De Nederlanden is een compleet gerenoveerde versie van Het lege land (1987), het boek dat vaak 'klassiek' is genoemd. Deze nieuwe uitgave beschrijft hoe Nederland uit de revoluties rond 1800 opkrabbelde, hoe het landschap en de steden er in de vroege negentiende eeuw uitzagen en hoe ze langzaam begonnen te veranderen. Koning Willem I organiseerde de nationale openbare werken. Klopt het wel dat de koopman- en kanalenkoning daarmee voor welvaart zorgde? Hij liet de Nederlandse staat in 1840 bijna failliet achter. Veroorzaakte zijn optreden niet juist een langdurige economische en sociale stagnatie? Hoe komt het dat de energie, de ondernemingslust in Nederland na zijn vertrek opeens loskwam? Deze nieuwe rijkgeïllustreerde editie is de voorgeschiedenis van het moderne Nederland dat na 1850 ontstond, en van de veelgeprezen reeks die Van der Woud daarover schreef: Een nieuwe wereld (2006), Koninkrijk vol sloppen (2010), De nieuwe mens (2015) en Het landschap, de mensen (2020).
Geeft een mooi inzicht in het functioneren van de vroege Staat der Nederlanden en maakt duidelijk hoezeer Nederland eigenlijk het landschap heeft moeten managen.
Het boek deed me ook denken aan Nature's Metropolis van William Cronon. Ik vond de manier waarop dat boek is geschreven fijner. NM had een meer analytische insteek, en dat kon ik waarderen. Het is echter natuurlijk makkelijker om een enkele casus, namelijk Chicago, te analyseren dan een heel land dat intern grote verschillen kent. Daarnaast was NM beter geïllustreerd. Soms had ik wel een specifieke afbeelding gewild in dit boek, in plaats van voor elk hoofdstuk een enkele afbeelding die thematisch bij het hoofdstuk paste.
Nederland rond 1800 was leeg, laag en kwetsbaar. Van der Woud weet de tijd en de ontwikkelingen weer (het is het derde boek dat ik van 'm lees) fascinerend uit te leggen. Hoe bijvoorbeeld de hervorming van lokaal en regionaal bestuur tot grote, indrukwekkende projecten kon leiden. Voor fans van geschiedenis, geografie en causaliteit. Mag wel iets minder komma's en iets meer voeg- en verwijswoorden. O ja, en fuck Willem I, blijkbaar. 4.5/5
‘Het lege land’ is een monumentaal boek over het landschap en de steden van Nederland tussen 1800 en 1850. De auteur, emeritus hoogleraar architectuur- en stedenbouwgeschiedenis Auke van der Woud, heeft diep gegraven en het karige, lege Nederland van toen bij vlagen prachtig beeldend beschreven.
Hij neemt je mee langs stagnerende steden, die sinds de zeventiende eeuw hun inwoneraantal hadden zien dalen en waarin de ene na de andere straat werd gesloopt. Huizen slopen was in veel gevallen goedkoper dan onderhouden. Hij gidst je door de woeste gronden, die toen een aanzienlijk deel van het land omvatten. De bescheiden zandverstuivingen die we nu nog hebben waren toen ‘woestijnachtige gebieden’ die het omliggende land steeds verder opsnoepten, zoals de Haarlemmermeer ook bij elke storm aan de eigen oevers knabbelde. Hij laat zien hoe de koloniale projecten in eigen land werkten, want zo werden de ontginningen van de onafzienbare veengebieden genoemd. In een ooggetuigenverslag lees je dat het resulterende weidegebied zo plat en leeg was, dat de kromming van de aarde zichtbaar werd. Aan de horizon zag je wel de wieken van een molen, maar de onderbouw niet.
De bijzonderheid van ‘Het lege land’ (2022) is dat het een herziene versie is van een boek uit 1987. Gewapend met nieuwe inzichten uit historisch onderzoek kwam Van der Woud tot de conclusie dat zijn eerdere boek achterhaald was. Het was vooral veel te positief over de rol van Willem I (koning van 1815 tot 1840). Andere auteurs zouden in zo’n geval een nieuw boek schrijven, maar ik vind een volledige herziening van eerder werk ook de beste oplossing. Zo blijft de volledigheid van dit boek overeind.
Willem I is de geschiedenis ingegaan als ‘kanalenkoning’, grondlegger van ons (spoor)wegennet, ‘koopman-koning’, aanjager van de economie, en zelfs als weldadig verbinder van de toenmalige Noordelijke en Zuidelijke Nederlanden. De schrijver laat zien dat hier allemaal niks van klopt.
De wegen waren bij zijn komst inderdaad in een dramatische staat. Verharde wegen waren hoogst zeldzaam. Op de rest zakte je kar ‘s winters weg in de blubber en ‘s zomers in het stof. Voor de vaarwegen gold hetzelfde. Je boot liep aan de grond in ondiepe, slecht onderhouden vaarten. En in de winter vroor alles vast (winters waren toen veel strenger). Als de boel eenmaal ging smelten, liepen de gebieden langs de rivieren elke paar jaar helemaal onder, want de dijken waren ook weinig soeps.
Natuurlijk is Willem I links en rechts wat projectjes gestart tegen deze problemen. Maar een duik in de cijfers leert dat dat weinig om het lijf had. De aanleg van rijkswegen was begonnen in de Franse tijd. Willem liet dat verslonzen. Hij heeft een paar kanalen gegraven, maar pas na zijn vertrek kwamen er veel meer. En tegen het overstromingsgevaar heeft hij wel de Haarlemmermeer en de Zuidplas ingepolderd, maar aan de overstromingen van rivieren deed hij erg weinig. Een commissie die hij in het leven riep schreef na jarenlang nadenken dat we dat soort problemen maar moesten accepteren, zoals ze in sommige zuidelijke landen nu eenmaal last hebben van vulkaanuitbarstingen.
