Stel: je kunt niet gediscrimineerd worden en je hoeft je nooit ergens aan te passen, omdat iedereen zich altijd aanpast aan jou. Stel dat je vervolgens ook nog de meest prestigieuze opleiding van het land hebt, zodat je ook daarop niet gepakt kunt worden. Dan kun je dus niet weten hoe kwetsbaarheid voelt. Maar omdat je alles mee hebt en niks tegen, is de kans wel maximaal dat je het ver brengt in de samenleving.
Joris Luyendijk behoort tot deze groep van ondiscrimineerbare en sociaal onkwetsbare Nederlanders: een witte autochtone heteroman uit een ‘goed nest’ met aan de muur diploma’s van het Gemeentelijk Gymnasium te Hilversum en de Universiteit van Amsterdam.
In De zeven vinkjes probeert Luyendijk te begrijpen wat zijn uitgangspositie heeft gedaan met zijn zelf-, mens- en maatschappijbeeld. En wat doet het met een land, wanneer mannen zoals hij er de dienst uitmaken? Want op ontzettend veel plekken helemaal bovenin de politiek, de serieuze media, het openbaar bestuur en het bedrijfsleven wordt de baas gespeeld door een man zoals Joris Luyendijk.
✔ Minstens één hoogopgeleide en/of welgestelde ouder ✔ Minstens één in Nederland geboren ouder ✔ Man ✔ Hetero ✔ Wit ✔ Gymnasium of vwo ✔ Universiteit
Ik werd in 1971 geboren in Amsterdam, maar groeide vanaf mijn vijfde op in Hilversum, een dorp onder de rook van de hoofdstad. In 1990 kreeg ik de kans om een jaar in Amerika te gaan studeren en ik dacht met mijn Hollandse kop: als ik nou een universiteit kies in het midden van het land, zit ik lekker centraal. Zo kwam ik terecht in Kansas, en ik denk niet dat ik ooit nog zo geïsoleerd zal wonen. Mensen daar zijn al trots als ze op de kaart kunnen aanwijzen dat Europa boven Afrika ligt. Na een heerlijk jaar tussen optimistische mensen ging ik in Amsterdam studeren, wat uitmondde in een zwerftocht van politicologie, via geschiedenis, naar Arabische en religieuze antropologie. In 1995 deed ik een jaar onderzoek onder Egyptische leeftijdsgenoten, en dat leverde in 1998 naast een doctoraal ook een boek op, Een goede man slaat soms zijn vrouw.
Dat boek was weer reden voor de Volkskrant en het Radio 1 Journaal om me als correspondent Arabische Wereld te vragen. Ik bleef in het Midden-Oosten tot april 2003, waarvan de laatste drie jaar voor NRC Handelsblad en de NOS. Over deze meeslepende en verwarrende tijd gaat mijn derde boek, Het zijn net mensen. In 2001 heb ik ook nog Een tipje van de sluier geschreven, over de islam, maar dat is gedateerd en dus niet langer leverbaar. Vanaf 2003 tot 2011 woonde ik weer in Nederland. Ik deed een paar series interviews voor de televisie en bedacht samen met de Litouwse bioloog Raoul H. het programma Heerlijk eerlijk Heertje.
Toen stortte ik mij een tijdje op duurzaamheid en de elektrische auto, met als hoogtepunt de instelling van de Elektrische scriptieprijs 2010 en 2011. In september 2010 werd ik gevraagd om een maand mee te lopen op het Binnenhof in Den Haag. Dat leverde Je hebt het niet van mij, maar… op, waar sommige collega’s nogal boos over werden. Dat was wel grappig om te zien. Kort na verschijning vroeg The Guardian mij om voor ze te komen werken in Londen, en dat is dus wat ik tegenwoordig doe. Ik heb daar een blog waarvoor ik vanuit antropologisch perspectief de financiële wereld beschrijf. Het is erg leuk om te doen, en flink wennen om in het Engels te schrijven. Londen is een geweldige stad, het New York van Europa, en ik hoop er nog wel even te blijven.
Ja, het is zuur dat een man-met-zeven-vinkjes een boek kan schrijven over zaken waar heel veel anderen-met-minder-vinkjes al veel meer en veel beter over geschreven hebben. Het is zuur dat zijn stem wel gehoord wordt waar andere stemmen weinig tot geen gehoor kregen. Het is ook zuur dat een man-met-zeven-vinkjes alle ruimte krijgt in de media om te vertellen over zichzelf en over anderen-met-minder-vinkjes.
En toch ben ik blij dat dit boek door hem geschreven is. Dan maar aandacht voor het onderwerp vanuit het perspectief en (zelf)onderzoek van een man met alle privileges. Als dit ervoor nodig is om het onderwerp op de agenda te zetten, om het gesprek met elkaar aan te gaan en hopelijk ook nog verandering in gang te zetten, dan ben ik blij dat dit boek geschreven is.
‘De zeven vinkjes’ van Joris Luyendijk steunt zeer sterk op eerder werk van mensen zoals Angela Davis, Audre Lorde, Nancy Fraser, Kimberlé Crenshaw en Patricia Hill Collins. En hoewel Luyendijk zijn plaats duidelijk erkent, vernoemt hij deze vrouwen niet één keer in zijn boek. Dat vind ik een enorm gemiste kans. (Ik was wel opgelucht dat hij tenminste na 150 pagina’s Gloria Wekker toch vernoemde.)
Luyendijk besefte pas laat in zijn leven dat hij het zo goed heeft vanwege zijn privilege als witte ‘hoogopgeleide’ man. Dat is geen verrassing als je besef hebt van intersectionaliteit en al langer met een kritische blik kijkt naar onze maatschappij. Nu wil hij deze ideeën verder verspreiden en ervoor zorgen dat meer witte ‘hoogopgeleide’ mannen hun (al dan niet verdiende) plek in de maatschappij op een kritische manier leren erkennen. Een nobel plan.
Er zitten veel interessante ideeën in dit boek. Luyendijk bespreekt zo onder andere klassenmigratie, de impact van het ‘nest’ waarin je opgroeit en het concept van ‘cultural fit’. Wat hij zegt is zeker waar, maar niet per se nieuw (voor mij).
Hij gaat niet heel diep of theoretisch in op concepten als intersectionaliteit en privilege maar focust zich op zijn eigen ervaring en voorbeelden van mensen in zijn omgeving en bekende Nederlanders wat het boek best toegankelijk maakt. Het leest vlot. Ik hoop dan ook dat dit boek de thematiek van intersectionaliteit en privilege naar het publiek brengt dat eerder geen interesse toonde. Het Arjen Lubach-effect, weet je wel.
