’s Avonds brei ik nieuwe stoffen aan de representaties van de vrouw die ik bij een tweedehandswinkel heb gekocht. Sommige versleten, sommige gloednieuw; nooit gedragen, in feilloze conditie weggedaan. Misschien stond het niet, of was het te prijzig. Sommige waren stoffig en bedekt met olie en bloedvlekken, opgedroogde melk die ik moest schoonpoetsen waardoor de kleuren en structuren van sommige representaties vervaagden. Ze zeggen: ‘Niemand weet wat een vrouw echt is, en niemand heeft ooit een echte vrouw gezien.’
Mythen en stoplichten gaat over vrouwen die elkaar zijn kwijtgeraakt door de veranderingen die ze zijn ondergaan. Het gaat over verlies en eeuwige open wonden. Het gaat over de zoektocht naar genezing van deze wonden. Als alles tegen hen is, proberen ze desondanks te helen door middel van persoonlijke rituelen. Wat zijn constanten in een voortdurende flux van verandering? Hoe kun je het best de strijd aangaan wanneer er helemaal geen hoop meer is op een overwinning?
Alara Adilow (1988) is een dichter van Somalische afkomst, woonachtig in Amsterdam. In 2019 haalde ze de finale van het NK Poetry Slam. Ze publiceerde onder andere in De Gids, Het liegend konijn, De Revisor en Tirade. Alara is geselecteerd voor de residentie voor transgender & queer personen van Museum Arnhem.
"Een riviergodin schonk mij een ster als troon en een gedrapeerde chiton van licht omdat ik de mooiste liedjes in het dorp zong."
"We waren twee gazelles in een wervelwind. Het was gezellig, de avonden met actiefilms en chips gekocht met het te weinig dat je had. Je probeerde mij te wurgen op een nacht in maart toen ik je uitschold voor hoer."
"Hij drukt zijn lippen tegen mijn wenkbrauwen. Ik verander in een ekster, een ree.
Daarna een panter, een ster, een zee."
Rijk debuut, waaruit je eindeloos kan citeren. De gedichten zijn surrealistisch en realistisch, klankrijk, vol fabelachtige beelden en verrassende wendingen. Tegelijk is er veel rauw realisme, geplaatst in het kader van een Griekse tragedie. De bundel begint met een motto uit Antigone, waarin Antigone haar oom Creon trotseert door te zeggen dat ze prima wist dat ze met het begraven van haar broer iets deed wat hij streng verboden had, maar er desondanks bewust voor koos. In deze bundel worden verschillende soorten grenzen overschreden in vol bewustzijn. Het eerste deel, Katabasis, is een afdaling in een soort onderwereld van sex, dood, prostitutie, drugs, mishandeling en eenzaamheid - ofschoon ook daar veel schoonheid is te vinden. Het tweede deel, Metamorfose, focust op de thematiek van transformatie van man tot vrouw, van zoon tot dochter, van broer tot zus. Het derde deel - Geloof je in engelen, Alara - bevat engelen, verschijningen, droombeelden. Het vierde deel, Anabasis ofwel gang omhoog, is een synthese waarin meer harmonie of geluk wordt gevonden, onder andere in taal en poëzie: "Zuster, zuster ik zie een woud / van tongen in onaangekondigd licht." De thematiek van de bundel heeft duidelijk te maken de biografie van de dichter, maar het zou een vergissing zijn om alle gedichten te lezen als autobiografisch. Zij verkent juist allerlei perspectieven en personages: die van moeders met kinderen, die van van een vrouw die geexecuteerd wordt in een oorlog, die van een vluchteling, die van een prostituee, en die van meer mythische personages, etc. De grootse bekoring van de bundel zit voor mij in de sprookjesachtige, klankrijke, surrealistische en mythische taal en beelden, waarmee de soms rauwe inhoud een krachtig contrast vormt. Het enige wat op de bundel is aan te merken, is dat uitgeverij Prometheus zijn werk niet heeft afgemaakt: de eindredactie is gebrekkig, met basale spelfouten die de dichteres (die enkele cruciale jaren in Engeland woonde) niet kwalijk zijn te nemen. Zo'n sterke bundel zou voor zulke slordigheidjes (u adres ipv uw adres, omarmt worden ipv omarmd worden, een ros die ipv een ros dat, hij breidt ipv hij breit) behoed moeten worden. Zoniet in druk 1, dan toch in druk 2, die er ongetwijfeld komt!
