Wat wil de hond? Een gemakkelijke vraag. Honden zijn een open boek. Wat honden willen, is maar drie letters lang. Een hond wil mee. Altijd. En waar wil de hond mee? Dáár mee. Daar waar de baas gaat.' De poedel en de pitbull, hondentrouw en hondendrol, de speurneus en de hotdog: geen aspect van het hondse bestaan ontsnapt aan Midas' kritische, maar milde en altijd geestige pen.
De laatste tijd lees ik oudere boeken, en ben dus even afgekickt (wat een raar woord), van het nieuwe boeken kopen.Jammer voor de boekhandel, en de kringloop winkels maar er staat nog zoveel ongelezen in de kast. Dus eerst daar maar eens een gat in slaan. Ik heb namelijk ondertussen meer als 12 stapels boeken tegen de muurwanden van woonkamer en slaapkamer staan. Naast de drie boekenkasten dubbeldik op de planken.
Poot is een bundeling van columns van Midas Dekkers. Dekkers is een genie in het eenvoudig schrijven van kleine stukjes, met kwinkslagen en verrassende weetjes, of plagerige onzin. Heerlijke humor die het goed doet tussen zwaardere boeken als de klassieken.
Vooral het laatste, plaggerige onzin, vindt je terug in Poot. Dekkers steekt niet onder stoelen of banken dat hij niet echt gesteld is op honden. De hondenbaasjes benadert hij voorzichtig en met groot wantrouwen. Soms is het plagerige pesten op het kinderachtige af.
Maar over het algemeen kan ik zijn humor wel waarderen. Ook als hondenbaasje. Als je zelf, net als Midas Dekkers ook twijfels bij het hondenwezen hebt, dan kun je zeker genieten van zijn grappen en geplaag. Maar ook de honden eigenaren met humor kunnen dit boekje wel waarderen.
Het is overduidelijk dat Midas Dekkers niet van honden houdt. Dit in tegenstelling van mij, ik kan absoluut niet zonder. Ik vond het af en toe heerlijk sarcastisch en heb heerlijk kunnen lachen.
Arme Midas, arme arme Midas Dekkers... hij houdt niet van honden en steekt dat absoluut niet onder stoelen of banken. Voor mij niet gelaten, een satirische pen kan leuk zijn, maar hier geeft Dekkers zijn ongenoegen met "de beste vriend van de mens" zodanig lucht dat het soms op het zielige af is en zijn satire op het randje van het betamelijke af is... jammer... zo is zijn stukje over de Duitse herdershond echt moeilijk te pruimen... jammer. Nochtans, in de meeste stukjes vertelt Dekkers meer over de mensen, de baasjes, dan over de honden zelf, en dat is ook de bedoeling... Afgezien van de typisch leuke Dekkers schrijfstijl valt er inhoudelijk wel één en ander te herzien, niet in de bundel in z'n geheel, maar toch zeker in een aantal stukken. Misschien zou Dekkers enige tijd in het gezelschap van een Border Collie moeten doorbrengen?
In een van de columns schrijft Dekkers dat hij piest (of poept) als de trein met vertraging stilstaat. Dat type humor is de mijne niet. En zo zijn al zijn columns een beetje obstinaat en bijgoochem. Dat hij niet van honden houdt, is duidelijk. Liever heeft hij een kat. Als ik het goed begrijp, slaapt die bij hem in bed. Waar Dekkers honden slaafsheid verwijt, is hij zelf een slaafje van zijn poes.
Midas Dekkers is bioloog. Als bioloog leer je goed te kijken. Observeren is de basis van goed schrijven. In dit boekje gaat het over honden, maar in belangrijke mate ook over mensen. Midas is niet bij uitstek een liefhebber van honden, maar hij schrijft er aanstekelijk over.
Dit boek viel me wel tegen, de mening van Midas Dekkers over honden is je snel duidelijk en dan wordt het erg eentonig om dat in iedere column weer te lezen. Zo af en toe een of twee columns lezen is een betere dosis, maar dan nog vind ik dit niet de leukste of beste columns die ik van Midas Dekkers ken.