Ik weet alvast dat ik de term ‘7-vinkjes’ nog vaak zal horen. En ook al heb ik mijn bedenkingen bij het concept (dat ability en lichaamsbouw niet vermeld worden en dat de vinkjes eerder kunnen overkomen als checklist dan kruispunten is zeker een gebrek), toch zie ik dit boek ook als een kans. Dit boek heeft al veel discussie teweeg gebracht. Ik hoop gewoon dat mensen die dit lezen ook hun weg vinden tot de eerder vermelde vrouwelijke en voornamelijk zwarte feministische denkers en schrijvers.
Wat wordt ons hier een spiegel voorgehouden! Helaas herken ik er veel van en niet alleen van de 'zeven vinkjes' wat ik het 'old boys' network' noem, maar ook andere groepen kunnen zich schuldig maken aan nepotisme en elkaar de hand boven het hoofd houden. Ik heb er in mijn werkzame leven vaak genoeg mee te maken gehad. Ik maak uit het boek op dat er wel veranderingen gaande zijn en die meen ik zelf ook op te merken. Het zijn hele kleine stapjes, dat wel.
What a mirror is held up to us here! Unfortunately I recognize a lot and not only from the 'seven ticks' what I call the 'old boys' network', but other groups can also be guilty of nepotism and protection. I've had to deal with it often enough in my working life. I gather from the book that there are changes going on and I think I notice them myself. Very small steps, though.
In 2021 heb ik een lezing van Joris Luyendijk over dit boek en onderwerp bijgewoond, en dat maakte veel indruk. De scepsis die ik bij aanvang had (een witte man komt hier vertellen over diversiteit) verdween snel toen bleek dat Luyendijk een groot vermogen tot zelfreflectie heeft.
Het boek leest vlot. Af en toe humor (of is dat omdat ik situaties herken en begrijp?) en af en toe passages die echt raken. Het stuk over klassenmigratie staat hier bij mij bovenaan.
Helaas ook een enorme misser over Bruno Bruins op p. 122: een zwak voorbeeld dat niet nodig was om het rake punt te maken.
Al met al is dit boek wat mij betreft een echte aanrader. En lees ook vooral de verantwoording achteraf!
Het is waar dat mannen zoals Joris Luyendijk nooit gediscrimineerd kunnen worden (tenminste, dat vindt Joris zelf) maar ook mannen die - net als Joris - wel alle 7 vinkjes hebben, hoeven niet per definitie dan automatisch succesvol te zijn.
Het is waar dat mensen met de 7 vinkjes (ter info: ik zelf haal er 6 van de 7) in het verleden voorgetrokken werden (witte mannen, geen vrouwen en homo's en lesbiennes) maar dat is heden ten dage toch wel veranderd?
In elk geval, interessant om te lezen - niet zozeer hoe Joris voorgetrokken is (je kan je afvragen of dat echt zo is geweest) maar meer hoe mensen die niet die 7 vinkjes haalden, met name mensen waarvan beide ouders niet in Nederland geboren zijn, extra moeite moeten doen om een hoge positie te krijgen. Wat dat betreft is het diversiteit beleid in Nederland nog steeds hard nodig.
“Wie tegenwind heeft trapt harder, maar wie wind mee heeft denkt dat hij harder trapt”
Ik irriteerde mij op het begin aan zijn verhaal en vooral ook aan het feit dat dit boek zo populair was terwijl er al veel geschreven is over zeven vinkers door mensen die geen zeven vinkers zijn. Verder in het boek ging dat gevoel eigenlijk weg en vond ik het echt mega interessant om al die informatie te lezen en de anekdotes. Interessant boek, raad hem opzich wel aan
Best aardig boek waarin Luyendijk door middel van zelfreflectie op zijn 'wij-groep', en het feit dat niet iedereen binnen die groep deze groep als zodanig herkent, probeert een hand in eigen boezem te steken.
Is iets van wat hij in het boek zegt nieuw? Nee. Het wordt al (heel) lang door velen naar voren gebracht. Kan het boek toch bijdragen bij de bewustwording? Ja. Zoals hij aangeeft, kan ook hier de treurige conclusie zijn dat er beter wordt geluisterd naar een witte man. Claimt hij daarmee als witte man niet weer ten onrechte het debat, zoals sommige critici naar voren brengen? Misschien. Maar wat nodig is, is nodig. Zelfreflectie is daar een voorwaarde voor. Ook merkt hij terecht op: "Alsof ongelijke behandeling alleen gaat over degenen die ongelijk worden behandeld, en niet over degenen die ongelijk behandelen."
De onwetenschappelijke benadering van het boek is soms wat storend. De zeven vinkjes beschrijven kenmerken die hij zelf bij elkaar heeft gezocht. Het halen van gymnasium/vwo en universiteit zijn twee vinkjes, maar omdat het eerste een voorwaarde is voor het tweede lijkt hier sprake van een soort dubbeltelling. Andere kenmerken die bepalen of je wel of niet makkelijk kan doorstromen naar een positie van status, zijn in het boek soms wel zijdeling benoemd, maar zijn niet als vinkje opgenomen: je achternaam, je accent, je religie, je fysieke beperkingen, om maar wat te noemen. Waar de grens ligt tussen de eigenschappen die wel en niet tot een vinkje hebben geleid, lijkt daarmee arbitrair. Dit doet overigens niet af aan de algemene conclusie, dat je verzameling kenmerken je bepaalde privileges geeft. Intersectionele theorieën van diversiteit, heel wat ouder dan Luyendijks boek, beschrijven dit omvattender. Hij verzuimt hieraan te refereren.
De opsomming van namen (welke prominenten hebben allemaal zeven vinkjes) dient ongetwijfeld als illustratie, maar vind ik wat zwak. Ongetwijfeld is het mogelijk een lijst van gelijke omvang te publiceren van prominenten die maar weinig vinkjes hebben. Het heeft geen statistische waarde. Bovendien gaat Luyendijk in voorkomende gevallen over op een uitleg waarom iemand weliswaar geen zeven vinkjes heeft, maar het toch als zodanig zou kunnen gelden. En hier zit hem een beetje de crux: ook de zeven vinkjes beperken ons beeld van diversiteit, omdat het veel breder is dan dat. Luyendijk beseft dat, in elk geval in theorie, en roept op tot een brede benadering van diversiteit.