„In de grafkamers van de farao’s legden wij elkaars tongen in elkaars mond we gloeiden als pasgeboren vuurvliegjes en ontstaken als een oerknal, werden een eeuwige blauwe kosmos.
Ooit waren wij lichamen, gestolen zonder rechten. Werden lam van gin. Uit de longen van de zangeressen stegen ijlende paradijsvogels op.”
Als de taal je niet past, jij niet in haar, pas je haar aan, neem je haar in, stel je haar bij. Prachtig hoe Adilow de taal naar haar hand zet, zoals ze steeds hoofd en lijf dichterbij probeert te trekken, met een kater en joint in de mond het ochtendlicht probeert te grijpen. Indrukwekkend is ook het verloop van de bundel, de dramaturgie van “katabasis” naar “anabasis”. Zo pijnlijk als haar geboorte is in de eerste helft, zo ontroerend is haar wedergeboorte aan het einde. Hoogtepunt is het Rutte-gedicht. “Mooiwitbillen” is het lijpste woord dat ik ooit heb gelezen. Mooiwitbillen!! Iedereen wordt gek van hoe vaak ik het in hun gezicht schreeuw maar ik kan niet anders!!
„Na een paar glaasjes champagne en onnodige en oppervlakkige identiteitsuitwisselingen mag ik hem neuken en daar ben ik dankbaar voor want hij is de gladrijkheilige minister-president al dertien jaar lang, iets om trots op te zijn en hij heeft mooiwitbillen die zacht zijn en onschuld uitstralen.”
Bundel met een ongelooflijke urgentie. Met vlagen erg zwaar en schrijnend. Had daarom soms moeite hem op te pakken. Desalniettemin een sterke bundel. Mijn favoriete momenten waren denk ik de meer verhalende gedichten. ✨📚
Ik zou hem niet iedereen aanraden, maar als de thematiek je aanspreekt en je het zware niet schroomt kan het denk ik erg resoneren. ❤️
Wat een krachtige sterke stem, die Alara Adilow! Oppassen geblazen voor dit speciale poëziedebuut dat erg de moeite waard is. Over verlies, trauma, wonden proberen te helen, gelaagde identiteiten, vrouwen die strijden voor zichzelf,...
Ik weet vrij zeker dat het feit dat ik de twee kwatrijnen het mooist vond meer zegt over hoe ik poëzie het liefst beleef, dan over deze bundel.
Het merendeel van de gedichten leest, vooral door de voortdurende en dwingende aanwezigheid van het ‘lyrisch ik’, als een een soort tocht door de vaak meedogenloze maar soms ook bevrijdende schemerzone tussen een opgelegde en een wezenlijke identiteit.
Een rite de passage, woelig: ‘Het stoplicht is kapot en het meisje ligt in het natte gras en iedereen weet dit.’ en kwetsbaar tegelijkertijd: ‘Een wond is een deur naar vele plaatsen.’
Kwatrijn
‘Een ochtend van doornen op mijn borst / een perenhuis ligt op een plakje worst / en de te stille liefdesbrief die jij ooit schreef / het spijt me, lief, ik heb er whiskey op gemorst.’
Er is geen vuur in poëzie. Ik heb er lang naar gezocht, gezocht naar vuur en hamers. Ik vond enkel weerspiegelingen in troebelheid daar kun je geen vestiging van maken.
Ik vond in poëzie een wentelend uitdijen, een gevoel van ontspruiten. Alsof ik een gewas was in taal. Alsof ik meer was dan een kist vol vertogen opgeborgen in een lichaam.
Ik vind het soms moeilijk om een rating te geven aan een boek, want een score van een aantal sterren vertelt zelden het hele verhaal achter een leeservaring. Bij romans kan ik vaak alsnog wel tot een coherent oordeel komen, maar bij dichtbundels is dat wel anders.
Ook omdat ik vrijwel nooit poëzie lees heb ik weinig houvast als ik wel een keer een dichtbundel opensla. Ik heb geen idee wat doorgaat als 'goed' en moet maar vertrouwen op zaken als poëzieprijzen om een bundel uit te kiezen, die uiteindelijk ook maar subjectief zijn. Op basis van de intrigerende cover en goede recensie kocht ik deze bundel en na hem een keer grondig en een keer doorbladerend gelezen te hebben weet ik nog steeds niet wat ik vind.
