond dat woke haaks staat op burgerrechten en op vrije meningsuiting, en eigenlijk een totalitair systeem beoogt. Er worden voorbeelden gegeven van mensen die "gecanceled" werden omwille van hun niet-woke visie. De specifieke onderdelen van de Woke beweging woden belicht, zoals gender studies en critical race theory. Na deze 15 hoofdstukken komt een samenvatting met een oproep tot actie. "Dit keer staat alles op het spel. Zwijg niet!" Daarna volgt nog een tabel met verschillen tussen liberalisme en woke, een wokabularium (woke vocabularium) en een uitgebreide lijst met referenties en materialen voor verdere informatie (waar tot mijn verbazing "The Parasitic Mind" van Gad Saad ontbrak). Al bij al dus een indrukwekkend werkstuk, dat doordat het beknopt en toegankelijk is misschien wel gelezen kan worden door beslissingsmakers die deze inzichten echt wel kunnen gebruiken. Wat ik een beetje mis is een overzicht van wat die precies in ons land betekent. Het is vooral woke in de angelsaksiche wereld dat besproken wordt, met enkele eerder anecdotische voorbeelden uit ons land. Nochtans is dit ook in ons land springlevend. Hoezeer het ook bij ons leeft begreep ik pas echt toen iemand mij op Twitter uitlegde dat ik niet kan weten of iets racistisch is, want ik ben wit. Wat ik ook eens beter zou willen begrijpen is de merkwaardige relatie tussen woke en radicale islam, wat misschien in onze contreien meer uitgesproken is dan in de angelsaksische wereld. Dit aspect komt niet aan bod. Misschien een idee als onderwerp voor een volgend boek?
Pamflet geschreven ‘tussen de soep en de patatten’. Geen probleem dat de auteur al in de titel duidelijk stelling inneemt, maar de argumentatie tegen het woke-dogmatisme verdient zoveel beter dan een aaneenrijging van filosofische simplismen en flagrante onjuistheden. Als je het marxisme wil begrijpen door een YouTube-filmpje te bekijken en geen enkel degelijk naslagwerk te raadplegen, dan kun je niet verwachten dat het resultaat veel denkwerk bevat…