Ondanks de wat rammelende theoretische onderbouwing is de boodschap van het boek helder: wij mensen op gepriviligeerde posities hebben onze status niet te danken aan ons eigen harde werk, maar aan de voordelen die het leven ons toevalligerwijze bood. Dat we dat desalniettemin denken dat we alles aan onszelf te danken hebben, komt niet per se voort uit een slechte intentie, maar ook uit het feit dat 'mannen zoals ik een jeugd lang worden aangespoord en getraind zich te laten gelden en ruimte in te nemen, zo nodig ten koste van anderen'.
Hiermee wordt ook meteen duidelijk dat de oplossing van zulke ongelijke kansen niet in het individuele ligt, maar er een maatschappelijke omslag nodig is in denken en handelen. Dit begint bij inzicht en erkenning, en dit boek kan daar, ondanks de tekortkomingen, aan bijdragen.
Voor het lezen van was ik erg sceptisch over 'De zeven vinkjes'. Het onderwerp - maatschappelijke privileges in Nederland - spreekt me zeer aan, maar de persoonlijkheid van de auteur leek me nogal problematisch: in Volkskrant Magazine wilde Joris Luyendijk wel geïnterviewd worden, maar niet met zijn gezicht op de cover, omdat hij anders te veel herkend zou worden... Hoeveel mensen in Nederland hebben dit 'probleem'? In hetzelfde interview zei de auteur, die volgens Villamedia ongeveer een miljoen euro aan vermogen in zijn bv genaamd Dure woorden heeft zitten, dat hij de opbrengst van deze nieuwe bestseller uiteraard niet aan een goed doel kan schenken, omdat hij 'geen coronasteun' heeft ontvangen. Welke schrijver of journalist heeft wél coronasteun ontvangen? Later schoof Luyendijk aan bij Buitenhof, waar hij naar eigen zeggen te hard werd aangepakt terwijl hij zelf bij de VPRO had gewerkt. Eist hij hier een achtste vinkje op: als VPRO'er heb je recht op de fluwelen handschoen? Ook intrigerend is dat Luyendijk in dezelfde uitzending tegen Twan Huys riep dat hij geen geschikte presentator is, omdat hij te veel vinkjes heeft. 'Want jij kan niet voelen hoe het is!' (Zie het fragmentje in de bovenstaande link.) Wat mijn mening is over dat laatste, daar kom ik straks op terug.
Nu het boek zelf. Dat vind ik behoorlijk overtuigend, met een paar kanttekeningen. De centrale boodschap is dat een select clubje van mensen met zeven eigenschappen zwaar oververtegenwoordigd is in de Nederlandse elite en dat allerlei mechanismes dat in stand houden. Ter volledigheid de checklist: (1) minstens één hoogopgeleide ouder, (2) minstens één in Nederland geboren ouder, (3) man, (4) hetero, (5) wit, (6) 'gymnasium of vwo' en (7) universiteit. Geen nieuws, natuurlijk. Maar voor mij leverde Luyendijks berekening, namelijk dat slechts drie procent van de bevolking alle zeven vinkjes heeft, wel degelijk een schok op. Ik behoor zelf ook tot deze groep, en vanuit mijn comfortabele positie heb ik nooit gerealiseerd dat dit clubje zó klein is. Net als Luyendijk heb ik altijd gedacht dat het met mijn elitaire gehalte wel meevalt, bijvoorbeeld omdat ik altijd klasgenoten had die in een (nog) groter huis opgroeiden, en ik me afzette tegen fenomenen die ik als elitair zag, zoals hockey of het studentencorps.
Luyendijk onderbouwt zijn punt zo sterk, dat de lezer er niet omheen kan. Hij zet namen van leiders uit politiek, media en bedrijfsleven onder elkaar en steeds blijkt: hoe hoger je komt, hoe meer 'zeven-vinkers' je tegenkomt. Hij constateert terecht dat het klassebewustzijn in Nederland heel mager is, omdat de mythe dat iedereen hier gelijke kansen heeft zo hardnekkig voortleeft. En hij stelt vast dat de woorden om dit te bespreken grotendeels ontbreken: een 'zeven-vinker' kenmerkt zich door bij geen enkele minderheidsgroep te behoren, maar vormt daarmee cijfermatig gezien juist de ultieme minderheid. Een minderheid waar eigenlijk geen naam voor is.
Dat het juist zo'n elitaire Luyendijk is die het probleem op de agenda zet, daar voelt Luyendijk kennelijk zelf ook ongemak bij, maar zoals hij beschrijft is het noodzakelijk. Hij noemt dit het Arjen Lubach-effect: pas als iemand uit het selecte groepje ergens over begint, gaat het groepje het zelf een keer snappen. Dat is op zich daaraan toe. Maar wat ik zelf ongemakkelijk vind, is dat Luyendijk doet alsof hij de eerste is die over maatschappelijke privileges is gaan nadenken. Kennelijk heeft hij jarenlang heel handig om de stapel boeken over dit fenomeen heen gelezen. In zijn eigen boek noemt hij alleen Gloria Wekker even. De vele andere schrijvers over klasse en privilege van buiten ons taalgebied laat hij volledig onbesproken.
Verder heb ik het hele boek lang gewacht op andere vinkjes dan de zeven die Luyendijk zelf heeft gekozen: hoeveel bestuursvoorzitters hebben een lichamelijke beperking, groeien niet op met twee ouders, of komen uit een geografische uithoek van Nederland? Wellicht horen deze vinkjes niet in de top-zeven, maar enige relativering van Luyendijks in steen gebeitelde lijst zou op z'n plaats zijn. Met drie van de zeven vinkjes is bovendien iets raars aan de hand. Luyendijk heeft het steeds over 'lhbti', maar lijkt in de praktijk alleen homoseksualiteit te bedoelen en blijft een fenomeen als trans afwezig. Een ander vinkje heet 'vwo of gymnasium', terwijl gymnasium samen met athenaeum onderdeel van het vwo is. Je moet wel een erg dichtgetikte gymnasiast zijn om dat niet te weten. En bij vinkje 1 gaat het in het boek steeds over de opleiding van de ouders, maar in de verantwoording achteraf blijkt het ook te kunnen gaan over een 'hogeremiddenklassestatus' en op de achterflap gaat het over 'welgesteldheid'. Als je dan met exacte getallen gaat strooien (zoals de beruchte drie procent), dan is zo'n methodologische onduidelijkheid niet wat je wilt hebben.
