Als meisje van twaalf werd Margaretha H. Schenkeveld (1928) verliefd op Arie Hoekstra. Hij was haar leraar Grieks op het gymnasium, pas getrouwd, bijna vader en zestien jaar ouder dan zij. Ze trouwden in juni 1976. Zij was hoogleraar Nederlandse letterkunde aan de Vrije Universiteit in Amsterdam, hij hoogleraar Grieks in Brussel. In Late liefde vertelt ze aan haar oud-student Jannetje Koelewijn hoe haar verlangen naar hem na vijfendertig jaar vervuld werd. Ze leest haar voor uit zijn liefdesbrieven en praat met haar over haar andere grote liefde: de literatuur. Koelewijn, die als kind te horen kreeg dat geleerde vrouwen tragische wezens waren, ging een jaar lang wekelijks bij haar op bezoek en bleef haar vragen stellen. Waarom wachtte Greet al die jaren op Arie? Ondertussen denkt ze terug aan de vader van haar vriendinnetje en wat ze met hem beleefde toen ze veertien was.
Een heel bijzonder portret van een bijzondere vrouw. Het taalgebruik en een bepaalde antieke Nederlandse houding zijn allebei erg herkenbaar en iconisch voor een generatie die niet de mijne is. Waar ik soms de zin van het lezen verlies als schrijvers te vaak in de genitivus praten en zinnen zoals “het mocht wel van moeder”, gebeurde dat hier niet. De vertelstijl van Jannetje Koelewijn (erg goede naam) is erg aangenaam en verveelt niet snel ondanks dat de tijd en de maatschappij waarover ze schrijft ver van me af liggen.
Wie praat er nog zo? Wat zal er verloren gaan als deze generatie niet meer zal bestaan, vraag ik me af.
4 in plaats van 5 sterren omdat een foto van een stralende Arie en/of Margaretha naast de rodondendron echt mijn dag zou hebben gemaakt.
Jannetje Koelewijn, redacteur bij NRC schreef een liefdevolle biografie over haar oud hoogleraar Nederlandse letterkunde aan de Vrije Universiteit Amsterdam, een opleiding die inmiddels opgedoekt blijkt wegens een gebrek aan belangstelling. In die zin is dit, ook al leeft Margaretha H. Schenkeveld nog steeds, vooral ook een portret van een vroegere tijd. Over de man op wie de geportretteerde op heel jonge leeftijd verliefd werd - toen hij haar leraar was aan het gymnasium -, maar met wie ze pas op latere leeftijd trouwde, schrijft Koelewijn het volgende: ‘Hij was in veel dingen teleurgesteld en ze dacht dat het na de oorlog al begonnen was, toen Amerika meer en meer de Nederlandse cultuur begon te beïnvloeden. De oppervlakkigheid, de obsessie met jong en snel rijk en succesvol, het Rousseau-achtige idee dat mensen moesten worden wie ze waren en zich moesten kunnen ontplooien zoals ze wilden – hij had er niets mee op. Hoe ouder hij werd, hoe meer hij zich terugtrok in zijn eigen binnenwereld, waar hij kon lezen, denken en schrijven. Alles waar hij zich niet meer bij thuis voelde sloot hij buiten en hij noemde het zijn innere Emigration.’ (p.110, 111) In die zin biedt dit boek ook mooie bespiegelingen over ouder worden en omgaan met veranderingen, iets waar we vroeg of laat allen mee te maken krijgen. Ik las het in één ruk uit.
Dit boek trok me aan, omdat het gaat over Margaretha Schenkeveld, hoogleraar Nederlands aan VU, toen ik aan de letterenfaculteit geschiedenis studeerde. En van Jannetje Koelewijn wist ik dat ze een prettige schrijfstijl heeft, ook een aanbeveling. Ik werd niet teleurgesteld, nostalgisch als ik ben, heb ik genoten van de mij bekende gereformeerde wereld, bekende middelbare scholen, de VU, en zelfs van mij bekende straten etc. En Margaretha Schenkeveld, die ik eigenlijk alleen van gezicht en verhalen kende, blijkt een interessante en soms ook originele dame.