De taal deed me vaak niet zo heel veel. In literatuur houd ik enorm van goede metaforen en sommige keuzes voor de metaforen in deze bundel waren niet mijn smaak, bijvoorbeeld vele varianten op het dierenthema. Daarentegen wordt er wel een enorm bijzondere sfeer opgeroepen in deze gedichten. Alles speelt zich af in een soort constant duistere wereld en de dichteres werpt zich vaak op als kwetsbaar in deze harde wereld, maar kijkt er evenvaak met een soort sardonische blik naar. Als iemand die wil verdwijnen in de natuur om van een afstand te genieten van een maatschappij die in de fik staat.
Van boeken hoop je als lezer vaak dat ze je door iemand anders' ogen naar de wereld laten kijken en een andere geleefde ervaring invoelbaar maken. Daarom wordt in de literatuurkritiek het woord 'herkenbaar' altijd zo positief beschouwd. Maar bij deze bundel bekroop mij het gevoel dat ik mij bij de ervaringen van de dichter geen voorstelling kon maken, dat alle beschreven gebeurtenissen te ver van mij af staan. En voor het eerst zag ik dat als iets positiefs, alsof die afstand het verhaal dat door de gedichten verteld wordt alleen maar versterkt. Dat je de ervaringen van een ander niet altijd hoeft te kunnen begrijpen of doorgronden, je kunt ze af en toe ook gewoon aanhoren en dan verwonderd achterblijven.
Ik weet na deze review nog steeds niet of ik deze bundel nou echt goed vond of niet, dus dan maar een veilige drie sterren. Tegelijk weet ik wel dat ik deze bundel nog zeker vaker ga lezen en dat is ook heel wat waard.
"De sergeant snijdt mijn ringvinger af mijn trouwring valt in de droge aarde. Ik schenk hem mijn dagboek, klim in het graf benader de dood trots, zoals mijn moeder de was. Wanneer de eindeloze stilte mij in haar armen neemt laat mij dan zijn zonder woede.
De sergeant plant zijn laars in mijn maag zijn geweerloop spruit uit mijn bekken. Pijn kan van het geheugen een vijand maken."
"een onhandige gazelle, gevangen tussen geschiedenis en lichaam."
"alle kostuums die ik droeg, de mannen aan wie ik valse namen gaf"
"De hemel is aardewerk. Nacht wordt als thee / over de horizon gegoten. Je draagt je roze muts en regenjas. / De wind ssssst langs de gracht. (...) We bestaan ontrafeld in elkaar / zijn eolisch / of twee watertorren / die langs een brandende tak kruipen."
"Ik wil opgegeten worden door de man. / Ik wil eigenlijk eeuwig voortbestaan in / het moment van het opgegeten worden. // Maar ik vrees boven alles om verteerd te worden door de man."
"Ze zeggen: niemand weet wat een vrouw echt is, en niemand heeft ooit een echte vrouw gezien."
"Elke ochtend word ik wakker / en ga ik op een verwaarloosd podium staan / beken mijn schaamte in een taal die mijn lichaam / nooit echt heeft gepast."
"Ik wil een hart van geluid in plaats van dit hart vol bloed."
Terechte winnaar van de Herman de Coninckprijs. Ongelooflijk persoonlijke en pijnlijke gedichten. Ik denk dat het ajectief "rauw" al vaak gebruikt is maar je kan er niet omheen. Ik hield van het transformatieve effect van de gedichten. Samen met Alara Adilow verander je, kom je tot wasdom, met alle pijn en consequenties van dien.
Misschien vier sterren in plaats van vijf, omdat ik hou van korte dichtbundels, deze was mij net iets te lang. Kill your darlings, ik denk door enkele gedichten te schrappen, de bundels nog scherper had kunnen zijn.
Dichtbundels zijn niet direct mijn ding, maar om professionele redenen moest ik een dichtbundel lezen (te kiezen uit 3 titels). Ik koos deze, omdat hij toch meest concreet is. Geschreven door een transgender, voornamelijk over de operaties, haar moeilijke jeugd, haar minnaars. Ze schrijft heel expliciet. Het blijft natuurlijk poëzie.
ik kocht dit vanwege de mooie voorkant, maar het spreekt me niet aan. De gedichten lijken nog niet helemaal uitgekristalliseerd, net als de samenstelling van de bundel.
Een poëziebundel dat je echt voelt met thema’s als gender, seks en mythes. Binnenkort maar eens haar roman aanschaffen, want haar schrijfstijl is echt heel boeiend.