De grote vraag is wat we met deze kennis moeten. Zo sterk als in Buitenhof ('weg met ons' roepen tegen Twan Huys) spreekt Luyendijk zich in 'De zeven vinkjes' niet uit. In het slot schrijft hij wel dat een blind diversiteitsbeleid op basis van getelde vinkjes geen ideale wereld oplevert. Er zijn genoeg mensen die op papier wel ruim in de vinkjes zitten, maar in de praktijk allesbehalve niet in een zetel richting de top worden gedragen. Als 'zeven-vinker' kijk ik uiteraard niet waardevrij naar deze kwestie, maar ik denk dat elitaire mensen wel degelijk klassebewust kunnen worden. En ze/we moeten er ook naar gaan handelen. Dat betekent kort samengevat dat hoogopgeleide, witte heteromannen uit een kansrijke omgeving niet alleen moeten snappen dat ze tot de groep behoren die de minste tegenwind krijgt, maar dat ze ook meer stages en banen moeten toespelen aan ‘anderen’. Ook omdat iemand die tegenwind overwint harder heeft getrapt dan een fietser die al vanaf het begin van zijn leven op kop ligt. Betekent dit dat alle zeven-vinkers weg moeten? Niet per se, lijkt me, want als Joris Luyendijk het kan begrijpen, dan kunnen andere zeven-vinkers dat in principe ook. Ze hebben alleen een flinke schop onder de kont nodig.
In het kort: ik ben blij dat een veelgelezen schrijver zoals Luyendijk het onderwerp van privilege en klasse op de kaart zet in Nederland. Laat hij een wegbereider zijn voor een stroom betere boeken over dit onderwerp.
Een van die boeken waarvan je de inhoud al grotendeels kent voordat je het gelezen hebt. Luyendijk beschrijft zeven kenmerken die mensen als hemzelf een grote voorsprong geven op de maatschappelijke ladder: wit, man, hetero, minstens één in Nederland geboren ouder, opgegroeid in de hoge middenklasse en/of met theoretisch opgeleide ouders, vwo gedaan, universitair diploma gehaald. Mis je een van die vinkjes, dan sta je automatisch met 1-0 achter.
Toen De zeven vinkjes een paar jaar geleden uitkwam, deed het veel stof opwaaien in de media. Er waren grofweg drie kampen. Je had de mensen die het goed vonden dat eindelijk eens gezegd werd hoe groot je voorsprong is als je de juiste vinkjes hebt. Je had de mensen die dat allemaal maar elitair gezeur vonden, grofweg de groep die waarschijnlijk ook vindt dat zwarte piet niet racistisch is. En dan had je nog de mensen die erop wezen dat de boodschap van Luyendijk weliswaar klopt, maar dat dit allemaal al veel eerder is opgeschreven door mensen zonder de privileges van Luyendijk. Maar die werden niet gehoord - precies omdat ze die privileges misten.
Dat laatste erkent Luyendijk overigens ook in zijn boek. Hij zegt met zoveel woorden: ‘dit is allemaal al eerder gezegd, maar mensen zoals ik luisteren alleen als ze het van mensen met dezelfde privileges horen - anders doen ze het af als gezeur. En daarom moest ik dit nu wel opschrijven.’
Wat mij betreft is dat een geslaagde exercitie geworden. Luyendijk heeft goed door waar de pijn zit van de diverse ‘achterstanden’ die je kunt hebben. Ik herken persoonlijk het grote effect van opgroeien in een context met alleen praktisch geschoolde opvoeders, die je niet wegwijs kunnen maken in de mores van universitair geschoold Nederland. Dit kan het gevoel geven dat je altijd met 1-0 blijft achterstaan tegenover mensen die in hun opvoeding al hebben meegekregen ‘hoe het heurt’.
Tegelijkertijd is dat grote effect van de sociale klasse en cultuur waarin je opgroeit, een van de aspecten van het boek die het minste aandacht hebben gekregen in de media. Klassenverschillen zijn geen sexy onderwerp. De term draagt een soort socialistische spruitjeslucht met zich mee. Maar het effect is onmiskenbaar. Zoals Luyendijk terecht opmerkt, is de uitgangspositie van een vrouw met zes vinkjes tegenwoordig een stuk gunstiger dan die van een man met zes vinkjes uit een arbeidersmilieu.
In dat licht is het wrang dat juist de populistische stromingen die zeggen op te komen voor het minder bevoorrechte deel van het electoraat, geen vinger uitsteken om iets aan die kansenongelijkheid te doen. Want aandacht vragen voor fundamentele ongelijkheid, dat is natuurlijk te woke … Ik gun het daarom elke Nederlander om dit boek te lezen en de strekking goed tot zich door te laten dringen. Het zou zomaar tot een politieke aardverschuiving kunnen leiden bij de volgende verkiezingen.
Alle harde kritiek begrijp ik niet. Nee dit zijn geen nieuwe ideeën, nee de zeven vinkjes zijn niet volledig en ja Luyendijk zal zich baseren op bestaande boeken. Maar Luyendijk boort wel een nieuw publiek aan. Mensen die om welke reden dan ook niet zo snel Gloria Wekker op zouden pakken, maar wel Luyendijk (waaronder ikzelf). De ideeën worden zo dus wel verspreid onder een publiek waarvoor het relevant is. Dat zie ik als een positief iets.
Goed geschreven met de nodige humor. Een mooi en interessant thema. Blij dat ik dit gelezen heb.