Late liefde. Portret van Margaretha H. Schenkeveld. Amsterdam: Van Oorschot, 2022. De Nederlandse journaliste enn schrijfster Jannetje Koelewijn studeerde Nederlands aan de Vrije Universiteit Amsterdam in de jaren zeventig, en zoals veel mensen schrikte het bericht dat de bacheloropleiding aan haar alma mater werd opgeheven haar op. Het leidde ertoe dat ze contact opnam met haar hoogleraar Nederlandse letterkunde Margaretha H. Schenkeveld, geboren in 1928 en dus inmiddels alweer wat jaren met emeritaat. Koelewijn, die als kind te horen kreeg dat geleerde vrouwen tragische wezens waren, ging een jaar lang wekelijks bij haar op bezoek en bleef haar vragen stellen Als meisje van twaalf werd Margaretha H. Schenkeveld (1928) verliefd op Arie Hoekstra. Hij was haar leraar Grieks op het gymnasium, pas getrouwd, bijna vader en zestien jaar ouder dan zij. Ze wachtte bijna vijfendertig jaar op hem, tot hij haar ook zijn liefde bekende. Ze trouwden in juni 1976. Zij was toen hoogleraar Nederlandse letterkunde aan de Vrije Universiteit in Amsterdam, hij hoogleraar Grieks in Brussel. In Late liefde vertelt ze aan haar oud-studente hoe haar verlangen naar hem na vijfendertig jaar vervuld werd en hoe gelukkig ze met hem was. Ze leest haar voor uit zijn liefdesbrieven en praat met haar over haar andere grote liefde: de literatuur. Het verslag dat Koelewijn schreef over haar ontmoetingen met Schenkeveld in de afgelopen jaren, leverde een mooi portret op. waarin de vroegere Nederlandse accademische en literaire wereld uitvoerig wordt belicht. Late Liefde gaat dan ook niet alleen over Schenkevelds opmerkelijke liefdesverhaal, maar het boekje gaat ook over Schenkevelds leven en haar loopbaan. Late liefde is een dun boekje, tot genoegen van de geportretteerde, die het idee heeft dat er over haar niet veel te zeggen valt. Maar vooral zet de auteur een tijd waarin de letteren er nog toe deden, een tijd die nu voorbij is, zonder dat er een beter alternatief voor in de plaats is gekomen, glorieus in de spotlights.
Jannetje Koelewijn, redacteur bij de NRC, beschrijft aan de hand van vele vrijdaggesprekken met Margaretha H. Schenkeveld haar leven. De schrijfster was studente van deze hoogleraar Nederlandse letterkunde. De hoogleraar was al op zeer jonge leeftijd verliefd op de veel oudere en getrouwde professor Arie Hoekstra. Het levensverhaal wordt gekleurd door de impact van de godsdienst ( de gereformeerden, de katholieken, de hervormden...) op het doen en veel laten dat de Nederlandse samenleving zo beheerst, ook in de academische wereld. De familiegeschiedenis, de relatie tussen de beide hoofdrolspelers, de doordachte alertheid van Schenkeveld... alle particulariteiten ten spijt biedt het een lezenswaardig verhaal. Mer heel veel respect geschreven.
Jannetje Koelewijn beschrijft haar hoofdfiguren persoonlijk, liefdevol zonder te slijmen, en met aandacht voor details zonder wijdlopig te worden. Of het nu haar vader, haar moeder, of in dit geval haar voormalige hoogleraar letterkunde aan de VU betreft, van alledrie meen ik een beeld te hebben gekregen dat strookt met hoe die mensen werkelijk zijn (geweest). Van Margaretha Schenkelveld (93), had ik nog nooit gehoord, maar dankzij de schrijfkunst van Jannetje Koelewijn ben ik blij haar min of meer te hebben leren kennen. Wat een bewonderenswaardige vrouw: gedisciplineerd, verzorgd, steil, intelligent, streng en zorgzaam.
Interessante vrouw, en zo ook de mensen met wie zij omging. Het boek kondigden zich een beetje aan als een portret en dat was het niet helemaal. Daarnaast vond ik de verwijzing naar een jeugdbelevenis van de auteur maar vreemd, omdat het maar minimaal beschreven stond in het boek, en geen duidelijke relatie heeft met de rest.