Theologisch filosofisch boek, waar ik lang mee bezig was. Dat kwam mede door de ingewikkelde omslachtige taal (weet niet of het de vertaling was of de stijl?). Het boek gaat over de grenzen tussen geloven en niet geloven (en dat die helemaal niet zo scherp zijn als veel mensen denken). Er waren stukken waarbij ik 'hmmm' dacht en het er niet helemaal mee eens was, er waren stukken die heel taai lazen, maar er waren ook juist hele interessante stukken met prikkelende quotes. Een wisselend boek dus, maar ook wel een boek dat me met sommige stukken heeft geïnspireerd (en waar ik in mijn hoofd nog wel even over door denk). Ik ga dus zeker wel meer lezen van deze auteur.
"De scheidslijn tussen de wereld van het geloof en die van het ongeloof is waarschijnlijk nooit zo strak geweest als die wel leek voor mensen die deze grens streng wilden bewaken, door aan de hand van definities op een officieel vastgestelde identiteit te controleren."
“Als God de ‘Vader van alle mensen’ is, dan zijn alle mensen- ongeacht hun nationaliteit, ras, vul, overtuiging of sociale groep- broeders. Dan zijn ze broeders en zusters van elkaar en dus ook van mij. Mijn geloof verplicht me er dan toe hen ook als zodanig te behandelen. Omgekeerd kunnen we dan misschien ook zeggen dat wie in zijn gedachten en door zijn praktisch handelen, alsook door zijn levenshouding de muren van vooroordelen en haat tussen mensen omverhaalt, die zich tegen alle vormen van onderdrukking en discriminatie verzet, dat zo iemand leeft alsof God bestaat en alsof de Vader bestaat, ook als hij volstrekt niet aan God en zijn vaderschap denkt.”
Het was mij te ongrijpbaar. Als iemand het ooit wil bespreken, laat het me weten, ik heb het idee dat ik nog geen kwart van de boodschap van dit boek heb gevat. Maar zoals bij alle boeken van Halik wel genoten van de metaforen en de prettige schrijfstijl, heb er alsnog wel wat aantekeningen bij kunnen maken.
Mijn favoriete schrijver als het aankomt op de donkere kant van geloven en het vrijwel volledig deconstrueren van geloof, zodat er vrijwel niets meer overblijft. Maar desondanks blijft het geloven in een zeer open vorm, als tegengesteld aan het optrekken van de christelijke muren.