Dat gezegd hebbende: het is vrij langdradig. Wat er daadwerkelijk verteld wordt, en dat is wel hele belangrijke en interessante informatie, desalniettemin: het had ook in een essay gekund. Er worden heel veel voorbeelden gegeven en er wordt veel herhaald. Dat maakte het wat traag en saai richting het einde van het boek. Was het de helft korter, had ik het met meer plezier gelezen denk ik.
ik heb maar geen sterren gegeven, want een ster geven vind ik een beetje zielig en ook wel heel dramatisch. maar wat een verschrikkelijk egocentrisch boek. de enige kans op iets van een soort redemption arc is dat hij in de verantwoording zich bewust lijkt te zijn dat er genoeg wetenschappelijke literatuur over dit onderwerp bestaat maar dat hij daar bewust om heen heeft geschreven. het feit dat dit is uitgegeven bevestigd dan wel weer heel goed zijn eigen theorie, want dit boek voegt niks nieuws toe aan de literatuur op dit gebied
Na alle ophef durfde ik bijna niet aan het boek te beginnen, maar: het viel me alles mee eigenlijk. Ik denk dat veel van de kritiek begrijpelijk en vooral terecht is, maar ook dat Luyendijk in zijn verantwoording al laat blijken dat hij hier niet gedachteloos aan voorbij is gegaan. Hij geeft toe dat hij niets nieuws vertelt, alles al door anderen (vooral: mensen zonder 'alle 7 vinkjes') eerder aangekaart is en het allesbehalve volledig is. Ik kan zijn eerlijkheid daarin ook waarderen, en ik ben het met hem eens dat als dit boek, geschreven door een 7-vinker, misschien dan wel de mensen (vaak andere 7-vinkers) bereikt die eerder niet naar de problemen van ongelijkheid luisterden, juist omdat het geschreven is door iemand die wel exact op hen lijkt, lijkt me dat alsnog winst. Al vind ik ook dat er best wat meer eer gedaan had mogen worden aan en meer getoond had mogen worden van alle theorieën en mensen die hiervoor al over dit onderwerp hebben geschreven. Nu wordt eigenlijk alleen Gloria Wekker en haar 'Witte onschuld' goed benoemd (gelukkig zij nog wel!!), terwijl er natuurlijk nog vele anderen zijn geweest.
Ook mis ik volledig het punt 'validisme', terwijl dat natuurlijk ook een groot probleem is op het vlak dat Luyendijk beschrijft. Nergens wordt ook maar een woord gezegd over bijvoorbeeld neurodiversiteit of lichamelijke beperkingen, terwijl deze volgens mij ook essentieel zijn in deze context van vinkjes en (kansen)gelijkheid. Dat is al met al misschien nog wel mijn grootste kritiekpunt waar het in het boek echt aan ontbreekt, los van de kritiek of hij de persoon is om al deze informatie nogmaals tot een boek te komen vertellen aan de wereld. En dat zorgt ervoor dat dit hele boek echt een groot belangrijk punt mist. 2.5* ?
Ik heb een beetje een dubbel gevoel over gehouden aan dit boek, daarom 3 sterren. Aan de ene kant vind ik het verhelderend hoe Joris via zelfreflectie dit onderwerp aan de man (of vrouw 😉) brengt. Maar tegelijkertijd past hij hier zelf het 'Lubach-effect' toe. Doordat de 7-vinker Joris Luyendijk het schrijft, wordt het wel 'gehoord'. Daarnaast mis ik diepgang in het boek. Het sukkelt wat aan de oppervlakte en had wat dieper in mogen gaan op bepaalde aspecten.
De inhoud van dit boek is voor de meeste vrouwen, migranten, enz. vrij voor de hand liggend. Voor de auteur was het een vrij recente ontdekking en voor mannen die veel van de “zeven vinkjes” aftikken, zal het ook (op z’n minst deels) nieuws zijn.
Waar gaat dit boek dan over? Wat zijn de zeven vinkjes? Mannen (1), die wit (2), autochtoon (3), hoogopgeleid (4) en hetero (5) zijn en uit een welgesteld gezin (6), met hoogopgeleide ouders (7) komen, hebben doorgaans de wind mee. Je komt dan automatisch veel minder obstakels tegen in het maken van carrière en het vergaren van cultureel, sociaal en financieel kapitaal.
Het voelt ergens dubbel dat dit boek door een man is geschreven die alle vinkjes kan aftikken, maar toch is het ook fijn dat dit boek zo bestaat. Via Joris komt deze informatie makkelijker binnen bij witte, welgestelde mannen dan wanneer het bijvoorbeeld door een vrouw of iemand met een Marokkaanse achternaam geschreven zou zijn. Hopelijk maakt het boek mensen wat bewuster van de oneerlijke verschillen en beweegt het hen tot actie om de ongelijkheid wat recht te trekken of op zijn minst te erkennen.
Als blanke, hoogopgeleide met een Nederlandse naam en achtergrond heb ik zoals Joris ook deels de wind in de rug gehad, maar als vrouw, chronisch zieke met laagopgeleide ouders zonder geld, heb ik ook veel obstakels (gehad) die anderen bespaard zijn gebleven. Meestal zit ik er niet mee, want van hard knokken leer je veel en word je weerbaarder. Maar waar het vooral wringt is dat veel “7-vinkjes mannen” niet zien dat ze voordelen genieten en daardoor denken dat ze het beter doen dan anderen. Die ander moet dan ook maar even zijn best doen. Terwijl de 7-vinkjes man het als het ware op een elektrische fiets met wind mee opneemt tegen iemand op een te kleine stationsfiets met een missende trapper en wind tegen. En die blinde vlek voor kansenongelijkheid houdt het probleem in stand. De gevolgen voor mensenlevens kunnen variëren van vervelend tot desastreus.
Luyendijk is in zowel het globale als de genuanceerde voorbeelden kraakhelder. Het boek leest (of in mijn geval luistert) lekker weg.
Verplicht leesvoer voor iedereen, maar vooral voor mannen die meerdere vinkjes aftikken.
Ondanks dat het niet een bijster origineel onderwerp is, schrijft hij echt heel goed: kudos. Hij heeft veel onderzoek gedaan naar de achtergrond van de mensen over wie hij het heeft: super. Nog iets meer verwijzingen naar ‘intersectionele denkers’ had gemogen.
Op Twitter wordt er veel over gesproken. Ik lees: Omdat Luyendijk dit schrijft, een witte man met ‘zeven vinkjes’, gaat er wel geluisterd worden.
Ik hoop het van harte, want het thema is o zo belangrijk: wanneer beginnen dominante groepen in de samenleving leren ‘ruimte te laten’ in plaats van dat groepen met minder ‘vinkjes’ gezegd wordt ‘ruimte te nemen’?
In een dag uitgelezen nadat ik bij een lezing van de schrijver was. Het boek is vanuit de ik-vorm geschreven, waardoor ik de verteller tegelijkertijd onuitstaanbaar vond als hij weer begon te vertellen over hoe erg hij de wind mee had gehad, als ook sympathiek omdat ik me realiseerde dat dit precies het punt was. Het boek is heel toegankelijk geschreven en dat maakt het makkelijk te lezen, maar daardoor heb ik ook het gevoel dat we tweehonderd pagina’s aan voorbeelden hebben besteed over hetzelfde punt wat ik al had begrepen na de lezing van een uur. Maar goed, geen spijt dat ik het heb gelezen en leuk concept!
