Niemand dacht oorspronkelijker, speelser en scherper dan Ludwig Wittgenstein, en hij wist het. Van de kristallijnen helderheid in de Tractatus tot de alledaagse onoverzichtelijkheid van de Filosofische onderzoekingen blijft zijn denken één lange worsteling tegen de betovering van ons intellect door de schier eindeloze variatie van vermommingen waarin taal de gedachte aan het oog onttrekt.
Wittgenstein wist dat hij een bijzonder talent had, en zijn visie op zichzelf is zeker zo boeiend als zijn kijk op de wereld. In zijn brieven en dagboeken treedt een geniale, lastige, komische en ontroerende man naar voren die in leven en in sterven een onuitwisbare indruk maakte op de mensen die hem kenden.
Bert Keizer biedt een heldere en toegankelijke introductie in leven en werk van Wittgenstein. Hij bespreekt diens brieven, dagboeken en belangrijkste werken: de Tractatus, de Filosofische onderzoekingen en Over zekerheid. Dat doet hij gedreven en enthousiast, zonder belerend te worden.
Een goede en duidelijke inleiding tot het werk van Wittgenstein, naar mijn mening helder en toegankelijk uitgelegd voor zover dit mogelijk is. Wittgensteins werk is nu eenmaal breed en heel complex, zelfs als je zoals ikzelf al wel wat basiskennis hebt. De belofte van een heldere en begrijpelijke introductie is dan ook een gedurfde uitspraak voor op de kaft, maar wel waargemaakt. Men zou daarmee echter geen "gemakkelijk boek" moeten verwachten.
Mijn kritiek op het werk zou zijn dan ik het soms ietswat samenhangend vind, waarbij sommige passages meer en andere juist iets minder uitleg hadden mogen krijgen. Dit is natuurlijk sterk persoonlijk. Dat de auteur soms in herhaling valt stoort mij niet, ik vind dit zelfs passend aangezien Wittgenstein in bijvoorbeeld zijn Tractatus ook geregeld herhaalt en refereert naar eerdere passages.
Al met al een goed boek voor een kennismaking, voor verdieping zal men echt verder moeten kijken. Een welkome aanvulling kan worden gevonden in de colleges van Jean Paul van Bendegem die kunnen dienen als inleiding tot de belangrijkste werken van Wittgenstein. Ik heb ook 'Wittgensteins betekenissen' van Martin Stokhof nog liggen, maar daar moet ik nog in beginnen.
Deze inleiding van Bert Keizer heeft mij laten inzien dat ik niets bij Wittgenstein 'hoef te halen' nu ik dit boek pas na bestudering van de Franse structuralisten lees. Ook het verhaal over de eend en haas was al lang voor Wittgensteins geboorte bekend, maar de bron wordt niet in de tekst genoemd en dat is maar één van de irritaties bij het lezen van Keizers boek. Hij schrijft hier en daar verhelderend, maar veelal erg ongestructureerd. Sommige zaken vermeldt hij drie keer. Alsof de redacteur ook slaperig was. De delen over het leven van Wittgenstein lijken Keizer meer te liggen dan de uitleg van Wittgensteins werk. Het is meer een hagiografie dan iets anders en de delen over God interesseren me werkelijk totaal niet. Misschien dat W.F. Hermans beter over Wittgenstein heeft geschreven? Dat is misschien nog de moeite van het lezen waard hierna. Verder heeft het bij mij niet meer interesse in Wittgensteins werk gewekt. Benieuwd naar de discussie in de filosofiekring, maar ik heb zo'n flauw vermoeden van de reacties aldaar: niet heel positief.
Er werd me een heldere en toegankelijke introductie in het leven van Wittgenstein beloofd. Tja… ik ben waarschijnlijk niet slim genoeg, meer een draaiorgelliefhebber.
Helderder en toegankelijker is overigens het college Jean Paul van Bendegem (op de biebapp te volgen)
Dit is absoluut een interessant boek. Maar ... ik zal het nogmaals moeten lezen, er nog eens op kauwen, voordat ik er een waarschijnlijk verdiende 4e ster aan kan toevoegen. Op de achterflap staat dat Bert Keizer een 'heldere en toegankelijke introductie' in dit werk biedt. Zelf zegt hij in zijn voorwoord: "(...) ik zou beloond zijn als ik iets van die grootsheid (van Wittgenstein, CO) en de vreugde die daaraan valt te beleven op de lezer weet over te brengen." Maar die overtuiging van die grootsheid had ik al. Keizer weet daar echter wel een laagje aan toe te voegen. Dus die 4e ster, nog even wachten, die komt er vast!
Bert Keizer heeft met dit boek een deurtje opengezet naar het werk van Wittegenstein. Wat mij het meest raakte was de contradictie tussen het kunnen omgaan met de vraagstellingen in het eigen leven of het nu liefde, werk, doelen of verantwoordelijkheid betrof en de ontstellende fijnslijperij die hij hanteerde in z'n omgang met taal. Dat zijn gefilosofeer weinig praktische betekenis had was echter voor Ludwig alles behalve een verrassing. De korte samenvattingen van Tractatus en Filosofische onderzoekingen leiden er bij mij in ieder geval toe dat ik Tractatus met gepaste tegenzin ter hand zal nemen en wacht op een moment dat ik in opperbeste conditie ben. Die onbevangenheid ben ik dank zij Keizer in ieder geval kwijt.
Vol treffende, sprekende en vaak humoristische beeldspraken om een moeilijk te doorgronden materie zoniet te doen begrijpen, dan toch te doen inzien. Knap werk!
"er zitten geen ogen achter uw ogen"
P127 "Hoewel uiterlijk onbewogen, was hij innerlijk ten prooi aan de meest tegenstrijdige emoties." Kletsen wordt heel gauw zwetsen als we met de beelden die dit soort zinnen suggereren aan de haal gaan. Vooral ruimtelijke metaforen waarin we ronddansen met 'binnen' en 'buiten' zijn een vruchtbare bron van verwarring.
P128 De ziel zit in het lichaam zoals de stemming in het feestje. En als de stemming eruit is, gaat u niet buiten kijken waar zij gebleven is. De ziel zit niet in het lichaam in de zin waarin de man in zijn huis zit.
Heel goed uitgelegd, perfecte afwisseling tussen eigen voorbeelden om Wittgensteins standpunten te verduidelijken en uiteenzetting van zijn leven en werken