Je kind begeleiden, omgaan met je eigen grenzen en emoties en alles in goede banen leiden – het ouderschap is geregeld topsport. Dan hebben we het nog niet eens over omstandigheden die het opvoeden verzwaren, zoals kinderen die een speciale zorgvraag hebben of negatieve ervaringen uit je eigen gezin van herkomst.
Iedere ouder wil het beste voor zijn kind en dat het in een veilige omgeving opgroeit tot volwassene. We willen het ouderschap graag goed doen. Maar hoe doe je dat? In De goed-genoeg-ouder bespreken de auteurs onderwerpen die er in de opvoeding écht toe doen, zoals: Hoe heeft God familie-zijn bedoeld? Hoe ga je om met je eigen gevoelens en die van je kind? Welke vaardigheden moet een kind leren? En hoe kunnen we uniciteit binnen het gezin vieren? Daarnaast nemen ze de ontwikkeling van kinderen onder de loep. Bij elke leeftijdsgroep beantwoorden ze de vraag wat voor deze periode nodig is om goed-genoeg ouder te zijn.
Een overzichtelijk boek over opvoeden en belangrijke principes, passend bij de diverse ontwikkelingsfasen.
Dit boek was alleen niet echt innovatief of vernieuwend, ik ben vrij weinig nieuwe dingen tegen gekomen. Ook worden veel dingen toegepast die ik vroeger mensen ook veel zag doen en mensen nu veel zie doen, waarvan ik me afvraag of dat wel zo goed is. Bijvoorbeeld dat in dit boek als belangrijke vaardigheid 'dankjewel zeggen' genoemd wordt. Ik weet niet of dit wel zo belangrijk is, dat een kind hier al heel jong op gewezen moet worden. En zo zijn er nog wel meer dingen waar ik het niet helemaal mee eens ben.
De columns naar persoonlijke ervaringen vond ik erg leuk en boeiend om te lezen, omdat dit echt verhalen uit de praktijk zijn.
Kortom, een boek met voor- en nadelen, maar voor mij wegen de nadelen zwaarder.