Ik heb weer een twijfelgeval te pakken, want NATUURLIJK zijn er betere boeken en artikelen geschreven over privilege en macht, en NATUURLIJK is het ergens belachelijk dat een meneer met 7 vinkjes aan de wereld vertelt hoe erg het is dat mannen met 7 vinkjes zoveel plek innemen. Een beetje zoals dat Sander graaf Schimmelpenninck televisie maakt over armoede in Nederland, zoals ook John Oliver en Arjen Lubach programma's maken over allerlei gestoorde misstanden en mensen dan WEL luisteren.
Betekent dat dat al die mannen die aandacht dan maar niet zouden moeten genereren voor de onderwerpen die ze bespreken? Ik vind dat niet - maar ik vind het wel een lastige vraag.
Dit boekje was een simpele, vlot geschreven en overtuigende introductie in het concept van privilege. Wel het lezen waard voor beginners, vooral omdat het vrij kort is (ik had het in 2 dagen uit). Bepaald geen alomvattende thesis van alle ideeën die slimme mensen al over dit onderwerp hebben gehad. Ik begreep van andere lezers dat de bronvermelding wel iets uitgebreider had gemogen, omdat ik zelf (nog) niet genoeg gelezen heb over het onderwerp kan ik daar niet over meepraten.
Niet voor mensen die al veel over het onderwerp gelezen hebben, want daarvoor is het niveau echt te laag. Wel voor mensen die denken te weten hoe de wereld in elkaar zit, ongeacht of ze progressief/conservatief zijn.
Ik heb lang getwijfeld om dit boek te lezen. Een witte man die marginalisering, discriminatie en uitsluiting mansplained en hier een bestseller uit krijgt terwijl mensen van kleur dit al jaren van de daken schreeuwen, vond ik hypocriet. Ik had daarom niet verwacht dat ik veel uit dit boek zou halen. Maar ik was positief verrast toen ik mij realiseerde dat ik een unieke kans kreeg in het hoofd van de witte hetero man en zijn denkwijze. Dit perspectief leerde mij begrijpen hoe “zeven vinkjes” zichzelf ontwikkelen, op bepaalde posities komen en hoe zij bijdragen aan uitsluiting. Door deze kennis weet ik beter om te gaan met “zeven vinkjes”, en hen vooral de spiegel voor te leggen in de taal die zij begrijpen (door het perspectief van een witte man, dat onthouden ze beter). Hoe erg ik het ook vind dat Luijendijk in zijn boek veel theorieën heeft gemist en het oneerlijk vind dat zijn stem zo veel meer is gehoord dan iemand uit een gemarginaliseerde groep, ben ik tegelijkertijd ook blij met het maatschappelijk effect dat hij heeft doen opwaaien. Hij heeft niet alleen een heldere uitleg en inzicht gegeven in uitsluitingsprocessen, maar in een nog belangrijker aspect voor alle ‘zeven vinkjes’; namelijk zelfreflectie.
Er is natuurlijk al het nodige gezegd en geschreven over dit boek. En ja, als je wilt is er voldoende ruimte om kritisch te zijn over naïviteit, toe-eigening, navelstaren of ontbreken van oplossingen. Die ruimte wordt gecreëerd door de vertelvorm: “Ik begin op het punt waar ik iets nog niet weet, snap of besef, en beschrijf mijn ontdekkingen. Zo leert en leeft de lezer als het ware met mij mee.” Aan het eind van het boek komt hij hierop terug met de analyse dat dit een vorm is die past bij 7-vinkjes. Meegaand in zijn opzet, en niet een ander soort boek zoekend, vond ik het een overtuigend verhaal dat mijn kijk op diversiteit en inclusiviteit aangescherpt heeft. Met name dat veel ervaringen volgens de huidige normen ten onrechte niet als onderdeel van een kwaliteit worden gezien, maar als hobbels die onzichtbaar gemaakt moeten worden.
Als je het wil lezen als een diepgravende analyse van intersectionaliteit, krijg je niet wat je verwacht. Daarmee is het vooral een boek voor andere 7-vinkjes (zoals ikzelf)
Non-fictie, bepaald geen zelfhulpboek. Toch tranen al lezende. Hier ga ik nog lang over nadenken. Wat ontzettend gaaf dat Joris Luyendijk zijn eigen monster zo in de bek durft te kijken. Een oproep wat mij betreft voor solidariteit (van iedereen op deze aardbol áan iedereen op deze aardbol) en voor zelfreflectie, bescheidenheid en een stap opzij (voor alle 7-vinkjes-mensen). En ik blijf in de war achter: dankbaar voor alle privileges die ik heb, verdrietig om de keren dat ik op de reservebank zat en geen kansen kreeg, omdat ik ook een aantal vinkjes mis. Ik snap mijn sluimerend ongenoegen nu beter. Dank voor dit open boek!
Er is al genoeg gezegd en geschreven over dit boek, dus ik moest het ook maar eens voor mezelf ervaren. En ja, wat vind ik hier nou van - het schuurt dat een thema waarover al decennialang geschreven wordt door o.a. vrouwen en mensen van kleur, uitgelegd moet worden door een witte man. Maar zoals Luyendijk zelf ook terecht zegt, zullen zijn woorden waarschijnlijk eerder en makkelijker aankomen bij een 'zeven-vinkjes'-publiek. Desalniettemin was wat meer bronverwijzing - naast de disclaimer 'deze ideeën zijn niet nieuw' in de Verantwoording achteraf - het boek ten goede gekomen, zeker met het oog op mijn punt hiervoor.