Een groot probleem was dat Willem I een autocraat was. Aan de grondwet van toen had hij zelf meegeschreven. Hij bepaalde alles zelf, behalve sommige beslissingen waarvoor bijvoorbeeld provincies verantwoordelijk waren. Maar wat bleek: ook daar trok hij aan de touwtjes. Waarom het ene project wel doorging maar het andere niet? De enige logica was de persoonlijke logica van de Soeverein. Van particulier initiatief moest hij weinig hebben. Een aanbod van Engelse ondernemers om al eerder een spoorlijn aan te leggen wimpelde hij bijvoorbeeld af, waardoor Nederland pas in 1839 zijn eerste trein kreeg. Nog een probleem was zijn micromanagement: zelfs de tarieven van de treinkaartjes bepaalde Willem zelf. En dan nog zijn vermeende verbindende optreden met de Zuidelijke Nederlanden, die in 1815 aan het noorden vastgeplakt werden. Het graven van de Zuid-Willemsvaart is daarvan het klassieke voorbeeld. Die loopt namelijk van Den Bosch door Belgisch Limburg naar Maastricht. Economisch logischer was het geweest om het kanaal door te trekken naar industriestad Luik, maar dat vond Willem te duur. De mislukte eenwording is sowieso een onderbelicht onderwerp in de Nederlandse geschiedenis, met daarin een cruciale rol voor de koning. Hij heeft de zuiderlingen tot Belg gemaakt door hen continu tegen zichzelf in het harnas te jagen. Ook weigerde hij na de mislukte Tiendaagse Veldtocht in 1831 zijn verlies te nemen. Nog acht jaar hield hij dure legers gemobiliseerd en stukken van Noord-Brabant onder water, met opnieuw economische stilstand als gevolg.
Auke van der Woud heeft alles uit de kast gehaald om alle relevante feiten, cijfers en gebeurtenissen in een logisch en boeiend verhaal te verwerken over een onderbelicht tijdperk in Nederland. Ik heb veel voor mij nieuwe dingen gelezen en voelde me tijdens het lezen ondergedompeld in de halve eeuw waarin het land weliswaar stapjes vooruit zette, maar in een veel trager tempo dan in de periode erna.
De periode tussen de val van Napoleon in 1815 en de grondwet van Thorbecke in 1848, was voor Nederland een periode van stagnatie. Grote delen van Nederland waren sinds de 19e eeuw nauwelijks veranderd, de meeste steden waren gekrompen en stonden vol leegstaande panden, de staatsschuld was torenhoog, de economie groeide nauwelijks. Na 1850 veranderde dat en ging Nederland een aantal decennia van grote groei en veel veranderingen in.
Dit boek is ook vooral ook een afrekening met Koning Willem 1, die tussen 1815 en 1840 Nederland regeerde. En met het beeld dat van hem bestaat (o.a. in de Nederlandse Canon) van koning-koopman. Van der Woud laat zien dat Willem 1 een autocraat was die de grondwet met de voeten trad. Die geld overhevelde van de staatskas naar geheime fondsen. Die hard werkte, maar zich vooral bezig hield met de details en de grote lijnen niet overzag. Die regeerde met Koninklijke Besluiten buiten het parlement om. Die alle beslissingen bij provincies en gemeenten over zijn bureau liet gaan, zodat ieder lokaal initiatief metteen werd doodgeslagen. En die bij zijn aftreden in 1840 een financiele puinhoop achterliet.
Een interessant boek voor degenen die aanhanger zijn van de uitspraak "Wie de geschiedenis niet kent, is gedoemd haar te herhalen"
Dit boek geeft een interessante blik op de geschiedenis van de Nederlandse landschap. Alle facetten komen aan bod en de hoofdstukken over de Waterschappen, rivieren en polders zijn bijzonder interessant.
Het gaat diep in op het beleid van Koning Willem I, zonder dat ooit de moeite wordt gedaan om een overzicht te geven van zijn koningschap. Daar komt nog eens bij dat er tegen een bepaalde blik op Willem I betoogt wordt, maar ik was daar helemaal niet mee bekend. Wat mij verder opviel is het gebrek aan figuren en kaarten in dit boek, die waren toch wel nuttig geweest.
Als laatste moet ik opmerken dat het boek uit de jaren 80 komt en dat is hier en daar merkbaar, zoals het stukje over de Kleine IJstijd.
How have the Dutch landscape, its cities and infrastructure been transformed into what we know today? Van der Woud has written a magnificent history of the physical environment of the Low Countries between 1800 and 1850, pivotal decades in the transition from the old, decentralised Republic to a modern state. The author turns fairly abstract material into a highly readable book. It is considered a standard work for good reason. The book also offers a critical assessment of the reign of King Willem I, later widely praised as the ‘merchant king’. That reputation is undeserved: Willem I was the monarch who brought the state to the brink of financial ruin, disregarded the Constitution, and distrusted freedom, seeing it as a threat because it meant relinquishing control. RF
Geeft een prachtig beeld van de staat van ons landje vanaf Napoleon tot aan de Grondwet. Soms raakt de tekst iets te verwikkeld in locale politieke aangelegenheden (het hoofdstuk over droogmakerij viel me erg zwaar), maar meestal zijn het juist die lokale details die het interessant maken en nieuwe, onverwachte inzichten bieden.