***(*)
Dit boek is ronduit verbijsterend.
Je leest quasi een opsomming over de kennis ivm de milieuproblematiek die men 50 jaar geleden al had, in 1972. Ik was toen 9 jaar en ik herinner me dat mijn vader me erover vertelde.
Reeds toen werd er gewaarschuwd voor verdwijnende biodiversiteit door het gebruik van herbiciden en pesticiden, voor klimaatverandering, smeltend poolijs, zure regen, gaten in de ozonlaag en dies meer.
Je leest dus over die groeiende kennis, en dan word je geconfronteerd met het gelobby van industrie en megalandbouw, waar groei en winst belangrijker zijn dan een gezonde leefomgeving. Je krijgt voorbeelden van vergiftigde kinderen, een significante groei in miskramen en misvormingen bij baby's. Het is werkelijk hallucinant. Dat was dus een halve eeuw geleden, maar ook nu is er nog ditzelfde gelobby door vleesindustrie, boerenbond ivm stikstof en bvb 3M met hun PFOS.
Is er dan niets veranderd in die 50 jaar? Ja natuurlijk wel. Hier in Europa hebben we properder waterlopen, schonere lucht. Ik herinner me zeer goed de Dender in de jaren 70, een dode rivier vol schuim. Ik kan me ook niet herinneren dat ik toen zoveel ganzen en eenden zag overvliegen, al herinner ik me nog wel de vele zwaluwen. Die laatste zie ik niet meer in mijn omgeving.
Maar werd de wereld schoner? Neen. Wij, het rijke westen, verplaatsten onze vervuiling naar andere werelddelen waar men blijft ontginnen, waar men nog geen strenge regelgeving heeft met betrekking tot lozingen etc.
Nu, wat kunnen wij, als individu, doen? Minder vliegen, minder fossiele brandstoffen gebruiken, minder maaien, geen round-up op het onkruid (al lang verboden en toch zie ik nog te vaak mensen die dit gebruiken, vooral op de buiten!), consuminderen, minder vlees eten (Stijn Baert geeft hier absoluut het slechte voorbeeld met zijn ontelbare biefstukken) enz enz.
Het blijkt ten andere dat vooral de lagere- en de middenklassen inspanning doet, de rijken hun ecologische voetafdruk wordt alleen maar groter.
Maar die inspanningen van al die individuen zijn slechts druppels op een hete plaat en hebben quasi geen invloed. Het is vooral de grote industrie die het beter moet doen, de megalandbouwbedrijven die anders moeten gaan werken.
Aan het einde van het boek schetst de auteur een toekomstvisie waar ik onmiddellijk voor teken. Eén met meer groen in alle straten van steden en dorpen, met lokale boeren waar je je eten kan kopen, met plukbossen, ...
We gaan al een beetje in die richting. De zelfplukboerderijen schieten als paddestoelen uit de grond, ook wij zijn plukkers. Er komen meer en meer nachttreinen waardoor we weer op een andere manier kunnen gaan reizen.
Ik hoop dat overheden, na 50 jaar, meer verantwoordelijkheid zullen nemen, in samenspraak met het zuiden. Ik hoorde ten andere dat er deze week in Afrika een eerste klimaatconferentie is.