"'Je zult begrijpen,' zegt ze, 'dat jouw verhaal van zonet voor mij niet heel veel nieuwe elementen bevatte.' Bij haar collega's zou het ook bekend moeten zijn, ging ze verder. 'Ik heb er vaak genoeg over verteld, sinds ik hier kwam werken als eerste vrouw van kleur. [...] Nu weet ik dat dit het ene oor in is gegaan en het andere oor weer uit. Want mijn collega's horen het van jou en ineens van het kwartje. Weet je wat ze doen? Ze staan nu mij te vertellen hoe uitsluiting werkt!'" Pagina 103-104
Een boek over onze maatschappij waar mannen met zeven vinkjes veelal de dienst uitmaken aan de kaak wordt gesteld. Aanvankelijk moest ik wennen aan de manier van schrijven van dit boek. Ik had verwacht dat dit boek wat meer feiten zou benoemen en niet zou worden geschreven vanuit een verhalende vorm vanuit het perspectief van Luyendijk zelf. Uiteindelijk vind ik dat op deze manier wel de essentie uit het boek overkomt en mij na doet denken over de maatschappij en gelijkheid tussen man en vrouw.
tja. goed geschreven. niets nieuws geleerd (geen verrassing daar). ik denk/hoop dat het werkt voor het publiek dat hij wil aanspreken, en begrijp ook wel dat hij, om hen aan te spreken, ervoor gekozen heeft geen termen als intersectionaliteit te gebruiken. alleen achterin het boek had hij best wat namen kunnen noemen van de mensen die al decennia schrijven over wat hij nu presenteert hier naast de simpele 'ik heb dit niet zelf verzonnen' - als iemand tot de verantwoording komt (en deze leest) verwacht je toch dat deze lezer ook wel zou openstaan voor een korte literatuurlijst. en iemand als bell hooks schrijft net zo toegankelijk én diepgravender over een aantal van de hier besproken onderwerpen - win win toch als je daar dan op wordt gewezen. bovendien: ik snap het hele Arjen-Lubacheffect, en dit gebruiken om het aan te kaarten etc, maar in mijn ogen kom je daar niet verder mee als je mensen dan niet de alternatieven aanreikt. gebruik je podium en hoeveel je op Arjen Lubach lijkt om je lezers te wijzen op mensen die niet van dat effect kunnen genieten. (verder citeert en sprak hij wel veel mensen 'met minder vinkjes' dus ik bedoel dit specifiek wat betreft het theoretische kader). zeven vinkjes bekt lekker en ik denk dat het goed is om, zeker in Nederlandse context, deze eigenschappen uit te lichten. het punt dat ik zelf veel gehoord heb, dat 'able-bodied' (en/of neurotypisch) er niet tussen zit en validisme dus nauwelijks naar voren komt, vind ik wel een gebrek. in het interview dat ik luisterde zei Luyendijk zelf dat 'gezondheid' een te breed of moeilijk meetbaar begrip is, maar al zou je dit beperken tot 'meetbare' (fysieke) beperkingen, dan maak je in elk geval ruimte voor ook dit vinkje, en om, in bijvoorbeeld de verantwoording, vervolgens uit te leggen wat de twijfels bij dit vinkje zijn zoals hij ook bijvoorbeeld voor 'welgestelde middenklasse' deed. als hij in elk geval fysieke beperkingen had meegenomen en dus ruimte maakte voor het introduceren van validisme, had hij dan in de verantwoording in elk geval de afwezigheid van neurodiversiteit of mentale gezondheid kunnen benoemen.
Joris van Luyendijk is soort van in aanraking gekomen met niet overal op handen gedragen te worden vanwege zijn afkomst, en gelooft het nu ook: bepaalde mensen (hier, de groep mensen met de zeven vinkjes) krijgen vaak veel meer en veel sneller dingen voor elkaar vanwege die zeven eigenschappen. Minderheden zeggen het al jaren, maar Joris heeft het nu ook meegemaakt dus het is waar; mooi moment om er een boek over te schrijven.
Nee, alle grapjes even aan de kant: het is natuurlijk jammer dat dit onderwerp door een hele grote groep mensen pas geloofd wordt als het door iemand van “de eigen groep” gezegd wordt, maar het is nou eenmaal wel zo. Dit boek is denk ik ook voornamelijk bedoeld voor die groep mensen. Het is ook logisch: je kunt je beter inleven in mensen zoals jij. Én, je gaat misschien te snel in de verdediging als je beschuldigt wordt door iemand anders dan jij. Daarnaast haalt Luyendijk dit zelf ook nog aan.
Ik voldoe zelf ook aan vijf vinkjes. Het enige wat me “in de weg zit”, is dat ik een vrouw ben (ook nog eens werkend in een mannen sector én mannen bedrijf). Op mijn werk loop ik hier dan ook met enige regelmaat tegen aan, en mijn vriend (een “zeven vinker”) begrijpt de voorbeelden ook niet altijd even goed. Dus voor hem is een boek als dit misschien wel heel goed.
Al met al: prima boek, maar wel voor een specifieke doelgroep. Begrijpelijk en vlot. Voor mij zaten er soms net wat teveel erger-puntjes in.
Het doel van de auteur lijkt een goede: zijn positie als witte heteroman gebruiken om het taboe van de privileges van de witte heteroman doorbreken. Joris Luyendijk geeft in zijn boek aan dat mensen als hij (man, hetero, wit, hoogopgeleid) niet geneigd zijn te luisteren naar anderen die er al decennialang op wijzen dat de wereld om deze mensen lijkt te draaien. Het doel van het boek is om hen met de neus op de feiten van privilege te drukken.
Maar dat is niet waar dit boek over gaat. Dit boek draait namelijk maar om één persoon: Joris Luyendijk zelf. Een groot deel van het boek, zeker de eerste tachtig bladzijden, leest als een uitgebreide opsomming van alle bijzondere prestaties die Luyendijk voor elkaar heeft gekregen. Hij had 'het lef' om als jonge man naar Caïro af te reizen; hij kreeg het voor elkaar als 26-jarige een correspondentschap aangeboden te krijgen; zijn boeken werden bestsellers; hij kreeg zelfs een plek op het kantoor van The Guardian in Londen (alleen waren ze daar nog niet in staat om zijn innovatieve vorm van journalistiek te begrijpen, helaas). Hoera voor Joris, zoals hij voortdurend zelf schrijft.
Deze opsomming duurt lang, en de hoeveelheid schouderklopjes voor de schrijver zelf maakt het nogal ongemakkelijk. Een willekeurig voorbeeld: "Nu kan ik zeggen: die uitgever vond het gewoon een steengoed boek, waarom ben ik niet gewoon een keer trots op mezelf? Dit ben ik ook wel, want een boek schrijven dat mensen willen lezen is echt niet makkelijk. (...)" Je hóeft dit soort dingen niet op te schrijven, natuurlijk.
Luyendijk slaagt er niet in om zijn opsomming van zijn eigen ervaringen met privilege relevant te maken. De insteek lijkt te zijn: ik heb al deze dingen voor elkaar gekregen doordat ik hard heb gewerkt en gewoon goed ben - en natúúrlijk spelen de privileges die ik heb daarbij ook wel een rol, maar daar kom ik nu pas achter. Dat laatste punt in dit autobiografische verhaal is alleen niet zo overtuigend wanneer de schrijver zo overtuigd van zijn eigen prestaties lijkt. En is het überhaupt voor zijn argument nodig om te vertellen hoe veel boeken hij heeft verkocht?
De omschrijving van zijn eigen privileges vat Luyendijk samen met het concept van de zeven vinkjes, die arbitrair samengesteld lijken maar als doel hebben de hoeveelheid privileges van zijn soort te beschrijven. Het concept is niet bepaald innovatief, want het is een verzameling van bekende fenomenen (white privilege, old boy network, klassendiscriminatie, sociale stratificatie, etc.). De beschrijving van het concept is ook nogal oppervlakkig, en het lijkt niet op veel onderzoek of reflectie te zijn gebaseerd.
Dit geldt voor meerdere onderdelen van het tweede deel van het boek. Het is leuk om tientallen namen van mannen met 'zeven vinkjes' op te sommen, maar zonder serieuze onderbouwing voegt dat niet veel toe. De lezer kan die namen ook best verzinnen. De rekensom die Luyendijk maakt om uit te rekenen hoe veel mensen met zeven vinkjes in Nederland rond lopen lijkt snel op de achterkant van een bierviltje te zijn gemaakt. En wat zegt hij over de achterliggende systemen die aan de privileges van de zevenvinkjes ten grondslag liggen (institutioneel racisme, kapitalisme, psychologische verklaringen, etc.)? Vrijwel niets, op een korte vermelding van het slavernijverleden na.
Zoals in andere reviews benoemd, is het nogal pijnlijk dat Joris Luyendijk zichzelf een rol aanmeet als 'de witte man die zijn medevinkjes wijst op geluiden van buiten hun bubbel', en vervolgens niet de moeite doet om die geluiden te laten horen. Alleen Gloria Wekker wordt kort genoemd. Dit had het boek wel veel meer diepgang gegeven en ook interessant kunnen maken. Door dit niet te doen blijft het de 'Joris Luyendijk-show', en een gemiste kans om zijn podium te gebruiken om de stem van anderen, die op dit soort onderwerpen hebben doorgestudeerd of ervaringsdeskundige zijn, te laten horen.
Het interessante is dat de schrijver dit zich ook leek te realiseren. Luyendijk schrijft namelijk: "Een boek waarin de lezer wéér meeleeft met de ontdekkingsreis van een man zoals ik is niet wat Nederland nu nodig heeft. Het is juist tijd voor een inhaalslag, een periode met geen of veel minder verhalen met een held met mijn lichaam."
Helaas volgt meteen het besef van Luyendijk dat dit 'bad for business' zou zijn, en vervolgt hij: "Maar stel dat uitgevers hadden gezegd: sorry Joris, de komende tien jaar even geen boeken meer over mannen zoals jij. Of als recensenten, kranteninterviewers en eindredacties van talkshows dit standpunt zouden innemen. Dat had ik slecht getrokken." Met andere woorden: het is júist de plicht van Joris om te blijven schrijven over mannen zoals hij. Gelukkig is hij daar met dit boek in geslaagd. Hoera voor Joris.
Mijn tip: Caste: The Origins of Our Discontents gaat veel dieper in op fenomenen waar Joris Luyendijk alleen oppervlakkig aan raakt. Zo benoemt Luyendijk wel het belangrijke onderscheid van wit privilege en klassendiscriminatie, maar verder dan dat vaststellen komt hij niet. Wilkerson, daarentegen, bouwt dit in haar theorie van een kastensysteem in, en onderbouwt het met daadwerkelijk uitgevoerd onderzoek. Zij (en anderen zoals zij) slaagt er daarom beter in de lezer ook daadwerkelijk iets te leren. Ik denk dat The Tyranny of Merit: What's Become of the Common Good? ook een goede aanvulling is.
Natuurlijk al oud nieuws, maar ik wilde het toch graag een keer gelezen hebben. Heel interessant hoe duidelijk wordt gemaakt hoe diep het klassensysteem nog steeds in de Nederlandse samenleving is geworteld, en hoe diversiteit nog veel verder zou moeten reiken. Met mijn zes van de zeven vinkjes word ik met m'n neus op de feiten gedrukt hoe geprivelegieerd ik eigenlijk ben. Het was daarentegen een en al herkenning om beschreven te zien wat ik in mijn onbewuste drang naar dat laatste vinkje eigenlijk ook ben: een klassenmigrant of zelfs -verrader.
Het boek bestaat echter ook uit veelal herhaling en mist goede bronvermelding. Ik snap dat Luyendijk het vanuit zijn eigen perspectief vertelt, maar het voelt toch een beetje vreemd, alsof hij dit onbewust als een 'seven tick man's burden' ziet.
Ik vond het een heel interessant en ook wel inzichtgevend boek. De hele tijd vroeg ik mij wel af: is het terecht en verantwoord dat iemand met zeven vinkjes nou wéér het podium neemt? Is this your fight?? Maar dit erkent Luyendijk zelf ook in zijn boek en blijkbaar moeten zeven vinkjes het van een ander zeven vinkje horen om daadwerkelijk te luisteren en het geloofwaardig te vinden, wat diep en diept triest is maar blijkbaar dus wel de manier om in deze wereld wat te bereiken. Luyendijk erkent ook dat hij geen expert is in diversiteit, maar wel een “ervaringsdeskundige in privileges.” Ik vind dat hij zich dus wel goed bewust is van zijn eigen positie en daar reflecteert hij heel veel en goed op, terwijl ik ook ruimte geeft aan de posities van anderen.
Met het boek laat hij de eenzijdigheid van de Nederlandse topelite zien en maakt hij de onzichtbare norm zichtbaarder, dus dat is waardevol!
Vond het wel ook best confronterend, want let’s be real, ik heb ook gewoon zes vinkjes en het is daarom ook niet verrassend dat ik een van de lezers van dit boek ben, ondanks dat Luyendijk geprobeerd heeft het voor een groot publiek toegankelijk te maken.
Ook vind ik het sterk dat hij pleit voor “diversiteit van levenservaringen” in plaats van de huidige “diversiteit van lichaamskenmerken” omdat ook andere onzichtbare kenmerken dan huidskleur of gender meespelen, zoals sociale klasse.
Vond dit een mooiste uitspraak: “Diversiteit is dat iedereen op het feestje wordt uitgenodigd, (…), maar pas als je ‘inclusief’ bent zal iedereen ook willen dansen.” (135)